Nouvelle video

Oude filmtechnieken zijn hot op het Rotterdamse Filmfestival. Soms uit pure melancholie, bij rebelse Zweden uit irritatie over te gladde detective-hits.

De gezichten van de mannen aan tafel zien eruit als vage schimmen. De nachtelijke buitenscènes, waarin je iets ziet dat lijkt op de reconstructie van een moord, zijn helemaal onduidelijk. Toch blijf je kijken naar het op morsig super-VHS gedraaide Roland Hassel, een van de films tijdens het International Film Festival Rotterdam die op een opvallende wijze gebruikmaakt van oude filmtechnieken.

Elke film waarbij de maker zichzelf zo bewust beperkingen oplegt, van het draaien op video tot het gebruik van super-8-filmpjes of 4:3-televisiekaders, heeft een eigen verhaal. Zo oogt de beginnende Zweedse filmmaker Måns Månsson (31) opgewekt wanneer hij de zaal toespreekt voodat zijn film begint, maar eigenlijk is hij vooral gefrustreerd. Omdat hij in het land woont waar de tv-serie Wallander en de verhalen van Stieg Larsson en Lars Kepler uiterst dominant zijn. En omdat die onverminderd populaire 'Scandicrime' volgens hem ervoor zorgt dat er voor jonge filmmakers met eigen ideeën in Zweden nauwelijks ruimte is.

Dus maakte hij een smoezelige, absurde, nihilistische anti-detective, bedoeld als een guerrilla-aanval op de voorspelbare formulemisdaadfilms die in hoog tempo van de Zweedse lopende band rollen. Månsson kocht daartoe de rechten op van de verhalen over detective Roland Hassel, sinds 1986 in ruim tien films vertolkt door Lars-Erik Berenett, en liet dezelfde Berenett opdraven in zijn verhaal over een groepje stoffige oude mannen die de nooit opgeloste moord op premier Olof Palme in 1986 trachten te reconstrueren.

Månsson laat geen moment onbenut om het onderzoek naar de gebeurtenis (nog altijd een nationaal trauma in Zweden) te ridiculiseren. Het is een aaneenschakeling van lulligheid: figuranten weten niet wat er van ze wordt verwacht, een stemherkenningssysteem op een antwoordapparaat werkt voor geen meter, een assistent sukkelt tijdens de reconstructie in slaap.

Het is een droge, lelijke registratie van alles wat niet leuk en spannend is aan politiewerk - en juist dat maakt Roland Hassel interessant. Dat zoiets niet direct een bijzonder goede film oplevert, maakt eigenlijk niet eens zoveel uit.

Helemaal nieuw is de video-nostalgie uiteraard niet. Het Amsterdamse reclamebureau Habbekrats maakte vier jaar geleden van de clip van de hiphopplaat Aye (door Dio en Sef) een soort Run-D.M.C-pastiche, inclusief pixel-achtige typografie, vage strepen en verticaal wegtrekkend beeld. En van de jonge Canadees Jason Eisener, die met zijn vintage pulphorrorfilm Hobo With a Shotgun twee jaar geleden een ode bracht aan de VHS-films die hij als tiener verslond, verschijnt dit jaar een aflevering uit de omnibus-horrorfilm S-VHS.

Niet iedere filmmaker die een in onbruik geraakte techniek omarmt, doet dat om te protesteren tegen alles dat mooier en beter is, tegen grote filmfranchises, tegen 48 frames per seconde, IMAX en 3D. Er is meer dan VHS als retro-cool medium, of griezelig attribuut in een horrorfilm.

Neem Post Tenebras Lux, de vierde film van Carlos Reygadas (Batalla en el cielo,Stellet Licht), in Cannes bekroond met de prijs voor beste regie, waarin de Mexicaanse regisseur een ouderwets 4:3-televisiekader inzet als een veredeld meditatie-instrument. De zijkanten van dat toch al smalle beeld worden af en toe onscherp weergegeven, waardoor je het gevoel krijgt met een verrekijker door een beslagen ruit te turen.

