Column

Nuttigste uitvinding: vingeruitsparing in beschuit

Van alle belangrijke verworvenheden van de westerse beschaving - riolering, selfiesticks, antislipsokken - is de nuttigste toch wel de vingeruitsparing in beschuit. Bedacht door Theo Tempels (wat een naam! Daarmee had hij wereldberoemd vibrafonist kunnen worden) in 1998, en gejat door de firma Bolletje in 2000.

Thomas van Luyn
Thomas van Luyn Beeld Robin De Puy
Thomas van LuynBeeld Robin De Puy

Tempels protesteerde, waarna de beschuitgigant probeerde hem monddood te maken met rechtszaken en dwangsommen. Vergeefs: de rechtbank gunde Tempels het octrooi op inkepingen in gebakken producten in nauwsluitende verpakkingen, en Bolletje moest dokken. Ik hoop dat hij ergens op een tropisch eiland met een helikopterplatform zit te genieten van zijn dubbel en dwars verdiende octrooirechten.

Mijn vrouw echter weigert deze schitterende technologie, die het leven van zo veel mensen heeft verbeterd, te omarmen. Ze blijft hardnekkig inkepingloos beschuit kopen. Uit, tja, principe of zo. Zoals Amish weigeren in gemotoriseerde voertuigen te rijden. Terwijl het toch duidelijk is dat een normaal mens een beschuit slechts verbrokkeld en verkruimeld uit de rol kan krijgen, omdat een normale mensenvinger nu eenmaal niet tussen het ribbelkarton en het beschuit past. Dan moet er iets breken, en mijn vinger en het ribbelkarton doen dat niet - toch niet zo ingewikkeld allemaal, zou je denken.

Maar mijn vrouw leeft geestelijk nog in de Middeleeuwen. De gemankeerde cirkelvorm van beschuit-met-uitsparing ervaart ze als hekserij. Ze beweert dat dit moderne, ergonomisch verantwoorde beschuit anders smaakt en dat het inkepinkje neerkomt op genetische manipulatie. Als dit onnatuurlijke beschuitje zich in het wild voortplant, sterven de normale beschuitjes uit en stort het hele ecosysteem in, zo vreest ze. De beschuitbakker moet niet voor God spelen.

Hoe doet zíj het dan, hoor ik u vragen. Welnu, het is lastig te omschrijven, maar het is een techniek waarbij haar wijs- en middel vinger beurtelings prikken aan de buitenkant van de rol, tussen het bovenste en het ondergelegen beschuitje in. Al prikkelend trippelen die vingers omhoog, totdat een beschuitje bovenaan verschijnt, meestal ongeschonden.

Het getuigt van geduld en vaardigheid, maar dat geldt ook voor het karnen van boter, en daar heb ik ook niet elke ochtend zin in. Speaking of which: hoewel ze geen 'onnatuurlijk' beschuit blieft, zit ze er niet mee er margarine op te smeren: een chemische emulsie waarin het enige natuurlijke bestanddeel water is. Geweldig spul, daar niet van, want vroeger moesten mensen een klont boter op hun beschuit zien uit te smeren en wie dat wel eens geprobeerd heeft, weet wat er gebeurt als koude boter op brosse materie wordt gedrukt. Als onze eigen Antoon Jurgens niet in 1871 de eerste margarinefabriek was begonnen, had niemand ooit een gaaf, gesmeerd beschuitje gezien.

Margarine heette toen trouwens kunstboter en ik zou het nu zó leuk vinden als u allemaal dat woord weer ging gebruiken! 'Schat, mag ik de kunstboter?' En nóóit margarine 'boter' noemen, want dat is het niet. En wie boter 'roomboter' noemt, moet dood (tenzij u het bent).

Waar was ik?

Oh ja.

Ik zou de erven Bolletje kunnen vragen of ze kleine stukjes beschuit kunnen maken die precies in Theo Tempels' vingeruitsparing passen. Deze Inkepingcompensator © (pat. pend.) zou fungeren als adapter die conservatieve beschuiteters compatible kan maken met de 21ste eeuw. Met een plakje kaas erover zie je er niets van.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over