Profiel

Nu zijn de Taliban weer aan zet. Wat zijn zij van plan – en weten ze het zelf eigenlijk wel?

16 augustus 2021, Talibanstrijders in de Afghaanse hoofdstad Kabul, een dag nadat de Taliban de overwinning hebben uitgeroepen. Beeld EPA
16 augustus 2021, Talibanstrijders in de Afghaanse hoofdstad Kabul, een dag nadat de Taliban de overwinning hebben uitgeroepen.Beeld EPA

De Taliban zijn terug. Twintig jaar westerse interventie lijken in een zucht en een vloek verleden tijd. Maar wie zijn de Taliban die we nu zien? Hebben ze dezelfde idealen? ‘In de jaren negentig rolden ze er opeens in en moesten ze improviseren.’

Wat de Taliban met Afghanistan voor hebben, wat de Afghanen te wachten staat en welke maatregelen verwacht kunnen worden van een Taliban-regering – niemand die het echt weet. Wat leidt tot de vraag: weten ze het zelf eigenlijk wel?

In ieder geval hebben de Talibanleiders er tot nu weinig over gezegd, laat staan dat ze de afgelopen twintig jaar een blauwdruk hebben gepresenteerd voor de toekomst van het land. ‘De Taliban hebben nooit een duidelijke politieke visie naar voren gebracht voor Afghanistan onder hun bewind’, schreef de International Crisis Group (ICG) zaterdag, op een moment dat in de ene na de andere grote stad de Talibanvlag werd gehesen.

‘Ik wéét niet of ze geen plan hebben, het is allemaal speculatie’, zegt onderzoeker Martine van Bijlert van het Afghanistan Analysts Network (AAN). Laat staan dat ze weet wat zo'n plan behelst. Maar dat waarnemers van het kaliber Van Bijlert niet eens weten óf de Taliban een plan hebben, toont op zich al aan dat de politieke visie van de beweging niet evident is.

Toch vallen wel degelijk enkele contouren te schetsen. Zo is onderhand wel duidelijk dat de Taliban voornamelijk in hun eentje gaan regeren. Voor onderhandelingen met de - sinds zondag voormalige - regering van president Ashraf Ghani over machtsdeling toonden de Taliban weinig belangstelling, en het succes van hun tiendaagse blitz bevestigt hun aanpak in deze. Mogelijk zetten ze enkele onafhankelijke figuren op hoge posten, maar vermoedelijk geen leiders die het ancien régime belichamen.

Ook hoeven de Afghanen er niet op te rekenen bij verkiezingen hun stem te kunnen uitbrengen op een veelvoud van partijen en presidentskandidaten, zoals ze de afgelopen twintig jaar gewend waren. Dat zou moeilijk te rijmen zijn met het ‘islamitisch emiraat’, dat de Taliban zeggen te willen vestigen.

Maar met zo’n term kun je nog alle kanten op. In de huidige Afghaanse grondwet, opgesteld onder Ghani’s voorganger Hamid Karzai, staat dat Afghanistan een islamitische republiek is, waarvan de wetten niet strijdig mogen zijn met de islam. De preambule betuigt eer aan de ‘rechtvaardige jihad’. Wel kun je veronderstellen dat een emiraat wordt geleid door een benoemde emir, niet door een gekozen president.

Natuurlijk zijn er concrete aanwijzingen voor het beleid van een regering onder de Taliban: hun staat van dienst in de periode 1996-2001 – toen zij in Afghanistan de macht hadden – en hun gedrag in de steeds talrijker gebieden die zij de afgelopen vijftien jaar min of meer onder controle kregen.

Boerka

Ook in de tweede helft van de jaren negentig was Afghanistan een emiraat. De beelden daarvan zijn welbekend. Vanaf het moment dat de Taliban in het weekend van 28/29 september 1996 Kabul in handen kregen (ongeveer op dezelfde manier als afgelopen zondag), werden alle vrouwen en tienermeisjes verplicht een boerka te dragen en moesten alle mannen hun baard laten staan. ‘De vrouwen van Kabul zijn verdwenen’, kopte de Volkskrant daags na de val van de hoofdstad.

