Obama's eerste blunder

Een ding moet Obama in het bijzonder verontrusten: dat hij inmiddels in de islamitische wereld bijna even impopulair is als Bush

Thomas von der Dunk

Het zit Barack Obama niet mee. Ofschoon hij de intelligentste Ameri­kaan­se president sinds decennia is, regeert hij een land waarvan de interna­tiona­le overmacht tanende is - en dat wordt door het electoraat niet zijn misera­bele voorganger, maar hém aangere­kend.

Binnenslands heeft hij teveel op het fatsoen van zijn tegenstan­ders gerekend, die onder aanvoering van de republikeinse kliek rond Sarah Palin en FoxNews met een permanente laster­campagne begonnen zijn om hem zwart te maken. Inmiddels gelooft al een kwart van de Amerikanen dat hij heimelijk moslim en niet in Amerika geboren is - beide in de ogen van normale mensen niet echt bepaald halsmisdaden, maar voor hysterisch ultrarechts ginds wel.

Meerderheid
Door te willen verbinden wat zich gewoon niet wil laten verbinden, heeft Obama te weinig gebruik durven maken van de stevige meerderheid die hij in het Congres bezat. Hij lijdt - een algemeen euvel in demo­cratieën, ook in Nederland - teveel aan de behoefte om aardig te willen worden gevon­den, en durft te weinig met de vuist op tafel te slaan.

Ook op buitenlandspolitiek gebied is dat soms nodig - en dan niet ten overstaan van aartsvijanden, bij wie dat weinig helpt, maar van vermeende vrienden, die zich van keurige vermaningen niets aantrekken.

Spagaat

Obama's hoofdprobleem, dat op een onmogelijke spagaat neerkomt: de internationale machtsverhoudingen zijn wezenlijk in Amerika's nadeel veranderd, en de meeste Amerikanen weigeren dit, op grond van diepge­wor­telde nationale superioriteitsgevoelens - Gods own country met een univer­sele Manifest Destiny - onder ogen te zien en de consequentie daarvan te aan­vaarden: dat Amerika niet meer even elders de knop kan omzetten als een ander land iets doet wat de spilzieke American way of life in gevaar kan brengen. Want het punt met deze manier van leven is, dat die parasi­teert op de rest van de wereld, en de opko­mende BRIC-landen nu ook hun 'rechtmatig' aandeel in de materiële welvaart willen hebben.

Wantrouwen
Obama kampt wereldwijd met een enorm wantrou­wen jegens de bedoe­lingen van Amerika, product van jarenlange blindheid voor de opvat­tingen van andere landen, culminerend in het arrogante unilateralis­me van Bush.

In de opstelling van China en Rusland, van Brazilië en Turkije inzake Iran zit ook iets van revanche voor wat men daar als jarenlange schoffe­ring be­schouwt. En nu Amerika in Irak en Afghanis­tan, gemeten aan de eigen hoogdravende pretenties destijds, gefaald heeft, en de kredietcrisis haar ook economisch enorm heeft ver­zwakt, grijpen deze landen hun kans om Washing­ton de nieuwe verhoudingen in te peperen.

Een ding moet Obama in het bijzonder verontrusten: dat hij inmiddels in de islamitische wereld bijna even impopulair is als Bush. Van de goodwill die hij ruim een jaar terug met zijn Caïro-rede kweekte, is niets meer over - en dat heeft natuurlijk alles te maken met het kortzichtige Midden-Oosten­beleid, waarbij Amerika zich volledig door Israël gijzelen laat.

Zoals een van Nederland's meest getalen­teerde diplomaten, schei­dend ambassadeur in Jakarta en islamoloog Nikola­os van Dam in een Volks­krant-inter­view op 11 augustus de Wildersiaanse waandenkbeelden becom­mentarieer­de: "Wil je het terrorisme begrij­pen, dan moet je je concentreren op de sociale achtergronden, de politieke achtergronden. Die brengen de mensen tot bepaalde daden, hun frustraties of idealen. Niet het geloof".

Boodschap
Dat is een boodschap, die ook de nodige zelfbenoemde 'islamken­ners' onder Nederland's columnisten eens ter harte zouden moeten nemen - maar die hebben het luisteren allang verleerd. Het pro­bleem ten onzent is dat zelfs sommige ooit meer bezonnen commentatoren langzaamaan de ver­knipte PVV-ideologie naar de mond zijn gaan praten om maar vooral niet de aansluiting bij 'het volk' - of tenmin­ste het meest schreeuwerige deel van het electoraat dat daarvoor doorgaat - te missen.

In het licht van wat Van Dam te berde bracht, heeft Obama eervorige week een blunder begaan - mogelijk de eerste echte tijdens zijn president­schap. Hij dreigde Turkije met een wapenstop vanwege de opstelling van Ankara jegens Israël en Iran, namelijk indien het de band met het eerste land niet verbetert en met het tweede niet verslechtert.

Taliban
Niet dat ik nu zo voor wapen­leveranties ben: die hebben ook Washington vaak naderhand meer ellende dan plezier bezorgd. Het vecht daardoor regelmatig tegen zelfgecreëerde Monsters van Frankenstein - zie de ooit tegen de Russen bewapende Taliban in Afghanistan en de militaire en nucleaire hulp aan de sjah waarvan thans nog de ayatollahs in Teheran profite­ren.

Inzake de relatie Turkije-Israël wordt hier evident het foute land bestraft. De door intern-electorale overwegingen bepaalde Amerikaanse onwil om een chicanerende Netanyahu tot de orde te roepen, vormt een cruciaal element in de Arabische afkeer van Amerika - en nu dus ook van Obama.

Het is ook essentieel voor de groeiende sympathie die Iran onder Arabi­sche mos­lims geniet. Zoals Shinley Telhami, hoogleraar aan de Maryland University, het recent in de Los Angeles Times formuleerde: "Hoe bozer het Arabische publiek is op Israël en de VS, des te minder het zich zorgen maakt over Iran, dat het allereerst ziet als de vijand van mijn vijand".

Een werkbare relatie met Turkije is voor het Westen cruciaal: het kan zich niet veroorloven Ankara voortdurend te schofferen, omdat het het eigen Holocaust-schuldcomplex nog niet heeft verwerkt. Dat een land van zeventig miljoen inwoners geostrategisch van onmetelijk groter belang is dan een van zeven miljoen, snapt een kind. Het ernstige is dat Amerika in dat opzicht nog teveel door haar eigen scheve wereldbeeld wordt ver­blind.

Meer over