Offeren voor de overwinning

Kameroen, de derde tegenstander van Oranje tijdens het WK, is een wonderlijk voetballand. Op zoek naar mystiek en Milla,de oude, ontembare leeuw....

Door Willem Vissers

Gretig schrijft dokter Elie, traditioneel arts in het centrum van Yaoundé, Kameroen, een rekening van 100 euro uit voor een consult aan de Nederlandse verslaggever. In een chaotisch doch brandschoon wijkje legt hij zijn ‘patiënt’ uit hoe hij uitslagen van voetbalwedstrijden kan beïnvloeden. Dat doet hij ‘door hard te werken’. De vrouwen in de wachtkamer moeten maar even geduld hebben.

‘Wie wil geloven, moet eerst zien’, zegt Elie, die belooft zijn best te doen de uitslag van het duel Cogito - Ngoaekele mede te bepalen.

De eigenaar van Cogito, Achille Chountsa, is tevens sportverslaggever van de krant Le Jour. Hij is opgewekt, want hij kan de punten gebruiken en dan kan het nooit kwaad specialist Elie te raadplegen. Chountsa’s collega Anne Mireille Nzouankeu voelt zich opgelaten. Ze gelooft ogenschijnlijk niet in de praktijken van Elie, en vindt het werkelijk schandalig dat hij 100 euro vraagt aan de Europeaan.

Elie heeft dat bedrag nodig om materialen te kopen, legt hij uit. Straks, als de wedstrijd in de tweede divisie nadert, gaat hij naar de markt om een kip te kopen, of misschien zelfs een geit. In zijn donkere praktijkruimte staan beelden die voorvaderen voorstellen, plus een ketel met gemalen grassen en boomschors. Hij raakt de beelden aan en roert in de pot. Als hij stukjes schors opgooit, kan hij straks iets aflezen aan de manier waarop ze vallen. Hij zal ook het beest offeren. Het bloed sprenkelt hij dan over het goedje in de ketel.

‘Ik kan bijvoorbeeld de kracht in de voet van de tegenstander blokkeren. Niet door hem pijn te doen, maar door hem tijdelijk te verhinderen te schieten. Even daarna is alles weer normaal. Als medium kan ik ook zien hoe de tegenstander zich voorbereidt. Als ik een uitslag van 2-0 voorzie, wil dat niet zeggen dat dat ook de uitslag wordt.

‘Want ook de tegenstander kan iemand inschakelen om voor hem te werken, en de kracht van de tegenstander kan groter zijn, bijvoorbeeld omdat die grotere dieren offert. Een koe in plaats van een kip bijvoorbeeld. De spirituele voorbereiding op een belangrijke wedstrijd kan een week duren. En denk niet dat ík met deze praktijken ben begonnen.

‘Mijn grootvader oefende ze al uit. Ik ben de man van de strategie, l’homme de strategy, want ik houd niet zo van termen als juju en voodoo. Ik krijg straks een lijst met de namen van de tegenstanders. Dan ga ik ze beïnvloeden; een verdediger een fout laten maken of de doelman een blunder laten begaan.’

Tegenstander Ngoaekele is dus gewaarschuwd. Elie zegt, als zijn bezoek heeft betaald en de praktijk verlaat: ‘Voor de wedstrijd zal ik Achille bellen met de uitslag.’ Intussen is de rij wachtende vrouwen voor de ingang gegroeid. Medicine traditionelle ‘Chez Dr Elie’, staat op het bordje bij de deur. In een begeleidende tekst vraagt hij zieken geduld te betrachten bij hun genezing.

Maar voordat we de wedstrijd bezoeken, ontmoeten we in een ander deel van Yaoundé Roger Milla, de spits die onlosmakelijk is verbonden met het Afrikaanse voetbal. Hij scoorde viermaal tijdens het WK van 1990 in Italië, toen Kameroen de kwartfinales bereikte. Milla’s dansje bij de hoekvlag behoort tot de WK-klassiekers.

Aan de telefoon heeft de voorganger van de Ontembare Leeuwen van Kameroen gezegd: ‘Bel maar als je in de stad bent.’ Hij is namelijk vreselijk druk als ambassadeur van de sport in Kameroen. Hij sleept zich van bespreking naar microfoon, van diner naar sportwedstrijd.

Dat moet hem dus zijn, als een hagelwitte Porsche Cayenne het terrein van het oude Lycée general Leclerc opstuift. Hij is ook president van een vrouwenhandbalteam in de Tonnerré Kalara Club, en hij heeft beloofd de speelsters, na de training in de brandende zon, de hand te komen schudden. Hij is volledig in het wit gekleed. Op het sportplein noemen ze hem excellentie.

