Nutteloos

TOEN Flip hoorde dat de deur van de ijskast kapot was kwam hij weer thuis. Twee weken boos weggeweest! Wat was het lekker rustig en wat heb ik een kasten kunnen opruimen, zonder telkens weer te horen: 'Niet weggooien!...

Tevreden mopperend sloeg hij aan het repareren. Onderwijl gaf hij me standjes over stoppenkasten en temperatuurregelaars, en die avond wou hij een Goed Gesprek. Flip was niet boos op mij geweest, maar op zichzelf, dacht hij achteraf. 't Was allemaal paniek omdat hij binnenkort als vutter een nutteloos persoon zou zijn, begreep ik dat? Onze dochters hadden hem echter verzekerd dat hij zich nooit en te nimmer nutteloos moest voelen, want dat was-ie niet, en nou zouden wij samen zinvol verder kunnen, met enige opvang mijnerzijds voor zijn prille gevoel van kwetsbaar nieuw besef. Of zoiets.

Ik werd er helemaal mies van. Als huisvrouw die eindeloos veel aardappels schilde, trappen veegde en verhaaltjes voorlas kwam ik er al lang geleden achter dat een mens eigenlijk niet zo nuttig is. Je kookt een prachtige maaltijd, de familie vreet hem op. Je dweilt de vloer en er gaat modder overheen. Je kinderen worden groot en ze onthouden voornamelijk wat je verkeerd deed. Op iets groter formaat geldt hetzelfde voor een man die jarenlang een baan had van maatschappelijk belang, want voor hem komt er toch ook een ander en het geld dat hij verdiende is snel uitgegeven, ja toch? Eigenlijk zie ik nut meer als een demagogisch lokkertje om brave, gestresste burgers aan het werk te houden. Had Flip al die jaren in die onzin geloofd?

Ach, mijn man is wel verstandig, maar niet wijs. Voordat we slapen gaan maak ik de magnetron kapot, zodat hij morgen weer zinvol bezig kan zijn. Betere opvang weet ik niet, en het is wel zonde van al onze spulletjes. Maar als het hem helpt wil ik ons huis wel mollen.

Meer over