Nullijn is een rekbaar begrip

De lonen worden volgend jaar bevroren, hebben kabinet en sociale partners afgesproken. Maar dat wil niet zeggen dat het salarisstrookje twaalf maanden ongewijzigd blijft....

Dat de werkvloer over de nullijn klaagt, betekent allerminst dat alle werknemers de komende jaren op een houtje moeten bijten. In het sociaal akkoord hebben kabinet en sociale partners afgesproken dat de contractlonen twee jaar lang bevroren blijven. Toeslagen zijn wél toegestaan, mits eenmalig van karakter. Ze moeten afhankelijk zijn van winst of prestatie.

Dat maakt dat werknemers er ondanks de nullijn wel degelijk op vooruit kunnen gaan. Het is allang niet meer de algemene CAO-loonstijging die het meeste effect sorteert in de portemonnee. Promoties, toeslagen, bonussen, extra dienstjaren kostten de werkgevers vorig jaar meer aan loonruimte dan de algemene CAO-loonstijging. De trend om afhankelijk van prestaties extra te belonen is in het bedrijfsleven al zeker vijf jaar gaande. Sinds 1997 steeg het officële contractloon met 17 procent. Maar een werknemer die niet van baan veranderde, ontving daar gemiddeld nog eens 12 procent loonsverhoging bovenop, in de vorm van promoties, dertiende maanden en andere extra's.

Uit onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt dat individuele beloning steeds belangrijker wordt. Bijna alle CAO's werken met schalen en automatische dienstjaren. Toch waren werkgevers hieraan in 2002 slechts 0,6 procent loonruimte kwijt. Het vijfvoudige gaven ze uit aan salarisverhogingen op basis van inzet of promotie. Een vermoedelijke verklaring is dat 70 tot 90 procent van de werknemers aan het einde van de schaal zit - en er dus niets meer bij krijgt. Maar het is ook een teken dat werkgevers liever belonen op basis van individuele prestatie.

In het nieuwe regime blijven de periodieke verhoging en het extra dienstjaar toegestaan, evenals eenmalige winstdelingen. Dat maakt de tijd rijp voor een oud idee van de werkgeversvereniging AWVN: de winstdeling voor doelmatig werken. De vakbond zou met de bedrijfsleiding een doel moeten afspreken om efficiënter te produceren op de werkvloer, bijvoorbeeld door machines beter te benutten of het ziekteverzuim terug te dringen. De winst van deze exercitie moet als eenmalige bonus worden uitgekeerd aan het

personeel. In CAO's van uiteenlopende organisaties en bedrijven als de Consumentenbond, Car Glass en Akzo Nobel is dit al overeengekomen. Met de nullijn in zicht, alsmede de vele honderden CAO's waarover volgend jaar niettemin moet worden onderhandeld, maakt dit oude plan plotseling weer alle kans.

Het is allicht een manier waarop de collectieve sector aan de nullijn kan ontkomen. In de ambtenarij en aanpalende sectoren als de zorg zijn winstdelingen en bonussenbepaald geen gemeengoed. In de collectieve sector is voor 2004 nog vrijwel geen enkele CAO afgesproken. Daarom meldt het Centraal Planbureau nu al dat de lonen van (semi-) ambtenaren volgend jaar zullen achterblijven bij die in de marktsector. In het bedrijfsleven lopen verschillende CAO's door tot eind volgend jaar, met loonstijgingen van 2,5 procent of meer. De kans dat deze CAO's alsnog worden opengebroken is niet erg groot.

Al met al voorziet het Planbureau voor werkenden in 2004 een koopkrachtverlies van 0,75 procent. In het jaar 2005 komt daar nog 1 procent verlies bovenop. Mensen met een uitkering leveren volgend jaar naar verwachting al 1 procent in. Voor 2005 is voor hen nog geen schatting gemaakt.

Een algemene nullijn betekent dus niet dat iedereen volgend jaar op nul staat. De inkomensontwikkeling loopt daarvoor tegenwoordig te ver uiteen. De tijd dat een kabinet met een algemene loonmaatregel alle inkomens kon bevriezen ligt al lang achter ons. Het najaarsakkoord laat hooguit zien dat de loonvorming steeds decentraler en steeds vaker op individuele grondslag plaatsvindt.

Meer over