Als alle groeten zijn uitgewisseld, ziet hij de twee blanken uit Europa. ‘Hallo.’ Zijn stem lijkt ook wat op die van een leeuw, met zijn raspende, bijna gorgelende geluid. Als hij hoort van de pogingen van dokter Elie om elders in de stad een wedstrijd te beïnvloeden, klinkt een spottende lach. ‘Juju in het voetbal? Houd er toch over op. In voetbal gaat het gewoon om zware training. Wie hard werkt, heeft kans op succes. Meer is er niet.’

Je hoeft Milla maar een vraag te stellen over een sportief onderwerp, en hij ratelt antwoorden. Wanneer een Afrikaans land wereldkampioen wordt? ‘Ik hoop al in Zuid-Afrika, maar ik heb ernstige twijfels. Elk Afrikaans land dat meedoet, heeft zo zijn problemen. En het ontbreekt ons nog steeds aan discipline, in het spel en in de organisatie. Ja, dat roep ik al twintig jaar. Overal en altijd, op tv, op de radio, in de kranten. Maar ik zie te weinig verbetering. Veel van onze internationals voetballen tegenwoordig bij goede clubs in Europa. Daar leren ze over discipline, maar als ze dan weer in Kameroen zijn, vallen ze terug in oude gewoonten. En dat komt mede door de slechte organisatie hier.’

Andere vraag dan: wie is beter, hijzelf vroeger of de huidige ster van ’s lands voetbal, Samuel Eto’o? Hij geeft dan een antwoord dat Eto’o irriteert, dat Eto’o zelfs heeft doen twijfelen naar het WK te reizen. ‘Nou, hij is niet de ster hoor. Hij is een van de uitstekende spelers in ons land. En verder bent u de journalist. U moet die vergelijking maar trekken, maar ik zeg dat vergelijken erg moeilijk is. Want ik speelde in mijn tijd en Samuel voetbalt in zijn tijd.’

Milla is verder aardig. Hij lacht veelvuldig en geeft ruimhartig en nadenkend antwoord. Op de vraag wie de beste speler aller tijden is, zegt hij schaterlachend: ‘Ik natuurlijk.’ Om snel toe te voegen dat dat een grap is. Hij wil wel even benadrukken hoe bijzonder hij was. Bij het WK van 1994 scoorde hij in het groepsduel tegen de Russen. Als de verslaggever opmerkt dat hij toen 41 was, reageert hij opgewonden. ‘Ik was 42. Ken jij een andere speler die bij het WK heeft gescoord en die ouder was dan 40? Nee hè, want die bestaat niet. Jaja, we verloren met 6-1.’

Hij maakt een wegwerpgebaar. ‘Er was geen geld, geen discipline. Allemaal gedoe.’ Om op de vraag terug te komen. ‘Pelé was de beste, hij was de koning.’ En Maradona dan? ‘Nee, Pelé. In de tijd van Maradona mocht de coach drie keer wisselen. Toen Pelé voetbalde geen enkele keer.’

Hij neemt afscheid met een wedervraag. Hoe het met de gebroeders Van de Kerkhof gaat. ‘En doe John Rep de groeten. Ik heb nog met hem gevoetbald bij Bastia.’

Op nu naar het veld waar de competitiewedstrijd Cogito - Ngoaekele zo gaat beginnen. Chountsa legt de ingewikkelde structuur van de competitie in Kameroen uit en vertelt dat de begroting van zijn club uit de regionale tweede divisie tussen de 3 en 5 miljoen CFA bedraagt, nog geen 10 duizend euro. De spelers zijn amateurs, studenten, liefhebbers. ‘Als ik eens wat geld in mijn zak heb, krijgen ze wat. Anders niet’, zegt Chountsa.

Hoewel Chountsa overtuigd is van de magische kracht van dokter Elie, vraagt hij de Nederlandse verslaggever voor de zekerheid de spelers toe te spreken. Dat gebeurt dus, aan de rand van het veld. ‘We zijn speciaal uit Nederland gekomen om jullie te zien voetballen. Speel met passie. Succes’, is de samenvatting van de speech.

Dan begint het duel, in een omgeving die een feest is voor de fotograaf. Hoog gras rondom, prut, regenplassen, stenen, een stokoude tribune waarop zich een paar honderd toeschouwers hebben verzameld. Ze betalen 300 CFA entree, nog geen halve euro, terwijl op de kaartjes 500 CFA als toegangsprijs staat vermeld. Hoe dat kan? Simpel, het zijn kaartjes die zijn overgebleven van clubs uit de hoogste klasse.

Dan krijgt Ngoaekele een strafschop.

Waar is Elie? Hij zou naar de markt gaan om een kip te kopen. Of een geit. Hij zou toch voor de aftrap aanwezig zijn? Gaat hij een doelpunt voorkomen? Verhip, doelman Alain Monkoue stopt de strafschop van Ngoaekele, nadat die ploeg al twee kansen had gemist. Chountsa geeft de verslaggever een hand en spreekt hardop over de invloed van Elie.