Je ogen eens rustig over het scherm laten glijden, op zoek naar verstopte details die in eerste instantie niet opvallen? Onmogelijk. Reygadas, die stelselmatig weigert om zijn films te duiden, dwingt je als het ware om Post Tenebras Lux te ondergaan als een meditatiesessie, je ogen gericht op het midden van het scherm, omdat er maar één punt is om naar te kijken.

Door het kader te beperken, maakt Reygadas hetgeen wél zichtbaar is nog belangrijker. Wie zich laat onderdompelen in Reygadas ogenschijnlijk willekeurig gemonteerde beeldenstroom gaat op reis in het hoofd van de filmmaker. Het past uitstekend bij het verhaal over een gezinscrisis op het platteland, waar een rode duivel 's nachts door de woning wandelt, een klein meisje van dierengeluiden droomt op een voetbalveld, en uiteindelijk nachtmerries en werkelijkheid zijdelings naast elkaar bestaan.

Het sterke Chileense No, over het referendum dat generaal Pinochet in 1988 moest houden om het voortbestaan van zijn dictatuur te garanderen, gebruikt zijn videolook om een illusie in stand te houden.

De film verhaalt over het verdrukte campagneteam dat voor een nee-stem adverteerde. Regisseur Pablo Lerraín wilde de echte reclames in zijn film verwerken; de enige manier om dat geloofwaardig te doen was de rest van film in het korrelige U-Matic, veelgebruikt videoformaat uit de jaren tachtig, te schieten. Straight to video, maar dan wel verschrikkelijk goed, en bedoeld voor de bioscoop.

Het Braziliaanse Avanti popolo, waarin een zoon contact zoekt met zijn vader door samen oude super-8-filmpjes te bekijken, bevat een personage dat sterk doet denken aan de Zweed Månsson. De filmpjes in de film lijken in de verste verte niet op een teken van verzet, maar gaan vooral over het verleden - en waarom we daar wel (de jongen) of niet (de vader) meer over willen weten.

Mooi is daarom de scène waarin de zoon een gesprek aanknoopt met een fanatieke super-8-verzamelaar, die zijn eentje een eigen 'dogmabeweging' rond dit verloren filmformaat hoopt te starten.

Het was de Amerikaanse filmmaker Harmony Korine, van wie alle voorstellingen van zijn geweldige Spring Breakers in Rotterdam momenteel zijn uitverkocht, die de rebel in Månsson naar boven haalde. Voordat hij zijn Roland Hassel maakte, zag de Zweed Korines op video gedraaide Trash Humpers (2009), een nogal idiote film over als bejaarden verklede jongeren die hitsig tegen vuilnisbakken oprijden, tijdens een festival waarop het geluid niet werkte. Månsson bleef zitten tot het eind, gefascineerd door de donkere, gruizige maalstroom waarin de personages worden meegesleept.

Voor Korine, bekend om zijn films als verzet tegen de burgerlijkheid en de gevestigde orde, leek video een noodzakelijk kwaad. Hij moest een bozige, aartslelijke anti-film maken om zijn frustraties over de grote filmindustrie van zich af te schudden. Alsof alles eerst moest worden afgebroken voor hij in staat was om aan iets nieuws te beginnen.

Månsson concludeerde na de eerste voorstelling van zijn film in Rotterdam eigenlijk hetzelfde. 'Deze film is mijn manier om te zeggen dat ik helemaal klaar ben met de Hassel-franchise. Klaar met het trauma rond de moordaanslag. We moeten door.'

Nog te zien op het IFFR

Roland Hassel: 30-1, 2-2.

Post Tenebras Lux: 30-1, 31-1.

No: 28-1, 2-2.

Avanti popolo: 29-1, 30-1, 31-1.

Scandicrime, bedankt

'Deze film is mijn manier om te zeggen dat ik helemaal klaar ben met de Hassel-franchise. Klaar met het trauma rond de moordaanslag. We moeten door', aldus de Zweedse filmmaker Måns Månsson (31) nadat zijn film Roland Hassel op het International Film Festival Rotterdam was vertoond.

undefined

Meer over