interview

Nu het erop lijkt dat het virus nog wel even blijft vragen we Jaap van Dissel: hoe staan we ervoor?

Jaap van Dissel.  Beeld Kiki Groot
Jaap van Dissel.Beeld Kiki Groot

Naarstig zoekt het kabinet – net als trouwens half Europa – naar de juiste omgang met het virus, dat weerbarstiger blijkt dan voorzien. We vragen Jaap van Dissel, OMT-voorzitter en hoofdwetenschapper van het RIVM: waar staan we eigenlijk? En hoe zitten we er de volgende winter bij?

Maarten Keulemans

DE ‘MILDE’ LOCKDOWN

Meneer Van Dissel, premier Rutte had het vrijdag over ‘een harde klap’, om ‘op de kortst mogelijke termijn het aantal contacten te verlagen’. In de winkelstraat merkte ik de volgende dag weinig verschil.

‘Tegelijkertijd begreep ik dat het maandag een stuk rustiger was op de weg. En het staat natuurlijk vast dat als je de horeca om 8 uur sluit en niet-essentiële winkels om 6 uur, het gewoon effect gaat hebben op het aantal contacten, en dus op het aantal besmettingen. Daar gaat het om.’

U wilt zo’n 25 procent van het verspreidingsgetal R van het virus afhalen, schrijft u in uw advies. Die R, maat voor hoeveel andere mensen een geïnfecteerde gemiddeld besmet, staat nu op 1,2. Met een kwart eraf zou je dus nét onder 1 uitkomen: op 0,9.

‘Dan stabiliseert het aantal besmettingen.’

Maar je dringt het aantal besmettingen er nauwelijks mee terug, in drie weken tijd.

‘Nou, je wilt het zeker niet maar laten doorstijgen. Want als de aantallen besmettingen maar oplopen en oplopen, maakt dat de ruimte die je hebt om nog te reageren steeds beperkter. De uiteindelijke beoordeling van hoe we uitkomen, is over twee of drie weken. Als we dan gestabiliseerd zijn of zelfs gedaald, kun je ook het type maatregelen veranderen. We kopen in wezen tijd.’

U had ook kunnen adviseren: neem harde maatregelen, om het virus echt terug te dringen.

‘Ja, maar we weten dat maatregelen ook neveneffecten hebben die je niet wilt. Dus dat is dan weer een inschatting: is de situatie nu zo dramatisch dat je zoiets moet doen? Of heb je toch enige ruimte? En ik denk dat de conclusie nu de laatste was.’

Het kabinet heeft harder ingegrepen dan het Outbreak Management Team adviseerde, heette het afgelopen weekeinde. Maar is dat wel zo? Als ik het OMT-advies lees, valt me op dat u alle binnenlandse reizen wilde afraden, de horeca al om zes uur wilde sluiten en haast alle grote evenementen wilde schrappen.

‘Wij zijn gegaan voor generiek, breed, bij alle leeftijden. Maar de keuzes zijn uiteindelijk politiek, en die maakt soms dan toch een verandering. Als je vraag is: denk je dat het kabinet verder is gegaan dan wij adviseerden? Tja, ik zie het niet zo.’

Heeft het kabinet wel hard genoeg ingegrepen, in uw ogen?

‘We hebben indicaties gegeven: ga nou naar deze gebieden kijken. En dat is ook gebeurd. Ik denk dat het wel ongeveer is gegaan naar wat wij ook ongeveer hadden berekend. Kijk, wij kunnen als OMT niet alle afzonderlijke settings afgaan. Wij hebben het generiek benaderd, en daar heeft de politiek op punten een eigen koers gevaren.’

U zei net: over drie weken kun je het type maatregelen misschien veranderen. Dus we zijn dan nog niet klaar?

‘Het moge helder zijn, over drie weken moet het in de algehele beoordeling beter gaan dan nu. Maar er is nu ook een aantal maatregelen genomen die zonder al te veel vrijheidsbeperkingen kunnen doorlopen na die drie weken.’

Zoals?

‘Nou ja: maximaal vier mensen op bezoek is er een. En thuiswerken, en maatregelen op het werk. Omdat we toch zien dat maatregelen zoals de anderhalvemeter-afstandsnorm daar niet goed worden gebruikt. Zonde, want de werkplek is verantwoordelijk voor een aanzienlijk aantal besmettingen die vervolgens de huishoudens in gaan.’

DE CORONATOEGANGSBEWIJZEN

Vrijdag beraadt het OMT zich op het coronatoegangsbewijs. Vreemd eigenlijk: het coronatoegangsbewijs was bedoeld om evenementen enigszins risicovrij te laten verlopen in coronatijd. Nu lijkt het kabinet het te omarmen als strategie om uit de crisis te komen. Ik kan me voorstellen dat het OMT daartegen waarschuwt?

‘Wat je noemt zijn politieke keuzes, die zijn niet aan ons.’

Het is toch gewoon wetenschap om erop te wijzen dat coronatoegangsbewijzen in de epidemiologische handboeken niet voorkomen als strategie om uit een pandemie te komen?

