Ochtend in Moskou

Het is min vijftien graden en er waait een venijnige wind. De combinatie van sneeuw en het felle zonlicht verblinden mijn nog vermoeide ogen....

Guur en tegelijkertijd prachtig. Ik heb dit station gekozen omdat de treinen die er binnenrijden afkomstig zijn uit oorden met namen die tot de verbeelding spreken: Archangelsk, Vorkoetija, Vladivostok. En ook vanwege het stationsgebouw. Gebouwd in 1902 is het een Russische variant op de Art Nouveau, wit met elegante groen emailtegeltjes en een toren die uit het Kremlin gestolen lijkt te zijn.

Veel doet hier denken aan het communistisch verleden. Voor de loketten staan lange rijen, het spoorwegpersoneel is bot en de treinen rijden exact op tijd. Maar het kapitalisme heeft hier ook genadeloos toegeslagen, zo blijkt uit de tientallen kiosken, gokhallen en hotdogverkopers in de warme stationshal.

Op het koude perron heeft iedereen haast. In dikke jassen spoeden de passagiers zich van en naar de treinen, vaak sjouwend met indrukwekkende hoeveelheden bagage.

De enigen op het perron die geen haast hebben, zijn de kruiers. In hun donkerblauwe pakken met fluorescerende strepen hangen ze naast hun karretjes. Zodra er een trein nadert, stellen ze zich strategisch op. Om kruier in Moskou te mogen worden, moet je afkomstig zijn uit Tatarstan. Ik hoorde dat deze ochtend voor het eerst, maar kruiers zijn Tataren. Achterdochtige Tataren, zo bleek. 'Ik ben aan het werk, kunt u dat niet zien', bromt Rasjid terwijl hij een sigaret opsteekt. Over twintig minuten komt er een trein aan uit Vorkoetija, en daar wacht Rasjid op.

Intussen heeft zich een groep verweerde mannen op het perron verzameld. Ze verdringen zich rond hun leider, een dikzak in zwart leren jas die met behulp van een lijst controleert of iedereen er is. De mannen zijn oproepkrachten die straks vertrekken naar Archangelsk. Daarna reizen ze door naar Nova Zembla, het eiland van Willem Barentsz, waar in de jaren vijftig kernwapens werden getest. 'We gaan een bouwklus uitvoeren voor het leger', vertelt een van hen. De dikzak duwt hem opzij en vraagt: 'Zoekt u arbeiders?' Na mijn ontkenning blaft hij: 'Wat doet u hier dan?'

De trein uit Vorkoetija rijdt binnen. Honderden passagiers stappen uit, verkreukeld na 36 uur treinen. Geen tijd voor een praatje, en al helemaal geen zin.

'De passagiers zijn minder aardig geworden', constateert wagondame Olja Joerijevna. 'En ze hebben gelijk. De kaartjes zijn duurder terwijl de service en kwaliteit veel minder zijn.' Terwijl ik me in haar wagon opwarm, haalt zij een grote schop te voorschijn. Ze moet straks het ijs onder de wagon wegslaan, ander vriezen de wc's dicht.

Voor Joerijevna is het geen ochtend. Haar shift begon twaalf dagen geleden en zal nog drie dagen duren. In die periode is zij in haar eentje verantwoordelijk voor deze slaapwagon. Ze stookt de kolenkachel op, houdt de coupschoon, controleert kaartjes en verschoont de lakens. Af en toe steelt ze een uurtje slaap. Ik schaam me voor mijn eigen slaperigheid.

Meer over