Nostalgie naar de Expo

Ruim 41 miljoen bezoekers kwamen tussen 17 april en 19 oktober 1958 naar de Wereldtentoonstelling in Brussel, ofwel Expo ’58....

Het was nooit niet de bedoeling dat het 102 meter hoge Atomium anno 2008 op de Heizelvlakte in Brussel zijn vijftigste verjaardag zou vieren. Het gevaarte met de negen bollen – een 160 miljard keer uitvergroot ijzerkristal – zou na een half jaar weer met de grond gelijk worden gemaakt.

Dat was na afloop van de Wereldtentoonstelling van 1958, beter bekend als Expo ’58, wel het lot van het immense Russische paviljoen (150 meter lang, 72 meter breed en 22 meter hoog). Miljoenen bezoekers hadden zich er vergaapt aan een standbeeld van Lenin, blikjes kaviaar en vooral aan een replica van de Spoetnik, de Russische kunstmaan waarin het ruimtehondje Laika een jaar eerder de dood had gevonden. Stalin was overigens al vijf jaar dood, maar het ontzag in de Koude Oorlog voor de Sovjet-Unie was er niet minder om.

Verdwenen is ook het paviljoen van de Verenigde Staten, door de Russische krant Pravda destijds smalend afgedaan als ‘een vergulde bonbonnière’. Ook van Congorama, het Afrikaanse dorp waar ‘echte zwarte negers’ uit de Belgische kolonie te zien waren die houtsnijwerkjes maakten, is niets meer over. En de kabelbaan, waarin drie miljoen ritjes zijn gemaakt? Van de aardbodem verdwenen. Het spectaculaire paviljoen dat Le Corbusier had ontworpen voor Philips? Met dynamiet opgeblazen.

27 miljoen kilo bouwmateriaal was er gebruikt voor Expo ’58, de eerste Wereldtentoonstelling sinds de Tweede Wereldoorlog; ten behoeve van de aanleg was een miljoen kubieke meter grond verplaatst. In de voorbereidingen zaten zestig miljoen manuren. Het terrein besloeg 200 hectaren exclusief parkeerplaatsen, waarvan iets meer dan de helft werd bebouwd. Ter vergelijking: De Efteling meet, inclusief parkings, 72 hectare.

Sophia Loren, Romy Schneider, Grace Kelly, president Eisenhower, koningin Juliana, Walt Disney, Orson Welles en nog 41.545.405 bezoekers kwamen tussen 17 april en 19 oktober 1958 naar de Wereldtentoonstelling. De blikvanger, het Atomium, kon hen niet ontgaan.

‘Verbijstering, verwarring en bewondering zijn de indrukken, die men overhoudt van het eerste uur op de Expo’, noteerde een journalist van het weekblad Panorama. ‘De bezoeker van het Atomium huivert van de grootheid der schepping. De mens van 1958 voelt zich een molecuul van de stoffelijke wereld, voortgedreven en levend buiten zijn eigen kracht, opgenomen in de oneindige kosmos als een ster, een stofdeeltje.’

Je hebt in België dan ook de tijd vóór de Expo ’58 en na de Expo ’58. Vóór het grote evenement, een van de eerste uitingen van massatoerisme, leefde België in de spruitjeslucht van de wederopbouw; met de Expo ’58 begonnen de swinging sixties.

Voor veel Belgen – en ook voor miljoenen bezoekers uit het buitenland – was het evenement de eerste kennismaking met softijs en met Coca-Cola, met de kleurentelevisie en met fluorescerende postzegels, met modernistische architectuur en met rollercoasters. Een optimistisch vooruitgangsgeloof maakte zich meester van de bezoekers, die niet zelden voor het eerst hun dorp hadden verlaten.

Wie de nieuwlichterij allemaal te veel werd, kon voor bezinning terecht in het stralend witte paviljoen Civitas Dei, de eerste inzending ooit van Vaticaanstad op een Wereldtentoonstelling. Al zou de katholieke kerk een decennium later heel wat van zijn volgelingen in België en de rest van de westerse wereld hebben verloren, nu imponeerde het Vaticaan. Expo ’58 toonde de wereld; de wereld kwam naar Expo ’58. Irak, Iran, Nederland, Finland, Soedan, Philip Morris, de diamantindustrie – allemaal waren ze vertegenwoordigd, in een tijd dat de tv de wereld nog niet dagelijks bij iedereen tot in de huiskamer bracht.

De Expo ’58 was één groot feest, maar eiste ook zijn tol. Brussel werd grondig op de schop genomen om de miljoenen bezoekers te kunnen ontvangen. 45 kilometer wegen werd vernieuwd, er kwamen 7 kilometer tunnels onder de Brusselse binnenring. Bij stedebouwkundigen kwam wereldwijd het begrip bruxellisation (‘verbrusseling’) in zwang: de anarchistische verbouwing van een historische stad door projectontwikkelaars die dollartekens in hun ogen hebben.

‘De ene na de andere boom werd omgehakt op de prachtige lanen die Leopold II had laten aanleggen en waarvoor Brussel terecht beroemd was’, schreef Geert Van Istendael in zijn boek Arm Brussel. ‘La nature recule devant le progrès (de natuur wijkt voor de vooruitgang), hoorde je toen in het bioscoopjournaal. Vijfenveertig miljoen bezoekers spoedden dat jaar over de Brusselse Heizelvlakte. Ja, Brussel was de hoofdstad van het modernste land van Europa, geheel uit verchroomd nikkel, hard plastic, nylonkousen met naad en betonplaten voor nieuwe autowegen vervaardigd.’

Het Belgische zelfvertrouwen kreeg ook twee jaar na de Expo een deuk, toen Congo de onafhankelijkheid uitriep. De voortekenen voor die ommekeer waren anno 1958 aan slechts weinigen besteed.

Die bedenkingen kunnen de pret niet drukken, toen niet en nu niet. België verlangt hartstochtelijk terug naar de Wereldtentoonstelling, die het land zo veel zelfvertrouwen en optimisme gaf. De superlatieven in de media raken niet op. Aan exposities en boeken is geen gebrek. Donderdag is er een groot vuurwerk bij het Atomium; er wordt een grote verkeerschaos verwacht.

De Nieuwe Tijd werd misschien nog wel het beste verpersoonlijkt door de ‘fairhostessen’. Tienduizenden jonge vrouwen melden zich aan voor deze representatieve functie; slechts 270 werden er geselecteerd. Met hun zwarte hoedjes, rode jasjes, blauwe rokken en witte handschoenen groeiden zij, misschien nog wel meer dan het Atomium, uit tot het symbool van de Wereldtentoonstelling. De jongedames van weleer, nu zestigers en zeventigers, houden nog altijd reünies en zijn nu graag geziene gasten in talkshows.

‘Spaar uw strijkbout niet’, luidde destijds de instructie voor de gastvrouwen. ‘Uw schoenen moeten glimmen. laat uw haar tijdig bijpermanenten.’

Eén wanklank overschaduwde hun inzet: acht hostessen werden op staande voet ontslagen, omdat ze topless waren gaan zonnen op het dak van een van de congrespaleizen. Ze werden betrapt vanuit een helikopter.

Meer over