Nu Wolkers' biografie af is, zijn er geen woorden meer

Elk nieuw eigen boek verklaarde Wolkers tot meesterwerk. Nu zijn biografie voltooid is, zijn er geen woorden meer.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

'Het ding is af', schreef Herman Gorter op 15 november 1888 op een kaartje aan zijn vriend Alphons Diepenbrock toen hij zijn 4.400 regels lange gedicht Mei had voltooid. Het was de korte klaroenstoot waarmee hij afsloot waaraan hij twee jaar begeesterd had gewerkt. De droge formulering heeft iets ironisch: 'ding' voor het gedicht waar Gorter zijn leven voor had willen geven en waarvan hij vurig hoopte dat het de wereld zou veranderen. Jan Wolkers hield hartstochtelijk van de Mei. Hij kende hele stukken uit zijn hoofd en las het gedicht elke eerste meidag voor aan Karina.

Vorige week dinsdag reed ik naar Amersfoort om bij drukkerij Wilco de aller-, allereerste exemplaren van Het litteken van de dood, mijn biografie van Jan Wolkers, van de band te zien rollen. Ik was enorm benieuwd hoe het boek eruit zou zien en probeerde uit alle macht net zo cool te blijven als Gorter. Maar hoe dichter de drukkerij naderde, hoe benauwder ik het kreeg.

Wolkers had opmerkelijk weinig moeite met zijn trots. Elk nieuw boek van eigen hand verklaarde hij eenvoudigweg tot meesterwerk. Op vrijdag 2 november 1973 noteerde hij in zijn dagboek dat Karina hem betrapte terwijl hij het typoscript van De walgvogel doorbladerde. 'Zo', zei ze, 'ben je je werk weer aan het koesteren.'

Oog in oog met torens kloeke boeken in zwart, wit en fel magenta verdwenen al mijn goede voornemens als sneeuw voor de zon. De drukker gaf mij een exemplaar in handen. Wolkers keek mij vanaf het omslag woedend aan. 1.120 pagina's bloed, zweet en tranen. Ze wogen als lood.

'Niet sentimenteel worden', zei ik tegen mezelf. En al helemaal niet 'sentimenteel als een natte moorkop', zoals de oude verzetsheld in De perzik van onsterfelijkheid.

Maar het was al te laat. Ik was weerloos. Beelden uit de afgelopen tien jaar sloegen in een golf door me heen.

Ik zie mezelf liggen in het donker in Wolkers' slaapkamer. Lot ligt naast me. Die ochtend had Wolkers daar nog gelegen, zijn dode hoofd op dezelfde plek. Ik zie me de laatste boot naar Den Helder oprijden, de Landrover tot de nok toe volgeladen met schilderijen, tekeningen en dozen archiefmateriaal.

Ik zie me de brieven van Maria, Jans eerste vrouw, lezen en voel de angst in mijn kaken trekken als het over de dood van de 2-jarige Eva gaat. Ik zie mezelf naast Annemarie Nauta in haar autootje zitten. Ze rijdt net zo roekeloos als Olga uit Turks fruit. Ik zie Karina twee kommen tomatensoep op tafel zetten die zo dik is dat de lepels er rechtop in blijven staan. Fluisterend vertelt ze mij hoe ze als 16-jarig meisje door Jan werd ontmaagd. Ik zie mijn dochtertje Julia door het atelier op Texel dansen. Ze neemt de hard geworden penseel met cadmiumgele verf in haar hand en schildert ermee door de lucht. Ik zie mezelf zitten tikken aan het einde van de nacht.

'Het ding is af', wilde ik zeggen. Maar ik kon geen stom woord uitbrengen.

Jan Wolkers begin zeventiger jaren. Beeld anp
Jan Wolkers begin zeventiger jaren.Beeld anp
Meer over