Oefenen voor omstreden politiemissie

Nederlandse soldaten maken zich op om Afghaanse agenten in Kunduz te trainen. Vechten is er niet bij.

ANA VAN ES

MARNEHUIZEN/ZOUTKAMP - 'Blijft u aan deze kant van de weg, anders verstoort u de oefening.' Ten overstaan van de pers traint dinsdag een 'Police Monitoring and Liason Team' in het militaire oefendorp Marnehuizen.

Het is de laatste oefening in het uiterste noordwesten van Groningen. Binnenkort vertrekken de militairen, met vijf andere teams, naar de Afghaanse provincie Kunduz. Daar zullen ze lokale agenten opleiden.

Tussen de prefabwoningen is een marktkraampje ingericht, waar blonde jongens gekleed in tunieken zich voordoen als Afghaanse burgers. Vijftien militairen lopen door het zand, langs de geïmproviseerde marktplaats. Een Bushmaster, een pantservoertuig dat bescherming biedt tegen bermbommen, schuifelt langs. Achter een raamstijl van een van de woningen drinkt een militair een pakje frisdrank leeg.

Met opzet is gekozen voor een oefening waarbij geen gevechtshandelingen worden verricht, zegt kolonel Ron Smits, commandant van de missie, later. 'Anders kan het beeld ontstaan dat de politiemissie een gevechtskarakter heeft, en dat is niet de bedoeling. Uiteraard worden de teams op alle situaties voorbereid.'

Aan de Nederlandse missie doen ruim vijfhonderd militairen mee, en veertig Nederlandse burgeragenten. Minder dan de helft van deze groep zal zich bezighouden met het trainen van de Afghaanse agenten. De rest moet de veiligheid van collega's waarborgen in de door aanslagen geteisterde provincie.

'De veiligheid blijft een zorg', zegt Smits. In maart kwam de politiechef van Kunduz bij een aanslag om het leven, in mei trof de politiecommandant van Noord-Afghanistan, op bezoek in Kunduz, hetzelfde lot. 'Maar in Kunduz worden minder aanslagen gepleegd dan in Uruzgan en andere delen van Afghanistan.'

De Tweede Kamer stemde in met de missie op voorwaarde dat de militairen niet vechten - ook niet bij aanwijzingen dat er een aanval op handen is. 'Vechten mag alleen als we fysiek worden aangevallen. Wel kunnen we de hulp inroepen van Duitse militairen die in Kunduz het commando voeren.'

De Nederlanders gaan op patrouille in Bushmasters. Waar mogelijk rijden ze ook door Kunduz in open jeeps. 'Dan leg je gemakkelijker contact met de bevolking', zegt Smits. In Mazar-e-Sharif heeft Nederland vier F16's paraat staan. De Duitse eenheden in de regio beschikken over helikopters en zwaardere pantservoertuigen, om zonodig bij te springen.

De Nederlanders beginnen met politietrainingen in het relatief veilige Kunduz-stad. Als het verantwoord is, trekken ze dieper de provincie in. Maar er kan ook voor worden gekozen om de eenheden binnen de poort te houden.

De basistraining aan Afghaanse politieagenten duurt zes weken. Nederland wil die training verlengen naar acht weken, zodat er aandacht kan worden besteed aan corruptie en integriteit. Die verlengde training begint in januari 2012.

De Tweede Kamer wil dat er zogenoemde terugkomdagen worden georganiseerd voor Afghaanse agenten die hun basistraining hebben gehad. 'Dat is een logistiek gepuzzel', zegt Smits. 'Het gaat om agenten die van politiebureaus op verschillende locaties naar het opleidingscentrum moeten komen. Ook hun leidinggevende moet eraan willen meewerken.'

Een grote angst is dat zich onder de agenten Taliban-infiltranten bevinden. 'De screening is niet zo uitgebreid als in Nederland', zegt Paul Meijer, de politievertegenwoordiger van de missie. 'Er blijft altijd een klein risico.'

Het niveau van de agenten is laag. Van de Afghaanse bevolking is 60 procent analfabeet, en vermoedelijk ligt dat voor de agenten die de Nederlanders zullen opleiden niet anders.

Meijer treft incidenteel zelfs analfabetisme aan bij hogergeplaatste agenten. Hij maakte een politieoverdracht mee in de stad Banyan. 'Het was een echte overdracht, er werden verkeersongelukken besproken. Ze kunnen niet allemaal lezen en schrijven, maar één schreef het dan op, en vertelde het verder aan de anderen.'

undefined

Meer over