Nostalgie-toeristen tussen Sovjet-beton

Het bakstenen kerkje met zijn rode pannendak, dat herkennen de nostalgie-toeristen altijd meteen. Maar daar omheen hebben de bombardementen grote gaten geslagen, die zijn opgevuld met fantasieloos Sovjet-beton....

Van onze correspondent Bart Rijs

'Toch staan ze soms met tranen in hun ogen', zegt Valeri Kolokoltsev. De marine-officier drijft met zijn vrouw het reisbureau De Gouden Orchidee, dat elk jaar meer dan duizend Duitsers mee terugneemt naar het Oost-Pruisen van hun jeugd. Baltijsk is voor buitenlanders een verboden stad. De rood-witte poort aan de ingang van de stad gaat alleen open met een stempel van de Russische veiligheidsdienst en van het hoofdkwartier van de Oostzeevloot. Want in de haven is te zien wat er van de Sovjet-marine is overgebleven: honderd kruisers, mijnenvegers en bevoorradingsschepen die zelden uitvaren.

Het Rode Leger veroverde de stad in april 1945, en de paar honderd Duitsers die niet waren gevlucht, werden drie jaar later gedeporteerd. Stalin had het veroverde Oost-Pruisen met één haal over de kaart verdeeld tussen Rusland en Polen. De grootvader van Tatjana Kolokoltseva was een van de Russen die hun plaats innamen; elk jaar speldde hij op de Dag van Overwinning zijn veroveringsmedaille op zijn colbert.

In 1991 was de tijd voorbij dat matrozen van de vloot de stad gratis onderhielden en de straten schoonveegden. De Sovjet-Unie bestond niet meer, en de leuzen op zijkant van de flats ('De vloot is het volk en de partij toegewijd') begonnen af te brokkelen. Later kwamen de eerste bejaarde Heimatsvertriebenen voorzichtig een kijkje nemen. 'Zullen we niet worden bekogeld met tomaten?' wilden ze van Valeri weten.

Voor de Kolokoltsevs kwamen de Duitsers als geroepen. Ze woonden met acht mensen in een driekamerflat; hun familie was uit Tsjetsjenië naar Baltijsk gevlucht. 'Ons loon was nog niet genoeg om een buskaartje te kopen', zegt Tatjana. 'We leefden van onze groententuin en van het fokken van konijnen.' De Duitsers brachten dollars met zich mee, dus een reisbureau was voor het gezin dè manier om aan geld te komen.

De Duitsers worden met open armen ontvangen. In Baltijsk is bijna iedereen zelf immigrant, en ze begrijpen heel goed wat heimwee naar je geboortegrond betekent. 'Een van onze gasten vertelde dat hij als jongen met de Hitler-Jugend in de loopgraven had gestaan', zegt Tatjana. 'Zo iemand kun je toch niets verwijten? Hij moest wel. Hitler en Stalin gingen allebei over lijken om aan de macht te komen.'

De Russen in de provincie Kaliningrad, die ligt ingeklemd tussen Polen en Litouwen, en is afgesneden van de rest van Rusland, zijn gefascineerd door het Pruisische verleden van hun woonplaats. Vóór 1991 was aandacht voor alles wat Duits was gevaarlijk: de KGB verbood het vak plaatselijke geschiedenis op school. Nu spreken ze met bewondering over de gebouwen, wegen en bruggen die door de Duitsers zijn aangelegd: zoveel sterker en degelijker dan die van na de oorlog.

Duitsland staat hier voor welvaart, niet voor Hitler en Nazidom. Het plaatselijke bier heet Ostmark, en geen Rus die daarbij denkt aan Blut-und-Boden. Een Duitse naam betekent kwaliteit (het bierconcentraat komt uit het Westen). De nieuwe rijken bouwen hun villa's in Pruisische stijl van de jaren dertig: vierkant, met grote tuinen vol bomen.

Schrijver Aleksandr Popadin behoort met zijn 36 jaar tot de eerste generatie Russen die in de provincie is geboren en getogen. Hij schreef de legenden op over de tunnels vol schatten die de Duitsers achterlieten - 'de diepste en langste loopt tot Berlijn', zegt hij lachend. 'De nieuwkomers voelden gewoon dat ze woonden in andermans land.' Net als veel Russen van zijn leeftijd is hij nieuwsgierig naar de Duitsers. 'Ik zou ze willen bedanken dat ze goed voor de streek hebben gezorgd.'

Bang dat ze Oost-Pruisen terugwillen, is Popadin niet. Hij is blij dat Berlijn geld heeft aangeboden om de oude synagoge en een deel van de universiteit in Kaliningrad te herbouwen. 'Lutherse kerken ken ik, Russisch-orthodoxe uienkoepels zijn exotisch voor mij.'

Er is een bescheiden nostalgie-industrie in Kaliningrad. In de krantenkiosken zijn oude ansichten te koop, en een herdruk van een oude stadskaart, waarop te zien is dat het Overwinningsplein in de jaren dertig de Adolf Hitler-Platz heette.

Niemand vindt het gek dat er in winkeltjes allerlei Nazi-bric-a-brac te koop ligt. In het antikvariat van Aleksandr Stepanovitsj in Kaliningrad staat een aluminium buste van Lenin bovenop Immanuel Kants Werke (Berlijn 1927, en hangt tussen de Nazi-medailles een viool: 'Stradivarius 1725, 25 duizend roebel'. Een Stradivárius? 'Dit is een streek die erg rijk is aan antiek', zegt Stepanovitsj met een stalen gezicht.

Naast de marine zijn nostalgie-toeristen de enige bron van inkomsten voor Baltijsk. Maar de meesten zijn al flink op leeftijd, en hun aantal neemt de laatste jaren af. Voor gewone toeristen is er in de stad te weinig te doen. Het enige hotel wordt gebruikt als huisvesting voor officieren en hun families, die zijn teruggetrokken uit de Baltische landen. De enige plaats waar toeristen iets kunnen eten, 'café Succes' aan de kade, ziet eruit als een troosteloze keet.

Buitenlandse investeerders blijven weg van het Russische Oostzeestrand. Welk toeristenbedrijf durft een modern hotel neer te zetten zolang het niet mogelijk is grond te kopen? Tatjana en Valeri Kolokoltseva doen hun best om meer attracties te bedenken voor hun gasten. Ze hebben hun contacten bij de mariniers aangewend: komend seizoen kunnen toeristen een rondje rijden over hun oefenterrein. 'Panzertours', zegt Valeri blij. 'Ze rijden zelfs door het water.'

Meer over