Nu de sirenes in Pristina loeien, lijkt alles anders

Pristina legt woensdag zelfs de laatste schijn van een normaal leven af. Als om twee uur 's middags de sirenes beginnen te loeien is de markt, op drie aardappelverkopers na, volslagen leeg....

De oorlog is dinsdagnacht toch niet begonnen, maar iedereen kiest alvast positie, in afwachting van de bommen, die woensdagavond ook inderdaad vielen.

De militie brengt haar pantserwagens in stelling: op kruispunten, voor gebouwen van leger en politie. De mitrailleurkoepeltjes op de voertuigen zijn geolied. De noodtoestand die is uitgeroepen geeft ze het recht te schieten op wat ze maar willen. De eerste gemaskerde politiemannen vertonen zich op straat.

Servische burgers klitten bij elkaar, en roepen dreigementen en verwensingen naar een groepje journalisten dat al net zo staat te klitten.

Albanezen lopen rond, drinken schichtig een kop koffie en haasten zich naar huis. En iedereen probeert zich tegen wil en dank een voorstelling te maken van de rampspoed die de komende dagen over Pristina zal neerdalen.

'Misschien kunnen we over vijf dagen feest vieren. Omdat we nog leven', zegt een Albanees. Hij ziet bleek. Hij gelooft zijn eigen woorden niet. Hij komt van een rouwbijeenkomst van een vriendin, een actrice die maandag de pech had dat ze voor het raam van café 'Magic' zat, een raam waarin nu 29 kogelgaten zitten. De aanslag op Magic zal niets zijn, vergeleken bij wat de stad, wat Kosovo, wat Joegoslavië en de rest van de wereld de komende dagen te wachten staat.

De mensen klitten bij elkaar omdat 'elkaar' het enige is waaraan ze nog houvast hebben. Buiten elkaar bestaat er alleen absolute chaos.

Iedereen probeert zich op zijn manier, en vanuit zijn positie, een voorstelling te maken van die chaos. Albanezen durven niet meer uit te spreken wat er in hun gedachten opdoemt. 'We zullen wel zien', zuchten ze. Maar hun ogen vertellen dat ze bang zijn, hoezeer ze ook al maanden op de komst van de NAVO-vliegtuigen hebben gehoopt.

Als de bommen vallen, weet iedereen, vervallen op de grond alle regels. Als de NAVO de Serviërs treft zullen de Serviërs op hun beurt iemand willen treffen. En bij gebrek aan andere vijanden op de grond zullen dat - vrezen de Albanezen - de Albanezen zijn. Met in het achterhoofd de bloedbaden in Prekaz, voorjaar 1998, en Racak (de directe aanleiding voor Rambouillet en nu de bombardementen) fabriceert de fantasie uitsluitend doemscenario's.

Doodseskaders zullen de straat beheersen - nu al rijden angstaanjagende, geblindeerde jeeps door de stad die ook gebruikt worden door de gemaskerde paramilitairen. 7Albanese wijken zullen worden uitgekamd, of zelfs met de grond gelijk worden gemaakt. Servische burgers die allen door de politie zijn bewapend, zullen hun laatste zelfbeheersing verliezen en hun Albanese buren gaan vermoorden.

Serviërs op hun beurt vrezen aanslagen van het UCK, het Kosovo Bevrijdings Leger, in de stad. 'Zij zullen van de chaos gebruik maken om aanvallen te doen', denkt Sasja, een Servische ex-soldaat. 'De politie kan zich wel verdedigen', denkt hij, 'maar het zal een chaos worden.'

De Albanezen vrezen voor hun leven, en de Serviërs voor hun bestaan. Als de NAVO met in haar kielzog 'de Albanezen' de baas worden, zullen zij hun Kosovo moeten verlaten.

Nee, ze zullen vechten tot het eind. 'Kosovo is geen Krajina', zegt Sasja, 'Kosovo is veel meer. Dat laten we nooit gaan.'

De Serviërs zullen vechten. Niemand weet precies waarmee. 'Ze hebben veel meer en veel betere wapens dan iedereen denkt. Bij het Servische leger vergeleken is dat van Irak niet meer dan speelgoed', zegt Sasja. Het leger zal hoe dank ook het UCK te grazen nemen, denkt hij, en afmaken waar het mee bezig was.

Niemand weet hoe ver Milosevic wil gaan. Denkt hij echt dat hij de NAVO kan tegenhouden? Dat de Russen hem te hulp zullen schieten? Godmagweten wat er dan gebeurt.

Of wil Milosevic niet meer dan een paar bombardementen uitlokken en dan toegeven - waarna hij zijn volk als een martelaar tegemoet zal kunnen treden, en het volk hem meer zal steunen dan ooit tevoren? Dat was nog maar een paar dagen geleden een plausibele gedachte. Maar nu, nu de sirenes in Pristina hun eerste waarschuwing loeien, lijkt alles opeens anders.

'We zullen zien', is achteraf nog niet zo'n slechte speculatie. Vesna, een Servische: 'Wie het overleeft kan vertellen wat er zal gebeuren.'

Meer over