Ochtend in Jeruzalem

Ik heb een enorme hekel aan deze stad en zo mogelijk een nog grotere aversie tegen vroeg opstaan. Meestal zie ik Jeruzalem pas in de late ochtend of, als ik op pad ga, in het vroege schemerlicht voorbijrazend aan het raam van mijn taxi, zo kan ik er nog net...

Maar soms kom je er niet onderuit en moet je op het altaar van de journalistiek offers brengen, je dik inpakken en de stad zien in het felle ochtendlicht met tranen in de ogen van de gure wind. Hup naar Abu Shukris restaurant in de oude stad, de beste plek om humus met foul te eten, het Arabische ontbijt der kampioenen, kikkererwtenpuree met bruine bonen drijvend in de olijfolie. Gelukkig woon ik alleen.

Op de hoek van mijn buurt en de oude stad is van de redenen te zien waarom ik het leven hier verafschuw. Het is rond een uur of zeven en er staan al een paar rouwenden bij het gei¿mproviseerde monument voor de acht mensen die nog geen 24 uur geleden omkwamen toen een bus hier ontplofte.

Jeruzalem is de focus van het conflict. Het trekt fanatici aan van alle geaardheden, de nationalisten, de idealisten, de terroristen en de fundamentalisten. Het is ook nog eens een kille regeringsstad, een soort kruising tussen Den Haag en Staphorst, ik ben zelf Amsterdammer en heb daar dus niets mee.

Lekkere ochtendwandeling, aan het eind van de straat stopt de politie alle auto's met Palestijns-uitziende inzittenden. De controle wordt uitgevoerd door twee sexy-ogende agentes, eentje met een enorm geweer, de ander met een bos blond haar onder haar pet. Hebben de wachtende Palestijnen in ieder geval iets om naar te kijken.

Het conflict is overal, ik kan de stad er niet los van zien, de situatie staat het gewoon niet toe. Even verderop stopt een bestelbusje waaruit drie Palestijnse arbeiders stappen. Mogelijk komen ze van de andere kant van de muur in aanbouw die op de volgende heuveltop te zien is. Ze werken aan een museum voor de eerste rechtse premier van het land, Menachem Begin, een van de belangrijkste voorvechters van Groot-Isra

Ik loop de oude stad binnen door de Jaffapoort. Abu Shukri zit in een straat tussen de Klaagmuur en de Damascuspoort. Veel scholieren uit de moslimwijk gebruiken de route en ook streng-orthodoxe joden die 's ochtends vroeg bij de Klaagmuur bidden. De orthodoxen in hun lange zwarte jassen en met hun zwarte hoeden op lopen met ferme tred langs de moslims. Ze houden een gebedsboekje vlak voor hun neus en lijken er al lopend diep in op te gaan.

Ik hoor soms dat ze niet 'bezoedeld' willen worden met vreemde invloeden terwijl ze door de straten lopen. Volgens mij zijn ze gewoon doodsbang.

Abu Shukri is helemaal leeg, ik had gehoopt mijn vriend Omar daar te zien. Hij werkt voor de plaatselijke pers en moet dus wel vroeg op, soms komt hij langs. Ik koop een krant, ga in het lege restaurant zitten en probeer niet te luisteren naar de radio waarop verzen uit de koran worden voorgelezen.

Meer over