'Of ik win, of ik ga aan gruzelementen'

Hij timmerde al jaren aan de weg, maar de grote beloning kwam pas in januari: de wereldtitel sprint. Gecontroleerd rammen op het ritme van Rage Against the Machine.

Hoe het voelt om wereldkampioen schaatsen te zijn? Eerlijk gezegd zou Stefan Groothuis, die dus wereldkampioen is, niet weten hoe dat voelt.

Ja, vanochtend had hij het gevoeld. Na de training op de ijsbaan waren kinderen naar hem toe gekomen voor een foto of een handtekening. Deden ze vroeger ook wel, naar hem toekomen, maar dit was anders geweest. Ze kwamen echt specifiek voor hem.

'Dat geeft je wel het besef dat je wereldkampioen bent. Maar in de dagelijkse gang van zaken, met Ester en met Luuk, maakt het natuurlijk niet uit.'

Je zegt niet tegen je zoon Luuk, als-ie aan het zeuren is: 'Weet je wel tegen wie je het hebt?

'Nee, dat zeg ik niet. Zou ook weinig helpen, denk ik.'

En de collega's op de schaatsbaan?

'Met de Nederlanders is het niet anders dan anders. Het is wel zo dat buitenlanders met wie ik niet zoveel contact had naar me toe komen om me te feliciteren. Dan merk je dat je iemand bent als wereldkampioen.'

Sta je als een wereldkampioen aan de start?

'Nee, dat ook niet. Ik ga nu echt niet met meer vertrouwen naar het WK afstanden omdat ik wereldkampioen ben. Je wilt gewoon de eerstvolgende wedstrijd winnen, of je nu wereldkampioen bent of niet.

'Onder normale omstandigheden, als ik fit ben, doe ik sowieso mee om de prijzen, zeker op de 1000 meter. Sterker nog, in het verleden moest ik op een bijna dwangmatige manier winnen van mezelf. Misschien moet dat wel het verschil worden, dat die noodzaak minder wordt nu ik wereldkampioen ben.'

Stefan Groothuis zit deze donderdagmiddag aan de eettafel in zijn nieuwbouwwoning in Voorst, een dorp tussen Apeldoorn en Deventer. Op zijn schoot zit de 6 maanden oude Luuk. De tuindeuren staan open, de lente waait naar binnen.

Het is bij deze temperatuur nauwelijks voor te stellen, maar over precies een week begint in Thialf het WK afstanden, de afsluiting van het schaatsseizoen. Donderdag staat hij aan de start van de 1000 meter en een dag later van de 1500 meter.

Maar eigenlijk is het seizoen van Stefan Groothuis allang geslaagd. Een kleine twee maanden geleden veroverde hij in het Canadese Calgary de wereldtitel sprint. Op de afsluitende 1000 meter zette hij de concurrentie met een Nederlands record op een onoverbrugbare achterstand. Zijn puntentotaal over twee dagen betekende een wereldrecord.

Dat laatste deed hem niet zoveel, het Nederlands record des te meer. 'Dat oude record was ik echt zat, dat moest er gewoon een keer aan.' Vier jaar geleden reed Beorn Nijenhuis in dezelfde hal een tijd van 1.07,07. Dat was, met alle respect, een uitschieter van Nijenhuis geweest.

Het record komt de beste schaatser toe en de beste schaatser is hij, Stefan Groothuis. Zo eenvoudig is dat. 'Ik was in Heerenveen al zo vaak veel sneller geweest dan Beorn ooit was. Maar in de opbouw van het seizoen ben ik gewoon te weinig in vorm op een hooglandbaan gestart.'

Op de eerste dag had Groothuis zijn kansen verprutst met een paar misslagen in de laatste bocht. Een dag later viel alles op zijn plek in een tijdspanne van 1.06,96.

Met wat voor gevoel stond je aan de start?

'Mentaal was ik echt knetteragressief.'

Het is een gevoel dat Stefan Groothuis kan sturen met muziek die hij in de aanloop naar een wedstrijd beluistert. Hij probeert het gebruik van muziek als oppepper wel te matigen, omdat hij er niet afhankelijk van wil zijn. Maar soms moet het. In Calgary moest het.

'De muziek moet niet te rustig zijn, zodat ik laidback word. Maar ik moet er ook niet euforisch van worden. Dat werkt voor geen ene rotmeter. Ben je lekker aan het schaatsen, denk je dat het hartstikke goed gaat, kom je bij de finish, zie je het scorebord en denk je: shit, wat een kuttijd.'

