Ode aan koning van de kaseko

‘Lieve’ Hugo maakte de kaseko bekend. Hij wordt herdacht met een programma in het Concertgebouw...

Van onze medewerker Patrick van den Hanenberg

Amsterdam Tijdens een optreden met zijn band The Happy Boys in de Amsterdamse club Sosa in 1975 kreeg de Surinaamse zanger ‘Lieve’ Hugo Uiterloo een fatale hartaanval. Het stoffelijk overschot werd met hetzelfde vliegtuig naar Suriname gevlogen, waarin ook premier Den Uyl zat die de onafhankelijkheid van Suriname ging bezegelen. De straten van Paramaribo waren stampvol bij de begrafenis, twee dagen voor de onafhankelijkheid.

Vanavond wordt in het Amsterdamse Concertgebouw een eerbetoon gehouden voor Lieve Hugo en de muziek die hij bekendheid gaf: kaseko. Tijdens het Kaseko Crossover Concert worden zijn liederen gezongen door Surinaamse en Nederlandse artiesten, begeleid door het Metropole Orkest. Onder meer Edgar Burgos van de band Trafassi, Oscar Harris, De Dijk en Angela Groothuizen zingen de nummers.

Het concert is een initiatief van regisseur Vincent Soekra, die bezig is met een documentaire over Uiterloo en de kaseko. Dat is Surinaams-creoolse popmuziek, met een belangrijke rol voor de skratyi, een trom/pauk met daarop een bekken. De invloed van New Orleans jazz en calypso is hoorbaar, maar de snelle roffel maakt het herkenbaar Surinaams. De muziek bruist vooral in Frimangron (Vrijmansgrond), een creatieve wijk van Paramaribo waar in de slaventijd vrijgekochte stadsslaven een stukje grond kregen.

Zanger Edgar Burgos (54) is niet alleen een neef van Lieve Hugo, hij kan met zijn band Trafassi ook als diens erfgenaam worden beschouwd. Vergelijkbare dubbelzinnige teksten en evenveel energie.

Als Lieve Hugo optrad, zegt Burgos, was het feest. ‘Als een Surinaamse band op een feest kwam spelen, dan zetten de muzikanten hun klapstoeltjes neer, speelden een paar nummers en hielden direct op als de keukendeur openging en ze het eten roken. Maar bij Lieve Hugo stónden de bandleden en speelden zich in het zweet.’

Het concert van vanavond is dit najaar te zien bij de AVRO. En het moet het hoogtepunt worden van de driedelige documentaire Iko, King of Kaseko die Vincent Soekra (41) voorbereidt, en die in december bij de NPS te zien is.

Soekra brengt er een ode mee aan Lieve Hugo. Maar het maken is niet eenvoudig: door een brand in een studio van het televisiestation in Paramaribo is er vrijwel geen beeldmateriaal van de zanger. Ook van zijn optreden op het Holland Festival in 1970, waarmee Hugo de kasekomuziek internationaal bekendheid gaf, is niets bewaard gebleven. Er zijn alleen wat opnamen in Volendam uit de Ted de Braakshow uit 1975 toen hij in Nederland door leek te breken met Een pot met bonen.

Soekra – geboren in Nederland, opgegroeid in Suriname en weer in Nederland gestudeerd aan de Filmacademie – was 8 jaar toen Lieve Hugo stierf, maar de muziek heeft hem altijd vergezeld. Voor de documentaire nam hij Nederlandse artiesten mee naar Suriname om ze daar onder te dompelen in de kasekomuziek.

Soekra: ‘In elke strandbar of luxe hotel op Jamaica speelt een reggaebandje en op Trinidad hoor je calypso. Zo weet een toerist waar hij is.’ Wat hem betreft geldt dat in de toekomst ook voor Suriname. ‘Het toerisme begint er te groeien, daarom hoop ik dat kaseko over de hele wereld verbonden zal worden met Suriname.’

Soekra had de documentaire graag in 2005 uitgebracht, dertig jaar na de dood van Lieve Hugo en de Surinaamse onafhankelijkheid, maar hij kreeg dat financieel niet voor elkaar. Lieve Hugo en de onafhankelijkheid hebben volgens Soekra veel met elkaar te maken. Onder het Nederlandse bewind werd de Surinaamse cultuur onder het tapijt geschoven. Daar kwam verandering in na 1975.

Ook Edgar Burgos herinnert zich dat de Surinaamse cultuur niet werd gewaardeerd voor die tijd. ‘Je moest van de nonnen op school in een stuk zeep bijten om je mond schoon te maken als je het waagde om Surinaams te spreken.’ Kasekomuziek met Surinaamse teksten moest op een open plek in het bos buiten Paramaribo worden gespeeld. Burgos: ‘Ik ben geen fan van Bouterse. In het liedje Brombere heb ik de werkgelegenheidssituatie onder Bouterse zo belachelijk gemaakt dat ik Suriname een paar jaar niet in mocht. Maar na zijn staatsgreep in 1982 is wel de Surinaamse identiteit echt tot leven gekomen. Op zijn verjaardag speelden kasekobandjes en pakte hij zelf de sambaballen. Het was zijn manier om te zeggen ‘Fok you’ Nederland, wij hebben onze eigen cultuur.’

Meer over