O God, verlos Israël uit zijn benauwdheden

Orthodox christelijk Nederland weet zichzelf te organiseren. In het parlement vormt het een opmerkelijk stabiele factor, de EO krijgt moeiteloos een stadion vol met gospelminnende jongeren, en donderdag belegde de lobby-organisatie Christenen voor Israël een betoging in Den Haag....

Organisator Pee Koelewijn was, zo vertrouwde hij de menigte toe, in een overmoedige bui uitgegaan van 750 manifestanten. Maar toen ze, later op de avond, met z'n allen de Grote of St. Jacobskerk in wilden om naar mooie toespraken te luisteren, bleken ze een nauwelijks te verstouwen massa van ruim 2500 zielen te vormen.

'Dat zijn er meer dan in 1973', zegt een oudere betoger - doelend op de roemruchte pro-Israël betoging in de Amsterdamse Koopmansbeurs die de Arabische wereld tot de afkondiging van een olieboycot inspireerde. Niemand kan het beamen. De opkomst spreekt alom tot de verbeelding.

Toch spoort bijna elke spreker de aanwezigen aan tot deemoed. Niet omdat dit een christelijke deugd is, maar omdat zij een Gideonsbende vormen in een duistere, door anti-Israëlische - lees: antisemitische - sentimenten vergiftigde wereld. André Rouvoet, Kamerlid voor de ChristenUnie, noemt de schroom van joden om in het openbaar hun keppeltje te dragen, en prijst zijn vroegere fractiegenoot Van Middelkoop om zijn durf af en toe te zondigen tegen de anti-Israëlische mode.

Juist vanwege de ongunst der tijden, worden de dissidente standpunten met verve vertolkt. Iemand moet tenslotte toch de moed tonen om het voor de bewoners van het beloofde land op te nemen? En in de tale Kanaäns van de dominees en schriftgeleerden krijgt het bewustzijn tot een kleine, maar verstandige minderheid te behoren een zekere schoonheid.

De aanleiding van de toogdag is een manifestatie op zich: het is geen reactie op de zoveelste zelfmoordaanslag, maar een herdenking van de hereniging van Jeruzalem tijdens de Zesdaagse Oorlog - precies 35 jaar geleden. De vertolking van het onofficiële volkslied van Israël uit die dagen, Jeruzalem stad van Goud, dompelt de aanwezigen in een vloed van nostalgie. 'Toen werd dat gezongen door Rika Zaraï', zegt een mevrouw uit Denekamp. 'Het was zelfs een hit. Te midden van het Beatles-geweld. Dat kun je je nu toch niet meer vóórstellen!' Ze neuriet zachtjes mee, met betraande ogen. 'Het was toen zo makkelijk om naast Israël te staan.'

Op andere momenten overheerst de strijdbaarheid. Als Arafat weer eens wordt afgeserveerd als een bendeleider, of wanneer de dubbele standaarden van het Westen worden gehekeld. 'Er is nooit een Palestijns volk geweest', betoogt dominee J. de Vreugd, 'nationaal voorzitter' van Christenen voor Israël. Er zijn alleen Arabieren, en die hoeven niet per se in het beloofde land te wonen. En zou de vrede gediend zijn, vroeg hij zich af, bij een verdere versnippering van het nietige stukje land waar nu de joden wonen?

Vanavond zijn ze talrijk, maar ze vormen een minderheid. Men stelt geen hoop in wereldlijke heersers, maar in de hogere macht waaraan het volk van Israël is toevertrouwd. Maar in sommige leuzen klinkt wel enig ongeduld door: 'O God, verlos Israël uit zijn benauwdheden.'

De meerderheid zwijgt ditmaal. Bij de ingang van de kerk staat slechts een Marokkaans meisje met haar broertje. Ze heeft de stoet per fiets vanaf het Plein gevolgd. Waarom? 'Het is heel boeiend.' Is ze niet boos? 'Niet op die mensen.' Waarop dan wel? 'Op hun Israëlische vlaggen.'

Meer over