O, daar heb ik nog wel een leuk verhaal bij

17 september, het was Prinsjesdag

CAREL HELDER

Kent u de Krentenbol Prins Hendrik? Of nee, kent u Kees Stip nog (1913-2001)? Hij ging de geschiedenis in als schrijver van honderden dierengedichtjes. Toch heeft hij ook het mooiste gedicht in de Nederlandse taal geschreven, als we P.C. Hooft-prijswinnaar Hendrik de Vries mogen geloven. Marche Militaire heet het, en het begint zo:

De zon was een maan in de mist,

wij liepen in lange colonnen;

zo zijn deze dingen begonnen

waar niemand het einde van wist.

Stip kon veel. Als copywriter produceerde hij onder meer teksten voor het Polygoon-journaal en grappen voor Wim Kan, die hij de cabaretier in ruil voor een briefje van 25 aan de achterdeur van het theater overhandigde - geen feit waaraan Kan zelf volop ruchtbaarheid gaf. Maar niet alleen op papier was Kees Stip een geestige man. Een dispuutgenoot herinnerde zich dat ze 's nachts in Utrecht samen naar een etalage met een opgezette kangoeroe stonden te kijken. Naast zich hoorde hij zeggen: 'Dag, mevrouw. Is uw dochter thuis?'

Een paar jaar later zou Stip als dienstplichtig militair langs de route van de Gouden Koets in de houding staan. En blijven staan, uiteindelijk helemaal alleen, zelfs tot de koets voor de tweede keer langsreed, nu in tegenovergestelde richting, met uit het raam het rode hoofd van Prins Hendrik, een enorme lap tong in de richting van een krentenbol met kaas bewegend. Tot zijn 87ste heeft de dichter iedereen die in zijn witte Groningse boerderijtje op bezoek kwam de specialiteit van het huis geserveerd - mét kaas dus: de Krentenbol Prins Hendrik.

undefined

Meer over