Nieuws

OESO: wereldwijd akkoord bereikt dat paal en perk moet stellen aan belastingontwijking

Na jarenlange onderhandelingen zijn 136 landen het vrijdag eens geworden over een hervorming van het internationale belastingregime voor multinationals. Een van de afspraken is dat bedrijven vanaf 2023 minimaal 15 procent winstbelasting gaan betalen, waar ze ook statutair zijn gevestigd.

Na lang te hebben dwarsgelegen ging ook Viktor Orbán, premier van Hongarije, vrijdag akkoord met de nieuwe belastingregels. Beeld AFP
Na lang te hebben dwarsgelegen ging ook Viktor Orbán, premier van Hongarije, vrijdag akkoord met de nieuwe belastingregels.Beeld AFP

Dat meldt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die de onderhandelingen leidde. De hervorming moet paal en perk stellen aan de nu wijdverbreide belastingontwijking door multinationals (onder meer door het statutair vestigen van hoofdkantoren in belastingparadijzen), en garanderen dat overheden voortaan een groter deel van de bedrijfswinsten kunnen opeisen.

Afgesproken is niet alleen dat de winstbelasting voor multinationals vanaf 2023 minimaal 15 procent moet zijn, een percentage dat een deel van de arme en opkomende landen overigens aan de lage kant vindt. Ook is vastgelegd dat voortaan over een deel van de winst belasting moet worden betaald in het land waar die winst daadwerkelijk werd behaald, in plaats van alleen in het fiscale thuisland, zoals nu het geval is.

Daarmee moet er een einde komen aan de wereldwijde fiscale ‘race naar de bodem’ die zich in de afgelopen vier decennia van neoliberale globalisering voltrok. Daarbij probeerden regeringen elkaar af te troeven bij het binnenslepen van investeringen en banen door hoofdkantoren te lokken met belastingvoordelen.

Volgens de OESO zal het nieuwe minimumtarief voor winstbelasting overheden jaarlijks minstens 150 miljard dollar aan extra belastinginkomsten opleveren. De organisatie denkt bovendien dat zo’n 125 miljard aan bedrijfswinsten van de honderd grootste ondernemingen in andere landen terecht zal komen dan nu.

Pandemie

De onderhandelingen over het nieuwe internationale belastingstelsel namen meer dan vier jaar in beslag. Ze vonden sinds de coronapandemie grotendeels online plaats. De enorme kosten van de pandemie en de steun van de nieuwe Amerikaanse regering van president Biden gaven een extra impuls tot een deal.

In juli dit jaar schaarden 130 van de circa 140 landen zich al achter de voorgestelde belastingplannen, maar onder andere Ierland, Estland en Hongarije bleven zich verzetten. Deze landen zijn nu toch overstag gegaan, Hongarije als laatste. Alleen Kenia, Nigeria, Pakistan en Sri Lanka zijn niet akkoord, meldt de OESO.

‘Het akkoord van vandaag maakt onze internationale belastingafspraken eerlijker en beter’, liet Mathias Cormann, secretaris-generaal van de OESO, weten. Staatssecretaris Hans Vijlbrief (Fiscaliteit) sprak van een ‘belangrijke stap’ richting een wereldwijd minimumtarief. ‘Daarmee pakken we belastingontwijking verder aan.’ Nederland geldt sinds jaar en dag met Ierland als een belastingparadijs binnen de Europese Unie.

De internationale hulporganisatie Oxfam noemt het belastingakkoord ‘beschamend’. Het minimumtarief van 15 procent is volgens Oxfam veel te laag. Bovendien voorziet de deal in tal van uitzonderingen (voor onder meer techbedrijven, financieel dienstverleners en olie- en gasbedrijven) en een overgangsperiode van tien jaar.

De vrijdag gesloten deal gaat nu naar de ministers van Financiën van de twintig machtigste economieën ter wereld, de G20. Die moeten het akkoord komende week officieel bekrachtigen tijdens een top in Rome. Mogelijk kan de patstelling tussen Republikeinen en Democraten in het Amerikaanse Congres over een omstreden binnenlandse belastinghervorming de Amerikaanse positie nog compliceren.

Meer over