Nostalgie

ANNEMARIE OSTER

et woord nostalgie hebben we van de Grieken. Noostol is 'thuiskomst' en algia is 'het gevoel iets belangrijks of dierbaars te zijn kwijtgeraakt', kortom een gevoel dat die arme Grieken zelf op dit moment maar al te vaak bekruipt.

Vroeger kleefde er nog iets edels, ja verhevens aan dit elegante woord, maar sinds Simone Signorets autobiografie uit 1976, La nostalgie n'est plus ce qu'elle était kwam er de klad in dat intieme verlangen, dat schrijnende heimwee, die particuliere emotie die je maar sporadisch deelt. Ja, met intimi: familieleden, vrienden, een geliefde, bij voorkeur van je eigen generatie. Ach, zolang het maar geestverwanten zijn. Lang niet alle oudjes koesteren de zelfde nostalgische gevoelens, al denkt omroep Max van wel. Aan de nostalgie van Mimi Kok - ik noem maar een voorbeeld - heb ik weinig boodschap. Catherine Deneuve op haar beurt koestert vast niet dezelfde herinneringen aan le temps perdu als Jan Mulder en Lee Towers heeft misschien wel een andere herbelevingswereld dan Frits Bolkestein.

De laatste jaren is nostalgie geen intieme emotie meer maar gemeengoed. Zoals heel Nederland saamhorig, luidruchtig en ongericht rouwt, zo kan het ook 'smachtend verlangen' naar vervlogen tijden. Op de radio, televisie en op internet is nostalgie niet van en uit de lucht. Je kunt tegenwoordig nostalgisch winkelen in de 'Winkel van de Nostalgie', nostalgisch schaatsen bij 'IJscafé Nostalgie'. Op de nostalgische website 'Senior Plaza' prijken teksten, te oubollig om niet te citeren: 'Kent u ze nog? De mensen die aan huis kwamen met melk, brood of groente?' Gevolgd door het meewarige: 'Allemaal voorbij.' Even gloort er hoop bij Senior Plaza: 'Een deel werd opgevangen door de SRV-man', een hoop die meteen de bodem wordt ingeslagen: 'maar die zie je ook steeds minder.' Met als ironische, berustende conclusie: 'Dat zijn de zegeningen van de vooruitgang door de komst van supermarkten!'

Op welke krasse clientèle mikken deze zenders en sites? Op de mild glimlachende dikke dames die ooit lekkere meiden zijn geweest en op feesten en partijen furore maakten met hun lange blonde haar in hun petite robe noir (little black dress in tijdschriftenvertaling)? Destijds waren ze niet vies van een onenightstand maar nu 'moeten ze er niet meer aan dénken!' Dit in tegenstelling tot hun al even corpulente echtgenoten, ooit jazz-adepten met een Caesarkapsel en een houtje-touwtjejas. Die denken er nog wel degelijk aan, maar... helaas. Zie ze zitten bij hun knappende haardvuur, een goed glas wijn in de bevende hand. Hoor ze verzuchten ' Ja, dat waren nog eens tijden,' 'Nee, die tijd komt nooit meer terug,' of 'God, wat waren we toen heerlijk jong!' Nog steeds zingt op een verzamel-cd boordevol Franse chansons, Charles Aznavour 'Hier encore, j'avais 20 ans'.

Zondagavond had ook ik het gevoel iets dierbaars te zijn kwijtgeraakt. Eerst tijdens de laatste ontroerende aflevering van het VPRO-drieluik met en over Van Kooten en De Bie. Nostalgie op niveau.

Maar ook daarna. Zappend langs opgenomen programma's stuitte ik, nee, maakte ik een zachte landing op Hommage aan Rogier van Otterloo (¿). Jaren geleden schreef de jong gestorven musicus een van zijn mooiste arrangementen op 'Als je overmorgen oud bent', een juweeltje van Jules de Corte (¿). Louis van Dijks tedere toucher tilde het liedje tot ongekende hoogte. Tranen welden op, mede vanwege John Vis, platenproducent en de vader van mijn zonen. Lang geleden bracht hij deze fijnzinnnige klanken dichter bij de mensen. Iets te vaak was dit toen al het vroegoude, gezapige mensensoort dat ik in deze column een alinea hoger bij het haardvuur plaatste. Maar dat kon mijn ex-echtgenoot niet helpen. Niet iedereen krijgt het publiek dat hij verdient.

h

undefined

Meer over