'O vrede ik heb je nodig'

Dinsdagavond 12 oktober wordt 'Ik ben alleen' ten doop gehouden, met onbekende dagboekfragmenten en poëtische verzuchtingen van Marilyn Monroe, veelbezongen filmster en sekssymbool; 48 jaar geleden gestorven, op 36-jarige leeftijd.

Ze was al zo veel, Norma Jeane Mortenson (1926-1962), beter bekend als Marilyn Monroe - Amerikaanse filmster, model, zangeres en icoon. Drie keer getrouwd en gescheiden, diverse keren opgenomen in psychiatrische klinieken, alleen gestorven in haar huis in Brentwood (Califonië) op 5 augustus 1962, aan een overdosis slaapmiddelen. Postuum blijkt ze nu ook nog een intellectueel en dichteres geweest te zijn.


Dat is althans de mening van de samenstellers en bezorgers van haar literaire nalatenschap, twee dozen met krabbels en briefjes - geschreven tijdens het wachten op de filmset, 's avonds in een hotel, of tijdens het verblijf in een kliniek - die zich tot dusver bij de weduwe en kinderen van Monroes acteercoach Lee Strasberg bevonden.


In het voorwoord bij Ik ben alleen, zoals de uitgave heet die dinsdag wordt gepresenteerd in het Amsterdamse café Cox, bezweren samenstellers Stanley Buchtal en Bernard Comment dat aan de openbaarmaking van deze persoonlijke notities louter literaire en artistieke motieven ten grondslag liggen, geen commerciële. Juist die verzekering wekt argwaan.


Marilyn als dichteres. Er zijn beroemde foto's waarop de blondine literatuur zit te lezen (Ulysses van James Joyce, Leaves of Grass van Walt Whitman), waarop ze danst met Truman Capote of een bezoek brengt aan Carson McCullers. In 1950 heeft Marilyn in de avonduren aan de universiteit van Los Angeles colleges literatuurgeschiedenis gevolgd.


Haar bibliotheek telde vierhonderd boeken (Hemingway, Kerouac, Steinbeck, Flaubert). Ze is een tijdje getrouwd geweest (1956-1961) met de toneelschrijver Arthur Miller. Maar daar word je nog geen dichter van.


In het voorwoord moeten ingewikkelde sprongen worden gemaakt om die suggestie te funderen: schrijft Marilyn in een somber gedicht over de Brooklyn Bridge, dan 'moet dat haast wel verwijzen' naar het epische gedicht The Bridge (1926) van Hart Crane. En schrijft ze haastige krabbels, dan is dat 'sterk elliptisch proza dat de grenzen opzoekt van het geheimzinnige taalgebruik dat eigen is aan de poëzie'.


De arme. Het mag niet dat we haar zien als een vriendelijk en onzeker wezen, van wie anderen altijd maar iets moeten, nog steeds, ook bijna een halve eeuw na haar dood, op 36-jarige leeftijd. De verleiding is onweerstaanbaar om iets van haar te maken, haar te kneden tot ze past in het beeld dat derden van haar scheppen.


Ik ben alleen is een voorbeeldige uitgave, met de notities in facsimile, de transcriptie, en de vertaling.


'o vrede ik heb je nodig - zelfs een vredig monster'~ 'de jeugd van iedereen speelt zich vanzelf af/ Geen wonder dat niemand de ander kent of echt helemaal begrijpt' ~'Entsagung (wat betekent dat?)'~ 'ik denk dat ik altijd/ doodsbang ben geweest om echt iemands/ vrouw te zijn'


Soms noteert Marilyn recepten, die met enige goede wil nog als ready made kunnen worden gelezen ('geen knoflook/ zuurdesem/ stokbrood- in koud water dompelen en uitknijpen/ dan afgieten'), maar dat zegt dan vooral iets over onze goede wil.


Voor de camera, schrijft ze in 1956 aan Strasberg vanuit hotel Bel-Air in Los Angeles, 'verlaat mijn concentratie en alles wat ik probeer te leren me. Dan heb ik het gevoel dat ik in het menselijke ras helemaal niet meer besta.' Dat is geen poëzie, maar een tragische hartekreet.


De mooiste regel is de verweesde, die ze circa 1955 schreef, in aandoenlijke hanenpoten: 'having a sense of myself' ('een gevoel van mezelf hebben').


De rest van de pagina is maagdelijk gebleven. Er kwam niks. Het wit staarde terug - en doet dat nog altijd. Op zo'n moment kun je denken dicht bij haar te komen. Op deze plek had haar gedicht kunnen staan. Maar het verscheen niet.


Die zwijgende pagina is Marilyn Monroes sprekendste bijdrage aan de literatuurgeschiedenis.


Meer over