Obama: de nieuwe Nixon

De Amerikaanse president Obama zit in een schandaalsfeer: leugens over de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, de belastingdienst die critici van Obama achtervolgt en het bespioneren van journalisten. Wie volgens buitenlandcommentator Paul Brill een vergelijking maakt tussen Obama en ex-president Richard Nixon is 'slecht op de hoogte van de geschiedenis' (Buitenland, 18 mei). Ik neem die handschoen op.

Veertig jaar geleden was Washington in de ban van Watergate. De perikelen van Obama zijn er uiteraard niet identiek aan. Maar er is een soortgelijk afbladderingsproces van Obama's geloofwaardigheid. Het symbool van Hope and Change wil de geschiedenis ingaan als een Kennedy. Nu duikt het beeld op van de vermaledijde Nixon.

Obama is net als Nixon een campagnedier. Alles draait om verkiezingscampagnes en alles is gewettigd. Obama is net als Nixon lichtgeraakt, geeft anderen de schuld en ziet overal 'vijanden'. Bij Obama: de Republikeinen; bij Nixon: de 'linkse pers'. Elk schandaal toont een Nixon-facet van Obama.

Leugens. Bij de aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, 11 september 2012, kwamen ambassadeur Stevens en zijn lijfwachten om. De CIA meldde direct dat het een 'terreuraanval' was. Obama wilde dat woord, twee maanden voor de presidentsverkiezingen, niet horen. Osama bin Laden was dood, daarmee was de kous af. Het Witte Huis koos een andere verklaring: de aanval was een uit de hand gelopen demonstratie tegen een YouTube-filmpje dat de profeet Mohammed ridiculiseerde. Obama zei dit in zijn toespraak tot de VN; minister Clinton van Buitenlandse Zaken zei het aan de nabestaanden van de slachtoffers.

Het was niet waar, bleek tijdens een hoorzitting in de Senaat. Medewerkers van Buitenlandse Zaken getuigden als 'klokkenluiders': het was een terreurdaad. Gregory Hicks, plaatsvervangend hoofd van de Amerikaanse ambassade in Libië, had dit persoonlijk aan minister Clinton gemeld. Obama en Clinton hielden vast aan de vervalste versie. Hicks werd gedegradeerd.

Intimidatie. Het grootste gevaar voor Obama is het IRS-schandaal, waarbij de belastingdienst conservatieve groepen en geldschieters van Obama's tegenkandidaat Mitt Romney door de mangel haalde. De fiscus verlamde conservatieve groepen met procedureslagen over hun gebruikelijke belastingvrije status, achterhaalde namen van geldschieters en speelde die door aan Obama-gezinde groepen die deze 'rijken' zwart maakten. Kortom: de fiscus als politieke politie. In april 2012 ageerde Obama zelf in de campagne tegen 'rijke figuren met een twijfelachtige reputatie' die Romney steunden. Zo noemde hij zakenman Frank VanderSloot uit Idaho die daarop de fiscus op bezoek kreeg voor een diepgaand onderzoek. Een Obama-gezinde 'onderzoeker' snuffelde door het scheidingsdossier van VanderSloot. De meeste acties van de fiscus tegen Obama's opponenten vonden plaats in Ohio, de belangrijke swing state.

Uit een hoorzitting in het Congres bleek dat de acties deel uitmaakten van een breder patroon, met medeweten van een brede groep. De top van de belastingdienst wist ervan. De topman bezocht het Witte Huis 118 keer in één jaar. Daarop moest Obama's woordvoerder, Jay Carney, toegeven dat hoge beleidsmedewerkers van de president - inclusief diens kabinetschef, Dennis McDonough - op de hoogte waren.

Op Obama komt de vraag af die Republikeins senator Howard Baker formuleerde in de Watergate-hoorzitting: What did the President know and when did he know it? Of, zoals de toenmalige talkshow-presentator Dick Cavett het zei: When did the President know and when did he stop knowing it? Er volgen hoorzittingen, getuigen onder ede en speciale onderzoeksrechters. Wordt vervolgd.

Persbreidel. Het derde schandaal, het bespioneren van journalisten, is symptomatisch. Het betrof vooral journalisten van Fox News, een tv-zender waar Obama een gruwelijke hekel aan heeft. Fox is voor Obama wat The New York Times was voor Nixon: de 'erfvijand'. Het ministerie van Justitie volg-de, in opdracht van minister Holder, de persoonlijke e-mails van Fox-journalist James Rosen maar liefst een maand lang. Bob Woodward, de Washington Post-journalist die in 1972 Watergate onthulde, typeerde het optreden van Obama's Witte Huis als 'Nixonian'.

Amerikanen respecteren hun president. Maar dat slaat snel om in wantrouwen en afkeer als ze merken dat hij het staatsapparaat misbruikt voor persoonlijke afrekeningen. Een Amerikaanse president staat niet boven de wet. Dat gold voor Nixon. Het geldt nu voor Obama.

undefined

Meer over