Dan belt Elie. Chountsa parafraseert hem: ‘Elie ziet dat we het moeilijk hebben, maar hij heeft de wedstrijd onder controle. Hij is hard aan het werk.’

Chountsa kondigt aan in de rust eens duchtig met de scheidsrechter te praten, want met Elie alleen gaat hij het niet redden. Bij een volgend telefoontje vertelt Elie dat hij pas tegen het einde van de wedstrijd komt. ‘De scheidsrechter houdt niet van onze ploeg. Hier valt bijna niet tegenop te werken’, klaagt hij.

Vijf minuten na rust gebeurt het onvermijdelijke: 1-0 voor Ngoaekele. Cogito krijgt twee rode kaarten, Chountsa wordt naar de tribune gestuurd. Hij is woedend. En waar is Elie? Hij belt helemaal niet meer, uitgerekend nu de club hem zo hard nodig heeft. Chountsa zegt: ‘Waarschijnlijk zet hij alle zeilen bij om de wedstrijd nog om te keren.’ Cogito verliest met 3-0.

Chountsa mag nu wel zeggen dat Elie een zege met 2-0 had voorspeld. ‘Hij heeft me dus niet de waarheid verteld.’ Zichtbaar teleurgesteld keert Chountsa terug naar de praktijk van dokter Elie, die wel een verklaring kan geven voor de nederlaag. De tegenstander is gewoon serieuzer bezig geweest met het beïnvloeden van de wedstrijd, namelijk wel drie dagen. En hij heeft begrepen dat daarbij voor 300 euro aan materialen is besteed. Daar valt gewoon niet tegenop te werken.

Maar we hoeven ons geen zorgen te maken: Elie is er straks bij in Kaapstad, op kosten van het ministerie, en dan neemt hij alle tijd om de wedstrijden te prepareren. Nederland, op 24 juni groepstegenstander, is gewaarschuwd.

Dan volgt een stelling van de verslaggever, die niet alleen vanwege die 100 euro moeite heeft met de werkwijze van dokter Elie. Die stelling is als volgt: Nederland doet helemaal niets aan het op dergelijke wijze beïnvloeden van resultaten. Hoe kan het dan dat een land als Nederland toch af en toe wint van een land als Kameroen?

Elie antwoordt, zonder spoor van aarzeling: ‘Ik geloof dat alle landen aan die praktijken doen, al hebben jullie ze dan misschien wat anders ingekleed.’

Datzelfde verhaal is te horen bij Salif Mbohou, een vlot pratende imam, ergens aan de rand van Yaoundé. Hij noemt zichzelf een mystieke soefi, met een gift van God.

‘Ik vertel journalisten geen spectaculair verhaal, maar ik praat alleen over mijn gaven. Dat zijn er twee. De eerste is handoplegging, waarmee ik kan genezen. De tweede is bidden voor spelers.’

Mbohou is een geweldige prater. ‘Op 10 oktober 2009 heb ik in opdracht van het ministerie gebeden voor de kwalificatiewedstrijd tegen Togo. We wonnen met 3-0.’ Hij bladert door het geheugen van zijn telefoon en laat een sms zien van de vrouw van sportminister Michel Zoah. Ze bedankt hem voor zijn gebed.

‘Maar ik ben dus geen tovenaar. Ik geloof niet in voodoo. Sommige spelers en begeleiders gooien eieren in de kleedkamer of strooien iets uit bij het doel, maar wat ik doe is weinig spectaculair. Ik bid voor spelers. Sommigen sturen me geld.

‘Dan vragen ze bijvoorbeeld of ik van middernacht tot 4 uur voor ze wil bidden. Ik noem geen namen van spelers. Dat is vertrouwelijk.’ Mbohou probeert zijn gehoor uit Nederland te overtuigen dat bidden wel degelijk invloed kan hebben op het resultaat van sportduels. Hij vertelt over de Franse spelers van de WK-ploeg uit 1998. Velen deden volgens hem aan voodoo of andere vormen van spiritualiteit. ‘En kijk eens hoeveel spelers een kruisteken slaan na een doelpunt. Er is veel meer in het voetbal dan het zichtbare.’

Bidden kost alleen tijd, en tijd is geld. De bond van Kameroen maakt geen gebruik meer van zijn diensten, ondanks de klinkende zege op Togo. De beweegredenen kent de mystieke soefi niet, maar hij kan wel zeggen dat het een gemiste kans is voor het sportministerie.

Want als we hem spreken, op 31 maart 2010, zegt hij: ‘Als ik nu was gaan bidden, had Kameroen van Nederland gewonnen. Absoluut.’

Meer over