De gekste en soms gruwelijkste berichten kreeg de wereld in de vijf jaar daarna te horen. Meisjes mochten niet langer naar school. Vermeende misdadigers werden verminkt of gestenigd, ten aanschouwen van een stadion vol publiek. Vliegeren werd verboden, net als muziek, al duurde het enige tijd voor de strijders doorhadden dat de claxon van hun Toyota’s de lambada ten gehore bracht.

Patrouilles van het Departement ter Bevordering van de Deugd en Bestrijding van Zondigheid struinden de straten af, op zoek naar overtreders van de strenge islamitische leefregels. Ongepast geklede vrouwen kregen er in het openbaar van langs.

Mullah Qalamuddin, hoofd van het departement, ontkende in 1998 tegenover de verslaggever van de Volkskrant dat zijn manschappen mensen sloegen met elektriciteitskabels. ‘Dat wordt beweerd door onze tegenstanders’, zei hij verontwaardigd. ‘Het is absoluut niet waar. Wij gebruiken een leren zweep.’

Volwassener

Wordt het nieuwe Talibanbewind een kopie van dat uit de jaren negentig? Zeker niet een-op-een. De Taliban, en op z’n minst hun leiders, lijken te hebben geleerd van het verleden en zijn politiek volwassener geworden. ‘In de jaren negentig rolden ze er opeens in en moesten ze improviseren’, zegt Van Bijlert. ‘Tegelijk waren ze nog aan het vechten. Ze hadden weinig besef van de noodzaak van een overheidsapparaat.’

Sinds geruime tijd, ook tijdens de onderhandelingen met de Amerikanen in Doha, laten Talibanleiders gematigde, geruststellend bedoelde geluiden horen. Heus, ze zijn niet uit op de alleenheerschappij. Tegen onderwijs voor meisjes hebben ze geen enkel bezwaar. De rechten van vrouwen zullen onder een islamitische regering worden gerespecteerd.

De vraag is natuurlijk: wélke rechten precies? Daarover laten zij zich niet uit. In ieder geval zijn het de rechten ‘volgens de sharia’, tja. Het dragen van de boerka zal vrouwen worden ‘geadviseerd’, zo luidt het; dat klinkt niet per se geruststellend voor de vrouwen. Werk zal voor vrouwen wellicht worden beperkt tot de sectoren die in de hele moslimwereld worden gezien als bij uitstek geschikt voor de vrouw: onderwijs en gezondheidszorg. Ondenkbaar is in ieder geval dat vrouwen straks alle vrijheden kunnen genieten die velen van hen in met name Kabul hebben verworven.

Meisjesonderwijs

Hoe zijn de ervaringen met meisjesonderwijs en vrouwenrechten tot nu in de gebieden die al enige tijd onder controle zijn van de Taliban? Wisselend, zeggen alle waarnemers. Het verschilt per district en per commandant. Zorgwekkend zijn recente berichten over meisjes die gedwongen met strijders moeten trouwen. Door de Taliban is dit overigens afgedaan als ‘vijandelijke propaganda’.

‘Hoewel de Taliban officieel zeggen niet langer tegen meisjesonderwijs te zijn’, schreef Human Rights Watch vorig jaar, ‘zijn er weinig Taliban-officials die meisjes voorbij de puberleeftijd toestaan naar school te gaan. Anderen staan helemaal niets toe.’

In ieder geval is er meer mogelijk dan in die vreselijke jaren negentig. Op veel plaatsen waar de Taliban het voor het zeggen hebben, gaan meisjes de eerste drie klassen naar de basisschool. De scharnierleeftijd van 9 jaar (volwassen, volgens de strikte islam) is veelal de grens. Gaat de Talibanregering wat dit betreft één lijn trekken voor het hele land? Ook dat moeten we afwachten.

Voor vrouwen en mannen in de steden zal vermoedelijk een vorm van segregatie gaan gelden. In Saoedi-Arabië bestaat zo’n systeem, zonder dat vrouwen daarmee geheel van de arbeidsmarkt worden afgesloten.