‘De keuze of je in een bepaalde situatie een bepaalde manier van testen wilt uitvoeren, is een keuze waar een politieke afweging achter zit. Wat wij willen doen, is laten zien wat de te verwachten effecten zijn in verschillende situaties. Je hebt een aantal gegevens die waarschijnlijk daarop van invloed zijn: de vaccinatiegraad, de risicosetting waarin een bijeenkomst plaatsvindt en de infectiedruk – wat is de voorafkans dat iemand de infectie bij zich draagt? Dat gaan we uitrekenen en in het OMT beoordelen.’

Helemaal in het begin van de pandemie waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie tégen het gebruik van immuniteitscertificaten. Gebruik ze in een pandemie nooit ‘als voornaamste strategie’, schreef een internationale groep academici afgelopen zomer. Wat gaan we van dergelijke kritieken terugzien in het OMT-advies?

‘We zullen het in brede zin beoordelen. Bij dat beoordelen hoort ook dat je een overzicht van de literatuur geeft, dus als dit een recent artikel is, zal dat daar ongetwijfeld bij zitten. Ik ken dit specifieke artikel en de genoemde argumenten niet, dus ik kan er nu moeilijk over oordelen.’

In algemene zin is de kritiek: of iemand is gevaccineerd of corona heeft gehad, is een veel te algemene graadmeter. Niet iedereen die corona heeft gehad of is gevaccineerd, is immers gegarandeerd vrij van het virus.

‘Maar niemand kan ontkennen dat het gedocumenteerd hebben doorgemaakt van een infectie of het gedocumenteerd gevaccineerd zijn, een graadmeter is van bescherming. Dus om nou te zeggen dat het zich op geen enkele wijze verhoudt tot bescherming, klopt gewoon niet. Natuurlijk, het is een afgeleide, maar je kunt er wel degelijk gebruik van maken. Feit blijft dat als je een bijeenkomst hebt met bijvoorbeeld alleen gevaccineerden, de kans dat daar een zieke uit voortkomt die in het ziekenhuis moet worden opgenomen, gewoon kleiner is.’

De andere academische kritiek: je brengt een nogal gekunsteld onderscheid aan tussen groepen mensen. Terwijl je juist in een epidemie minderheidsgroepen niet moet uitsluiten, maar ze meenemen.

‘Zeker. Maar dat is dus typisch een geval van keuzes die bij de politiek liggen.’

Moet u de politiek niet op deze risico’s wijzen?

‘Het zou best kunnen dat we dat ook doen. Wij willen juist iedereen ervoor behoeden dat er niet een maatregel wordt gekozen waarvan de effectiviteit misschien minder hoog is dan gewenst. Dat is onze bijdrage aan de discussie: scenario's en onzekerheden aangeven. Maar de discussie over de keuzes, die moet liggen bij het parlement.’

Het lijkt wel alsof het alleen nog maar over het coronatoegangsbewijs gaat. Wat is er de afgelopen maanden in het debat over de corona-aanpak eigenlijk veranderd?

‘In onze discussies gaat het ook steeds meer over welk punt we aan de horizon nou willen bereiken. Hoe gaan we om met dit virus, dat naar alle waarschijnlijkheid niet snel weg zal zijn? Wat zijn onze kwetsbaarheden waar we misschien met voorbereiding wat aan kunnen doen, om te voorkomen dat we weer van die hele hoge pieken krijgen en om ervoor te zorgen dat we de volgende winter op een andere manier ervaren?

‘Je hebt daar verschillende scenario’s voor, en ik denk dat die mede gaan bepalen wat we met maatregelen willen bereiken. Moet je niet zorgen dat je een veel bredere basis hebt aan maatregelen, die je misschien langer handhaaft maar die zo weinig mogelijk de vrijheid van iedereen inperken? Daarnaar probeer je eigenlijk steeds meer te zoeken. Ik denk dat de toekomstscenario’s voor de meer lange termijn belangrijker zullen worden voor het beleid.’

Hoe bedoelt u?

‘Veel hangt samen met het feit dat Nederland een open samenleving is, de toegangspoort tot heel Europa. Dat betekent dat alles wat van buiten komt, in belangrijke mate mede gaat bepalen wat er binnen gebeurt. Wat zijn dan je kwetsbaarheden, waar moet je je op voorbereiden?

‘Dat zou zich kunnen vertalen naar maatregelen die zich deels richten tegen het importeren van virussen, bijvoorbeeld. Is het niet belangrijker die nu al op orde te hebben, dan ons nu te veel te richten op heel specifieke maatregelen die op de korte termijn veel consternatie geven, maar die op langere termijn misschien minder belangrijk zijn? Zulke dingen willen we meer meewegen.

‘Dat lukt natuurlijk niet tijdens een acute verheffing van de cijfers zoals nu, dat moge duidelijk zijn. Helaas is dit ook een virus dat zich in een korte regeneratietijd vermeerdert, en dus altijd in heel korte tijd veel druk geeft. Dat heeft het nu ook weer gedaan, overigens ook in veel andere Europese landen.’

Tenslotte, uw eerlijke inschatting: zitten we volgende winter weer met allerlei maatregelen?

‘In ieder geval zal er immuniteitsopbouw zijn, dat kan bijna niet anders: meer mensen die een infectie met het virus hebben gehad of ertegen zijn ingeënt. Aan de andere kant zijn er nog veel onzekerheden: denk aan mutantvirussen. Dus het is erg lastig in te schatten.’