OESO prijst Nederland en zichzelf met aanpak werkloosheid

Opnieuw krijgt Nederland complimenten, ditmaal vanwege zijn werkgelegenheidsbeleid. Ons land heeft, samen met een drietal andere geïndustrialiseerde landen, in de afgelopen jaren de effectiefste maatregelen genomen om de werkloosheid te bestrijden, zo meent de OESO, de club van rijke landen....

Van onze verslaggever

Geert-Jan Bogaerts

DEN HAAG

Het voortbestaan van de OESO in zijn huidige vorm staat op het spel. Daarom is er de Parijse organisatie alles aan gelegen om zich te presenteren als 's werelds meest vooraanstaande studie- en discussieclub, wiens aanbevelingen onveranderlijk wijs zijn en de receptuur bevatten voor de gezondmaking van kwijnende economieën.

In 1994 presenteerde de OESO met veel bombarie zijn veelgeroemde Jobs study, een analyse van de oorzaken van de werkloosheid in de westerse wereld. Het rapport werd terecht geprezen vanwege zijn reikwijdte en zette de norm voor vele volgende rapporten over het westerse werkgelegenheidsbeleid. De onderzoekers van de OESO zetten ook een aantal aanbevelingen op een rijtje voor de bestrijding van de structurele werkloosheid.

In een vervolgonderzoek dat komende maandag gepresenteerd wordt tijdens de jaarlijkse ministersconferentie in Parijs, staat dat Nederland, samen met Nieuw-Zeeland, Ierland en Groot-Brittannië, die adviezen het meest nauwgezet heeft gevolgd. De pluim die Nederland nu krijgt, is dan ook eigenlijk een pluim op de hoed van de OESO zelf, zo vermoeden ambtenaren die nauw bij de organisatie betrokken zijn. 'Het is een van de manieren die de OESO hanteert om zijn invloed te behouden', zegt een van hen.

De club is naarstig op zoek naar nieuwe activiteiten en een nieuwe identiteit. Tot een paar jaar geleden konden die ontleend worden aan de ideologie van de vrije markt: in de OESO waren de belangrijkste westerse industrielanden verenigd, plus een paar landen die eigenlijk niet echt 'rijk' genoemd mochten worden maar van belang geacht werden in de verdediging van het Westen tegen het communisme: Turkije bijvoorbeeld.

Communistische invloed bestaat echter niet meer, en het kapitalisme heeft gewonnen. Steeds meer landen willen toetreden tot de eliteclub. Tussen 1972 en 1995 bleef het ledental stabiel op 24; sinds 1995 zijn er vijf nieuwe leden bij gekomen. En van Argentinië tot Hongkong staan aspiranten te dringen om een lidmaatschapsaanvraag. Diplomaten maken zich zorgen over die snelle groei: zij vrezen dat de effectiviteit van de debatten en van de studies onder de grootte van de organisatie gaat lijden. De OESO is immers niet vrij van politieke bemoeienis. En hoe meer leden, hoe meer belangen, hoe groter de kans op stagnatie.

Een veeg teken, vindt zo'n diplomaat, is de toezegging die de Verenigde Staten aan Rusland zou hebben gedaan in de onderhandelingen over de uitbreiding van de NAVO. De VS zouden Rusland het prestigieuze lidmaatschap van de OESO hebben toegezegd, in ruil voor Russische concessies omtrent de toetreding van de voormalige oostbloklanden Polen, Tsjechië en Hongarije tot de NAVO. Dit toont aan, zo menen ambtenaren, dat de Amerikanen weinig meer verwachten van de OESO. Want als Rusland al kan toetreden, met zijn verre van ontwikkelde economie, dan is het eind zoek.

Op het jaarlijkse onderonsje van ministers dat de eliteclub volgende week in Parijs houdt, kan minister Wijers van Economische Zaken de show stelen. Een hele vooruitgang is geboekt, zo menen diplomaten, omdat niet elk land meer een speech hoeft af te steken waarnaar op een goed moment toch niemand meer luistert. Het format van de vergadering is veranderd: slechts een viertal gasten wordt uitgenodigd een toespraak te houden, waarna een open debat kan volgen. Wijers is een van die vier, ongetwijfeld vanwege de prestaties van Nederland als het gaat om bestrijding van werkloosheid en economische groei.

Niet alle aanwezigen zullen overigens in de ban zijn van Wijers' woorden: er bestaat een groep critici, ook in Haagse ambtelijke kringen, die vindt dat het Nederlandse succes zwaar wordt overdreven. Natuurlijk, er zijn veranderingen ten goede opgetreden in de economische structuur van het land. Maar met een arbeidsparticipatie die niet ver boven de 50 procent van de beroepsbevolking ligt (als niet alleen werklozen, maar ook de arbeidsongeschikten, vutters en onvrijwillige huisvrouwen worden meegeteld) en een rijkdom per inwoner die onder het EU-gemiddelde ligt, hebben we niet al te veel reden om onszelf op de borst te kloppen, zo vinden deze critici.

In de veelheid van studies die volgende week vanaf de OESO-burelen het licht zullen zien, staan overigens ook andere opmerkelijke zaken. Zo verkleinen succesvolle hervormingen op de arbeidsmarkt het gat tussen de insiders en outsiders. Anders gezegd, het paarse economische en sociale beleid heeft de tweedeling in de samenleving verkleind.

Meer over