Olieprijs is de enige betrouwbare indicator

AMSTERDAM Slaat de vertwijfeling toe bij de beleggers? In een week vol hoge bergen en nog diepere dalen zijn de beurzen de terugweg ingeslagen na weken van vooruitgang....

Peter de Waard

De beleggers werden de hele week geconfronteerd met macrocijfers uit de VS die de ene keer tot euforie, en het volgende uur alweer tot wanhoop leidden. Lichtpuntjes dat de crisis voorbij zou zijn, werden telkens overschaduwd door onheilstijdingen dat het nog lang niet zo ver is.

Vrijdag werd in de VS gemeld dat de orders voor duurzame consumptiegoederen tegenvielen (beurs omlaag). Vijf minuten later werd bekendgemaakt dat het consumentenvertrouwen in de VS naar een nieuw hoogtepunt was gestegen (beurs omhoog). En vervolgens kwam de mededeling dat de verkoop van nieuwbouwwoningen tegenviel (beurs naar beneden).

De indicatoren spreken elkaar voortdurend tegen. De beurs heeft een lange rally achter de rug dankzij de vele voortekenen dat het ergste nu geweest zou zijn. Maar nu wordt gewacht op de definitieve bewijzen. Zowel de Fed, de Amerikaanse centrale bank die deze week twee dagen bijeen was, als de G20, die in Pittsburgh vergaderde, kon die niet geven.

De beste indicator blijft daarom de olieprijs. Hoe meer olie er wordt verbruikt, hoe meer er wordt geproduceerd en gereden en hoe beter het gaat met de economie. Maar er is aan olie geen enkel gebrek. De VS bleken deze week over een reserve van 5,4 miljoen vaten olie te beschikken, tien keer zoveel als verwacht. De olieopslagplaatsen puilen uit.

Het Internationaal Energie Agentschap (IAE) verwacht dat de dagelijkse olieconsumptie dit jaar met 1,9 miljoen vaten daalt tot 84,4 miljoen vaten. Speculanten dekken zich dan ook massaal in tegen het verder afglijden van de olieprijs. De put-opties voor december die recht geven de olie tegen een nu vastgestelde prijs te verkopen, zijn de laatste vijf jaar niet zo duur geweest.

Meer over