Als de Taliban inderdaad wijzer en pragmatischer zijn geworden, zullen ze taferelen als in 1998 willen voorkomen. Honderdduizend weduwen met kinderen waren toen verstoken van internationale voedselhulp. Die lag opgeslagen in silo’s in Kabul, maar er was niemand om het de weduwen te overhandigen. Hulporganisaties mochten geen Afghaanse vrouwen in dienst hebben, mannen mochten niet met de weduwen in contact komen.

Rechtspraak

Nadat de Amerikaanse troepen en hun lokale bondgenoten hen eind 2001 uit Kabul hadden verdreven, hadden de Taliban een jaar of vijf nodig om weer op te krabbelen. Daarna vestigden ze zich geleidelijk in steeds meer districten, vooral in het zuiden en westen van het land, waar ze steeds meer in de melk te brokkelen kregen.

Eind 2001, een Afghaanse vrouw laat voor het eerst in vijf jaar in het openbaar haar gezicht zien; kort ervoor zijn de Taliban door de VS uit Kabul verdreven. Beeld Reuters
Eind 2001, een Afghaanse vrouw laat voor het eerst in vijf jaar in het openbaar haar gezicht zien; kort ervoor zijn de Taliban door de VS uit Kabul verdreven.Beeld Reuters

Aanvankelijk was hun bestuurlijke bemoeienis beperkt tot twee sectoren: rechtspraak en het heffen van belastingen. Vooral dat eerste is van niet te onderschatten belang in de cultuur van het land en zeker die van de Pathanen, de etnische groep waaruit de Taliban voortkomen. Beslechting van lokale geschillen is voor de Pathanen van oudsher de kern van wat de overheid te bieden heeft. Voor het overige hebben ze nooit veel aan de staat gehad, integendeel. ‘Voor de mensen in deze gebieden’, schrijft Anatol Lieven in An Afghan Tragedy: The Pashtuns, The Taliban and the State, was het gezicht van de staat – als die zich al liet zien – dat van de officier die dienstplichtigen kwam ronselen, de onbeschofte en corrupte politieman, en de nog corrupter belastinginner.’

In het zuiden van Afghanistan, zegt Lieven, werden de juridische diensten van de Taliban de afgelopen vijftien jaar een van de voornaamste pluspunten van de beweging boven de staat.

Die staat werd, zowel onder president Hamid Karzai (2001-2014) als onder zijn opvolger Ashraf Ghani, geteisterd door corruptie en wanbeheer. In Kabul maakten de leiders samen met hun westerse donoren de mooiste plannen, maar op lokaal niveau liet de regering het veelal grootscheeps afweten. Een falende ‘overheid’ is in die zin een beter woord dan ‘regering’. Waar de gewone Afghanen last van hadden, waren de corrupte politiemannen en rechters in hun stad of dorp. Van een lokale overheid die niet leverde.

Graasweide

De organisatie Cooperation for Peace and Unity (CPAU) in Kabul constateerde in 2009 dat het aantal lokale conflicten in Afghanistan sterk was toegenomen. Conflicten waarover? Ideologische tweespalt? Nee. Het ging over stukjes akkergrond of graasweide. Een waterpomp. Een huwelijk. Burenruzies, gedoe over een lening. Maar door de falende overheid, en het Afghaanse oorlogstrauma, ontstegen ruzies al snel het niveau van de Rijdende Rechter en werden ze onderdeel van de Afghaanse burgeroorlog.

‘Als je bij niemand gehoor krijgt, zoek je je recht elders’, zei CPAU-directeur Mirwais Wardak destijds. De Taliban waren maar al te graag bereid in die behoefte te voorzien. ‘Zij lossen conflicten veel efficiënter op dan de overheid.’

Inmiddels hebben de Taliban hun rudimentaire bestuurlijke werkzaamheden uitgebreid naar andere terreinen. Ze bemoeien zich ook met onderwijs en gezondheidszorg, waar volgens Van Bijlert langzamerhand een hybride systeem is ontstaan. De centrale overheid in Kabul betaalde tot voor kort de salarissen. De Taliban gaan soms over het personeelsbeleid, soms houden ze alleen toezicht.

