Obama moet brand blussen en tegelijk niet te veel toegeven

De president laveert tussen de buitenlandse woede over de afluister-praktijken van de NSA en de binnenlandse druk om niet te 'overcorrigeren'.

VAN ONZE CORRESPONDENT ARIE ELSHOUT

NEW YORK - Balancerend tussen vele vuren probeert president Obama de uitslaande diplomatieke brand over de Amerikaanse afluisterpraktijken te bezweren. Hij zou een eind willen maken aan het bespioneren van buitenlandse leiders door de National Security Agency (NSA). Maar de details van zijn plan zijn nog vaag. Hij staat voor een lastige opgave: hij moet de verhitte gemoederen tot bedaren brengen, maar tegelijkertijd staat hij onder druk niet te veel toe te geven.

Amerika's hoogste spionnenbaas, James Clapper, waarschuwde het Congres dinsdag dat het niet moet 'over-corrigeren'. Wij bespioneren niet 'lukraak' andere landen, zei de Directeur Nationale Inlichtingen op een hoorzitting van de inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden. Volgens hem is het doorgronden van de bedoelingen van buitenlandse leiders een 'winterharde plant' voor de spionagediensten, een vaste waarde. Ze worden geanalyseerd om te bepalen 'of datgene wat ze zeggen in overeenstemming is met wat er echt gebeurt'.

Bovendien is het kennelijk een twoway street: ook de Amerikaanse leiders en inlichtingendiensten worden afgeluisterd, zei Clapper. En wel door hun bondgenoten. 'Het is een kwestie van routine', voegde hij er droogjes aan toe, 'er is echt niets bijzonders aan.'

Ook generaal Keith Alexander, het hoofd van de veel bekritiseerde NSA, getuigde. Hij zei dat zijn dienst onder strikt toezicht staat. 'Niets van wat onthuld is, heeft aangetoond dat we iets illegaals of onprofessioneels doen.'

Van alle kanten wordt er getrokken aan president Obama, in binnen- en buitenland. Tegenover de top van het inlichtingenapparaat staat Dianne Feinstein, de voorzitter van de inlichtingencommissie van de Senaat. In een gesprek op het Witte Huis drong zij aan op maatregelen. 'De VS zouden niet telefoongesprekken of e-mails van bevriende presidenten en premiers mogen verzamelen.' Haar commissie begint een 'groot onderzoek naar alle inlichtingenprogramma's'.

Alom bestaat het gevoel dat met het afluisteren van de mobiel van de Duitse bondskanselier Angela Merkel een grens is overschreden. Feinstein is wat dat betref een goede graadmeter. Tot nu toe was de Democrate uit Californië een van de felste verdedigers van de NSA. Toen klokkenluider Edward Snowden het bestaan onthulde van programma's waarbij gegevens werden verzameld over telefoongesprekken en internetverkeer van burgers in Amerika en daarbuiten, verdedigde zij die geheime praktijken als noodzakelijk in de strijd tegen het terrorisme. Maar nu veroordeelt zij het bespioneren van bevriende leiders, omdat het Congres en een geheime inlichtingenrechtbank daar geen toezicht op houden.

Feinstein, zeggen medewerkers, voelt zich 'gefrustreerd' omdat haar commissie niet was geïnformeerd over de details van politiek zo gevoelige operaties als het afluisteren van bondgenoten als Merkel. Het is voor haar, en anderen in Washington, een bewijs dat de NSA zo uit zijn krachten is gegroeid dat de controle tekortschiet.

Na haar gesprek op het Witte Huis zei Feinstein dat haar gezegd was dat de regering zou stoppen met alle inlichtingenwerk in bevriende landen. Maar later noemde een hoge regeringsfunctionaris dat 'niet helemaal juist'. Obama zou ook nog niet een definitief besluit hebben genomen over het staken van het afluisteren van de bondgenootschappelijke leiders.

In een tv-interview schetste de president de moeilijke keuze waarvoor hij staat. Enerzijds wil hij niet dat het uit de hand loopt met de NSA en zijn toenemende technologische capaciteiten om mensen te bespioneren. 'We moeten ze politieke sturing geven.' Maar anderzijds, zei hij, moet bedacht worden dat de inlichtingendiensten maar 'één doel hebben en dat is ervoor zorgen dat het Amerikaanse volk veilig is'.

Het is laveren voor Obama. Dat het inlichtingenapparaat van zich afbijt, bleek niet alleen uit de getuigenissen van Clapper en Alexander. De krant The Los Angeles Times meldt dat inlichtingenfunctionarissen zich ergeren aan wat zij zien als de pogingen van het Witte Huis om zich van hen te distantiëren. Wanneer een buitenlandse leider wordt gevolgd, wordt de Amerikaanse ambassadeur in dat betrokken land op de hoogte gesteld, alsmede stafleden van de Nationale Veiligheidsraad op het Witte Huis. Het kan zijn dat de president van niets wist, zoals The Wall Street Journal meldde, maar dat geldt niet voor zijn naaste adviseurs, aldus de bronnen van de Los Angeles Times.

Uit dit bericht blijkt dat de beruchte Washingtonse inter agency battle, de strijd tussen de diverse overheidsinstellingen, volop is losgebarsten.

undefined

Meer over