Oeuvreprijs halverwege

'Ik draag de Constantijn Huygens-prijs op aan mijn zoon Tonio.' A.F.Th. van der Heijden kondigt drie nieuwe delen aan van de romancyclus De Tandeloze Tijd.

ARJAN PETERS

'Dit had niet op een beter moment kunnen komen', dacht A.F.Th. van der Heijden (60) toen hij maandagmiddag het bericht kreeg dat hem de Constantijn Huygens-prijs was toegekend voor zijn gehele oeuvre. De prijs, groot 10 duizend euro, zal hem op 22 januari in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag worden uitgereikt.

Van der Heijden, dinsdagmiddag aan de telefoon: 'Na de dood van mijn zoon Tonio, op 23 mei vorig jaar, heb ik serieus gedacht dat het gedaan was met schrijven. Maar ik wist wel snel dat ik een boek over hem, of liever: vóór hem, zou schrijven. Dat boek, Tonio. Een requiemroman, dat een jaar na zijn dood is verschenen, heeft alles in beweging gehouden. Toen dat af was, bleek ik weer een grote lust te hebben verder te gaan met werk dat na die rampzalige Zwarte Pinksterdag stil was blijven liggen. Nu werk ik, tot mijn verbazing, efficiënter en trefzekerder dan voorheen.'

De Huygensprijs is bedoeld voor 'het complete oeuvre', en hoewel Van der Heijden sinds zijn verhalendebuut Een gondel in de Herengracht (1978) een groot aantal romans, novellen en requiems publiceerde; van een compleet oeuvre kan bezwaarlijk worden gesproken. Al was het maar omdat zijn grote romancycli De Tandeloze Tijd (vier delen en een proloog, gepubliceerd tussen 1983 en 1996) en Homo Duplex (vijf titels, 2003-2008) nog niet voltooid zijn.

Van der Heijden: 'Ik beschouw het ook als een oeuvreprijs halverwege. In Amsterdam heb je de Eerste en de Tweede Constantijn Huygensstraat. Misschien is het een idee dat ze in Den Haag de Eerste en de Tweede Constantijn Huygens Prijs instellen: de eerste voor het oeuvre tot halfweg en dan de tweede als het écht voltooid is. Ik heb het mezelf een beetje aangedaan, met die twee onvoltooide cycli, daardoor kunnen jury's tot dusverre hebben gedacht: niet onaardig, maar laat hem eerst maar eens zo'n cyclus afmaken, voordat er ook nog een derde aan komt.

'Vorig voorjaar was ik druk bezig met een nieuw deel in de Tandeloze Tijd-cyclus: Kwaadschiks. Dat heb ik weer opgepakt. Maar er is meer dat zich in de tussentijd heeft aangediend. Ik heb op dit moment drie romans onder handen. We krijgen in de eerstvolgende te maken met Ernst Quispel, de advocaat uit Advocaat van de hanen (1990), die 25 jaar ouder is, maar ook 25 keer cynischer. Als Advocaat van de hanen het slotdeel van de cyclus bleef, dan zou ik de hoofdpersonen Albert Egberts en Ernst Quispel in 1986 aan een klif hebben laten hangen.

'Het eerstvolgende deel speelt in 1994, 1995. Daarna komt Kwaadschiks, dat speelt in 2008. En dan komt er nog een oorlogsgeschiedenis die in 1942 begint en in 2008 eindigt. De hoofdpersonen zijn ouder en cynischer, maar hun avonturen zijn kennelijk de moeite waard om te blijven volgen. Wat ik me voorneem, is die Tandeloze Tijd eerst af te maken. Van de cyclus is zojuist een cassette verschenen, dat wil zeggen: met de gepubliceerde delen. Die zal te zijner tijd naar de timmerman terug moeten, die een grotere sarcofaag maakt waar ook de nieuwe delen in kunnen.

'Zo moet het blijkbaar bij mij. Ik plan het ene en dan komt er iets anders. Ik kan hier thuis tegen mijn vrouw Mirjam zeggen: nu ben ik met iets korts bezig, een novelle, hooguit een korte roman. En dan antwoordt ze automatisch: 'Ja ja, totdat je de mogelijkheden ziet.' Dat is bijna een angstaanjagend begrip geworden: 'Adri ziet mogelijkheden.' Maar zo gaat het vaak. Dat is ook onderdeel van het schrijven, dat je met een klap een manuscript op tafel laat vallen, en het ineens in drie afzonderlijke delen uiteen ziet vallen. Of zeven. En dan kan ik ook niet mijn mond erover houden, en ga alvast een prospectus-tekst maken voor mijn uitgever. Zo heb ik al heel wat titels aangekondigd die nooit zijn verschenen. Maar andere weer wél. En ik maak die twee cycli af. Zei hij dreigend.'

'In 2004 heb ik al gedacht dat ik de Huygens-prijs kreeg. Er kwam een mevrouw aan de deur met een grote doos met taartjes. 'Wat is er aan de hand?', vroeg ik. 'Misschien een leuke literaire prijs?', zei ze met een knipoog. Ik dacht even, in mijn ijdelheid: dat is de Constantijn Huygens Prijs. Maar het waren petit-fours van mijn uitgever, om mijn 25-jarig schrijversjubileum te vieren.

'Er was iets mis gegaan, er ontbrak wat aan de belettering in het glazuur op die petit-fours. Want daar had moeten staan: 'AFTh 25 jaar schrijver'. Maar er stond alleen: 'AFTh jaar ijver'. Daar heeft Tonio, die met een schoolvriend op zijn kamer zat, nog hard om gelachen: 'Volgend jaar net zo ijverig zijn, Adri, dan krijgen we weer gebak!' Die twee jongens hebben die hele doos leeg gegeten.

'Tonio was mijn mannelijke muze. En nu blijkt dat hij daar niet mee is opgehouden, dat hij dat nog steeds wil zijn. Daar ben ik hem dankbaar voor. Ik zal de Constantijn Huygens prijs graag aan hem opdragen.'

De Constantijn Huygens Prijs (10.000 euro) wordt sinds 1947 jaarlijks door de Jan Campert Stichting toegekend voor complete oeuvres. A.F.Th van der Heijden krijgt de prijs voor onder meer De Tandeloze Tijd (vier delen en een proloog, gepubliceerd tussen 1983 en 1996), een nog niet voltooide cyclus. De auteur werkt aan een nieuw deel: Kwaadschiks.

undefined

Meer over