De gewenste gemoedstoestand vroeg, in de aanloop naar de allesbeslissende race, om de Amerikaanse rockband Rage Against the Machine. Dat is muziek die je opfokt, maar wel met mate.

'Het is rammen zonder dat je de controle verliest. Nergens mocht ik een half procent laten liggen. Daar hoort voor mij Rage Against the Machine bij. Niet dat ik kwaad word of pissig op de tegenstander. Sommigen hebben dat wel, die willen een ander het liefst de nek omdraaien.'

Dat zit niet in je?

'Nee, ik wil alleen maar zo hard mogelijk rammen.'

En daarbij is een tegenstander een medestander?

'In feite wel, al ben ik vooral met mezelf bezig. Soms profiteer je van een ander bij de wissel, maar dan moet het zo uit komen. Ik rijd er niet op.'

Je startte in Calgary voor de concurrentie, scheelde dat?

'Voor mij maakte het niet zoveel uit, misschien wel voor de tegenstanders. Shani Davis zei na afloop dat hij alle hoop had opgegeven na mijn tijd. Maar Shani was niet mijn grote tegenstander. Dat was de Koreaan Lee, de kampioen van 2011. Maar Lee was dat weekeinde gewoon niet goed genoeg om van mij te kunnen winnen.'

Stefan Groothuis is een zelfbewuste sportman, zonder dat hij zichzelf in grootspraak verliest. Hij is 30, een aimabel mens dat zich nog wel eens voorbij holt in een stortvloed van woorden. Tegenslagen hebben hem gerijpt, miskenning gaf voeding aan zijn ambitie.

'Ik heb het respect weleens gemist. Al vier jaar lang ben ik een van de beste schaatsers. Van mijn ploeg ben ik de beste en ik ben de beste van alle Nederlandse sprinters. Maar in concrete resultaten heeft dat al die jaren te weinig opgeleverd.'

De verslaggevers tekenden na afloop van het WK sprint uit zijn mond de verzuchting 'eindelijk' op. Zo voelde het natuurlijk ook, maar dat woord suggereerde ook een wanhoop waarin hij zich niet herkent.

Stefan Groothuis is als schaatser een ambachtsman die zich verre houdt van het persoonlijke drama dat de media zo graag in de sport zoeken.

Groothuis vertelt van een verslaggever die hem een paar dagen voor aanvang van het wereldkampioenschap vroeg waarom het dit keer niet zou mislukken. 'Dat was bepaald niet de leukste vraag in de aanloop naar een groot toernooi. Het slaat ook nergens op, alsof ik er de vorige keren nog niet klaar voor was.'

Je had het in Calgary over lulverhalen.

'Ja, zoiets klinkt bijna verwijtend, alsof ik die verslaggever persoonlijk heb teleurgesteld. Ze zoeken een heroïek die er niet is. Ik ben in Calgary echt niet vier keer boven mezelf uitgestegen. Ik heb gewoon naar behoren gepresteerd en dit keer was dat genoeg.

'Ik heb na afloop dus toch gewoon vastgehouden aan mijn eigen verhaal. Maar ik kan me best voorstellen dat sommige sporters mee gaan in dat drama, gewoon om er van af te zijn. Dat is natuurlijk ook een stuk aantrekkelijker om te lezen dan dat saaie gelul van mij, dat ik altijd mijn best doe om zo hard mogelijk te rijden.'

En het vaderschap?

'Ja, dat werd er ook bij gehaald. Alsof ik daardoor veranderd ben als schaatser. Alsof ik bij de start speciaal aan Luuk denk. Achteraf heb ik bedacht dat zijn geboorte in mijn onderbewustzijn misschien een rol heeft gespeeld, maar ik zou eerlijk gezegd niet weten wat dat zou zijn.'

Je mentale instelling?

'Misschien wel, ja, maar dan zou het toch eerder een rol spelen als het mis gaat. Het geeft een bepaalde rust om te weten dat bepaalde zaken belangrijker zijn. Al zou ik honderd wereldtitels hebben, ik ruilde ze meteen in voor hem.' Hij richt het woord tot zijn zoon Luuk: 'Jij bent toch veel belangrijker, hè.'

Moest je 30 jaar oud zijn om wereldkampioen te kunnen worden?

'Je hebt als sprinter de ervaring van grote toernooien nodig. Je moet een mentale hardheid kweken en ik was pas 26 toen ik voor het eerst serieus ging meedoen als schaatser. Maar een jongen als Kjeld Nuis rijdt nu al grote toernooien en hij is pas 22 jaar. Op de 500 meter schiet hij nog te kort, maar het is wel duidelijk dat Kjeld eerder aan het grote werk toe zal zijn dan ik was.'

