NIEUWS

Notulen onthullen: kabinet wilde ambtenaren uit de wind houden en klaagde steen en been over coalitie-Kamerleden

In het heetst van de toeslagenaffaire wil het derde kabinet-Rutte in 2019 de ambtenaren van de betrokken departementen uit de wind houden. Daarom krijgt de Kamer op dat moment niet alle documenten waar ze om vraagt. De bewindslieden klagen tegelijkertijd steen en been over coalitie-Kamerleden die kritisch doorvragen over het toeslagenschandaal.

Van links naar rechts: Wouter Koolmees, Eric Wiebes en Wopke Hoekstra in de Tweede Kamer in 2020. Beeld ANP
Van links naar rechts: Wouter Koolmees, Eric Wiebes en Wopke Hoekstra in de Tweede Kamer in 2020.Beeld ANP

Dat blijkt uit de maandagavond vrijgegeven notulen van ministerraden tussen 10 mei 2019 en 4 december 2019. Het kabinet worstelt destijds met de almaar uitdijende toeslagenaffaire. De bewindslieden zoeken tijdens de ministeriële overleggen handenwringend naar manieren om het schandaal in te dammen en de onophoudelijke vragenstroom vanuit de Tweede Kamer te stoppen.

Bij hoge uitzondering zijn de notulen van de ministerraad openbaar gemaakt. Blader er hier zelf doorheen.

Het kabinet houdt bewust bepaalde documenten voor de Tweede Kamer achter. Toenmalig staatssecretaris Menno Snel wil de gevraagde documenten niet geven, omdat hij zijn ambtenaren wil beschermen tegen een volkstribunaal in de Tweede Kamer. De ministerraad legt daarom het verzoek om een feitenrelaas van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt naast zich neer.

Snel zegt dat hij hierover de ‘confrontatie’ met de Kamer wel wil aangaan. ‘Wat betreft het feitenrelaas zal spreker (Menno Snel) de confrontatie niet schuwen. De problematiek wordt niet veroorzaakt door individuen met kwaad in de zin.’ De minister van Justitie waarschuwt Snel dat de Tweede Kamer een grondwettelijk recht op informatie heeft. ‘Minister Grapperhaus uit zijn zorgen over het niet verstrekken van een feitenrelaas en wijst erop dat de motie-Omtzigt met Kamerbrede steun is aangenomen. De vraag is of de staatssecretaris hiermee wegkomt.’ Snel blijft echter bij zijn standpunt: hij wil de Kamer geen feitenrelaas geven, omdat hij dan namen van ambtenaren moet onthullen. Premier Rutte steunt de staatssecretaris en de ministerraad gaat overstag.

Koolmees

Opvallend is dat in de ministerraden voortdurend vol ergernis en verbazing gesproken wordt over kritische Kamerleden van de coalitie. Tegenstand vanuit ‘eigen’ hoek wordt duidelijk niet op prijs gesteld; de coalitiefracties worden geacht zich loyaal op te stellen jegens het kabinet.

D66-minister Koolmees toont zich volgens de notulen op een gegeven moment ‘zeer ontstemd’ over CDA-Kamerlid Omtzigt en VVD-Kamerlid Lodders. Zij waren in zijn ogen ‘weinig behulpzaam’ bij het oplossen van het toeslagenprobleem. ‘Overigens speelt het vraagstuk van activistische woordvoerders van coalitiefracties niet alleen bij de VVD- en CDA-fracties, maar ook bij de andere twee coalitiefracties.’

De premier sluit zich aan bij de opmerkingen van Koolmees over oppositie voerende coalitie-Kamerleden. ‘De minister-president kan zich vinden in de inbreng van minister Koolmees .... Spreker (Rutte) toont weinig begrip voor woordvoerders van coalitiefracties die zich in de media trachten te profileren en laat weten in de richting van mevrouw Lodders (zijn partijgenoot, red.) reeds het belang van eenheid binnen de coalitie te hebben benadrukt.’

Slob en Ollongren

Ook andere ministers klagen over kritische vragen vanuit de coalitie. Minister Slob (ChristenUnie) merkt op ‘dat ook de coalitiefracties vraag na vraag blijven stellen'. Ook minister Ollongren vindt dat zij een toontje lager moeten zingen: ‘Het zou behulpzaam zijn als enkele leden van de Tweede Kamer zich terughoudender zouden opstellen.’ Minister Van Nieuwenhuizen (VVD) heeft haar eigen problemen gehad, in een debat over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Zij beklaagt zich dat Kamerleden van ‘twee coalitiefracties’ zich kennelijk wilden profileren. ‘Tot op zekere hoogte is hiervoor begrip op te brengen, maar in geen geval is het acceptabel te noemen dat coalitiefracties een scherper standpunt innemen dan oppositiefracties.’

Ook CDA-minister Hoekstra sluit zich aan bij minister Koolmees. ‘Hij laat weten dat de relatie tussen het kabinet en de coalitiefracties in de Tweede Kamer ingewikkeld te noemen is’, staat in de notulen. ‘Opgemerkt zij dat door minister De Jonge en spreker veel tijd en energie is gestoken in het sensibiliseren van de heer Omtzigt, met overigens beperkt succes.’ Niet alleen Hoekstra heeft CDA-Kamerlid Omtzigt dus tot rede proberen te brengen, maar ook minister Hugo de Jonge.

De enige minister die géén moeite zegt te hebben met kritische vragen vanuit de coalitiefracties, is Sigrid Kaag, tegenwoordig partijleider van D66. ‘Minister Kaag laat weten minder moeite hebben met het verschijnsel dat leden van de coalitiefracties in de Tweede Kamer zich openlijk tegen het kabinet afzetten. Het is immers in een democratie een gezond teken dat er fel wordt gedebatteerd, ook door leden van de coalitiefracties.’

Meer over