Officier vraagt goede prijs voor zijn slaven

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Slavenschepen van de WIC.Beeld Cornelis Louw (Zeeuws maritiem muZEEum) [CC0], via Wikimedia Commons

Banda, 19 oktober 1720

's Morgens vroeg kwam de fiscaal aan boord en visiteerde, zoals gebruikelijk, het schip. Daarna werd ik met de soldaten die op het schip waren, vier koppen in totaal, aan land gebracht. Met dit leger van vier mannen marcheerde ik naar de hoofdwacht van het kasteel Nassau, wat de landpoort is.

Toen wij onze wapens hadden afgelegd ging ik het dorp in, om te zien hoe het met mijn slaven ging. Ik trof ze nog allemaal fris en gezond aan en ze waren blij mij weer te zien.

Ik nam de twee mannelijke slaven mee naar het strand waar mijn kist stond en liet die door hen naar mijn bastion dragen. De kapitein liet mij direct bij zich roepen en presenteerde een glas wijn en vroeg wat ik voor die slaven wilde hebben, want hij had besloten ze van mij te kopen.

Ik noemde de prijs die ze op Banda waard waren, namelijk vijftig rijksdaalders. Hij had zeker verwacht dat ik ze hem voor de halve prijs zou verkopen, maar daar had ik geen oren naar. Toen hij hoorde dat ik ze hem niet goedkoper wilde verkopen, zei hij dat hij ze voor die prijs niet wilde hebben en dat ik ze kon verkopen aan wie ik wilde.

Zo nam ik afscheid, maar vroeg hem toestemming om naar de heer gouverneur te gaan en daar mijn opwachting te maken. Toen ik bij de de hoofdwacht kwam, zei vaandrig Jacob Pater dat hij een van mijn slavinnen wilde kopen voor zijn vrouw.

Hij vroeg wat ik mij voor haar wilde hebben. Ik noemde de prijs: zestig rijksdaalders.

Ernst Christoph Barchewitz (1687-1758), VOC-officier. Ingekort fragment uit Vibeke Roeper & Roelof van Gelder: In dienst van de compagnie - Leven bij de VOC in honderd getuigenissen. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2002.

Meer over