Stefan Groothuis denkt dat zijn progressie op de kortste afstand aan de basis lag van zijn wereldtitel. 'Alleen in 2010, het olympisch jaar, lag de nadruk op de 1000 meter. Dat jaar ben ik dus niet vooruit gegaan.

'Maar als je het lineair zou uitzetten, denk ik dat ik elk jaar beter ben geworden. Van gemiddeld 35,7 in het eerste jaar onder Orie ging het naar 35,5 en dit jaar is het 35,2. Met uitschieters naar 35 rond, maar 35,5 rijd ik nauwelijks nog.'

Wat verklaart die vooruitgang?

'Het is in elk geval geen kracht. Het fysieke vermogen had ik al. Ik denk dat het de neurologische beweging is, de patronen die er in slijten. De zenuwen moeten zich aanpassen. De 500 meter is een samenballing van alles. Het is voluit rammen zonder koeien van fouten te maken.

'De 1000 is ook voluit gaan, maar je glijdt meer. Op de 500 meter is alles maximaal, waardoor je sneller fouten kunt maken. Het is een kwestie van zo vaak mogelijk doen om die fouten er uit te krijgen.'

Heb je jezelf daarin verrast?

'Het is eerder een groeiend besef dat je het kunt. Ik heb mezelf nooit als een 500-meterrijder beschouwd. Maar in de laatste jaren haal ik zelfs het podium. Ik rijd echt mee om de prijzen. Een winnaar zal ik nooit worden op de 500 meter. Daar is mijn start gewoon niet goed genoeg voor. Maar mijn ronde wordt steeds beter.'

Stefan Groothuis is al jarenlang een pupil van Jac Orie en hij is ervan overtuigd dat de wereldtitel de vrucht is van hun samenwerking. 'Het geeft veel vertrouwen dat Jac zo onderlegd is als trainer en dat ook laat inzien. We praten vaak over de training en doen dat op een volstrekt gelijkwaardige manier.

'Hij vindt het leuk om kennis te delen en ik vind het interessant om het erover te hebben. Ik beschouw hem echt als mijn leermeester. Maar tijdens de wedstrijden zou ik best zonder Jac kunnen. Ik zie hem niet eens staan langs de kant.'

Zonder trainer zou niet gaan?

'Nee, het is gevaarlijk om dat te denken. Sommigen hebben het wel zonder trainer geprobeerd, maar dat pakt nooit goed uit. Ik weet van een hoop dingen wel hoe het zit, maar ik heb toch een ijkpunt nodig, iemand die van buitenaf naar me kijkt en zegt wat ik wel of niet goed doe.'

Orie noemt je een schaatser die geen compromissen sluit.

'Dat kan twee dingen betekenen: hoe ik met mijn sport omga en hoe ik aan de start sta. Allebei klopt het wel. Ik zal nooit voorzichtig aan een 1500 meter beginnen. Alleen zo kan ik hem winnen. Of ik win of ik ga aan gruzelementen. Maar het geldt ook voor mijn beleving van sport. Daar doe ik alles voor, al ben ik wel iets minder rigide geworden.'

Vroeger moest alles kloppen?

'Sommigen komt het schaatsen aanwaaien, mij niet. Dan ga je overal zoeken naar waar de winst zit. Daarin ben ik lang compromisloos geweest. Maar op zekere leeftijd kom je erachter dat je dingen hebt bedacht waarvan je denkt dat ze belangrijk zijn, maar die het in wezen niet zijn.

'Ik ben dus gaan schrappen. Een uur voor de wedstrijd douchen was zo'n ding. Ik doe het nog steeds graag, douchen een uur voor de wedstrijd. Het is gewoon lekker.'

Maar je wereld stort niet in als je niet doucht een uur voor de wedstrijd?

'Nee, natuurlijk niet. Het gevaar is juist dat je het van levensbelang maakt. Eén keer pakt zoiets goed uit en dan wordt het een noodzakelijk ritueel. Maar je maakt jezelf er zo afhankelijk van. En dat wil ik niet meer, afhankelijk zijn.'

Geboren

23 november 1981

Woonplaats

Voorst, Gelderland

Beste prestaties:

2006

1ste NK sprint

2009

1ste NK sprint

2010

1ste NK sprint

4de op 1000 meter, Olympische Spelen

2011

1ste NK sprint

4de WK sprint

3de op WK afstanden, 1000 meter

2012

1ste WK sprint

1ste NK sprint

CV

undefined

Meer over