Hulporganisaties

De VN en internationale hulporganisaties werken in de provincie al samen met de Taliban, zoals ze in alle conflictgebieden ter wereld nu eenmaal met alle partijen samenwerken. De Taliban hebben geleerd van de jaren negentig, toen ze de VN hevig wantrouwden en op zeker moment zelfs het land uitzetten.

Een woordvoerster van Unicef in Afghanistan vertelde zondag op Al Jazeera dat de organisatie in december al een memorandum heeft getekend met de Taliban. Er wordt volop samengewerkt inzake vaccinaties en moeder- en kindzorg. In het zuidelijke Kandahar zeiden de Taliban volgens haar: de meisjes kunnen gerust naar school.

De Taliban vormen een organisatie die zich niet alleen de afgelopen dagen verbijsterend succesvol heeft getoond in militair-strategisch opzicht, maar ook anderszins uiterst effectief kan opereren.

‘De Taliban hebben een efficiënt leiderschap, leren van hun fouten, en zijn bedreven in het uitbuiten van de zwakheden van hun tegenstanders’, aldus Gilles Dorronsoro van de Carnegie Endowment. ‘Ze bouwen een parallel bestuur op, hebben logistiek door het gehele land en beheren een indrukwekkend inlichtingennetwerk.’ Let wel, Dorronsoro schreef dit in 2009. Sindsdien zijn de Taliban alleen maar veel sterker geworden.

Aanvoerder

Aan het hoofd van de Taliban staat de 60-jarige Hibatullah Akhundzada, de Emir-al-Momineem (Aanvoerder van de Gelovigen). Hij heeft drie naaste medewerkers, met daaronder een Leiderschapsraad. Daaronder functioneren ‘commissies’, met voor elke commissie een beleidsterrein, als was het een ministerie.

Weer daaronder zijn de militaire commandanten en de ‘schaduwgouverneurs’, die zich de afgelopen tijd al hebben warmgelopen om de plaats van de echte gouverneurs in te nemen. In overheidskantoren waar de afgelopen tien dagen de Talibanvlag werd gehesen, hebben zij ongetwijfeld al eens plaatsgenomen in de gerieflijke fauteuils van hun gevluchte voorgangers.

Waarschijnlijk zullen de commissies nu op een of andere manier samensmelten met de bestaande ministeries. Hoe, dat moeten de nieuwe leiders van het land in de praktijk uitzoeken. In bestuurlijke zin begint voor hen nu pas het echte werk. Niet alleen moeten zij een geweldige hoeveelheid praktische problemen oplossen, ook zullen ze politieke keuzes moeten maken.

‘Ze zullen nu hun kaarten moeten laten zien’, zegt Van Bijlert. In hoeverre worden de strenge leefregels van de jaren negentig weer ingevoerd? Wat gebeurt er met het onderwijs voor meisjes? Kunnen de politiemensen op hun post blijven? In hoeverre komt er autonomie voor de regio’s? Zeker in het midden en noorden van het land is de bevolking daar de Taliban niet goed gezind.

Papaver

Nog zoiets: wat gaat de Talibanregering doen met de opiumcultuur? Toen ze in 1996 aan de macht kwamen, gingen ze aanvankelijk de ‘on-islamitische’ handel in drugs te lijf. Maar al snel zagen ze in dat de papaver ook voor henzelf een uiterst gemakkelijke en lucratieve bron van inkomsten was.

Sindsdien is het heffen van belasting op drugswinsten deel van hun verdienmodel gebleven. Onderzoekers van de VN noemen daarnaast afpersing, belastingheffing op land- en mijnbouw en buitenlandse donaties als inkomstenbronnen. Geschatte jaarlijkse revenuen: 300 miljoen tot 1,6 miljard dollar.

Tegen zo’n organisatie, met een falende en corrupte regering in Kabul en met een dom geloof in brute militaire macht was het voor het Westen van meet af aan een verloren zaak. ‘De vijand kan ons niet verslaan, maar we kunnen onszelf wel verslaan’, zei de Amerikaanse bevelhebber generaal Stanley McChrystal in 2009. Johan Crijff zou hebben gezegd: zij kunnen niet van ons winnen, maar wij kunnen wel van hun verliezen.