North Sea Jazz

Het genieten van een lange wandeltocht wordt danig op de proef gesteld als de voorbereiding te wensen overlaat. Wandelaar John Jansen van Galen is door schade en schande 'wandelkenner' geworden....

tekst Ben Haveman fotografie Marcel van den Bergh

Er kan geen scheermes meer langs en zelfs geen briefkaart. De deuropening is een flessenhals, verstopt met ruggen, schouders, nekken, hoofden. Die gaan niet opzij. Die wijken net zo min als basaltblokken in de Westerschelde. In hun ongenaakbaarheid hebben die individuele lichaamsdelen iets met elkaar gemeen dat centraal-computergestuurd lijkt en dat langs een fijn mazig zenuwcentrum de correlatie tussen oor en hersenen regelt: de knik, de drive, zeg maar. Opeengeperst maken de wachtenden mechanische bewegingen die vaag doen denken aan het gebedsritueel van orthodoxe gelovigen bij de Klaagmuur van Jeruzalem. Het swingt, als het ware. Als je tenminste het geluk hebt in de buurt te komen; van de zaalingang.

Der Ulli kommt nicht dabei. Applaus klatert op, vermengd met indianengehuil. Nooit was een god op de trompet zo dichtbij en toch zo onbereikbaar. Dat geldt voor alle zalen met weer andere goden. De klapstoeltjes gaan onverrichterzake over de schouder. Klap stoeltjes met rugzakjes vol proviand eraan, we hebben met volhouders van doen. Het echtpaar is in zijn midforties en uit Dusseldorf afkomstig. De jaarlijkse Jazz Supermarkt van Den Haag eist zijn tol. Twee honderd optredens in drie dagen, geschetter uit alle hoeken en je kunt er alleen maar aan ruiken. Daar waar je niet bent, that's where the action is. Van zaaldeur naar zaaldeur, trap op, trap af. Uren lopen en staan. In de rij voor een broodje kaas ... raison van een tientje (met schijfje komkommer). Baby op je nek, om half twaalf 's avonds. Achterin in een hal, ver van het podium waar wat schijnt te bewegen, te oordelen naar decibellen die dwars door je kransslagader naar je trommelvlies jenzen en weer terug. Het Congresgebouw is een pulserende mierenhoop. Vechten om een stek. Om wat muziekfragmenten.

Maar je bent er eens uit, je ontmoet wat gelijkgestemden die uit het programmaboekje verlekkerd de namen van Shekemia Copeland, Niels-Henning Ørsted Pedersen en Moses Taiwo Molelekwa oplezen op een manier die radiostandwerker Martin Ros niet verbeteren kan. Helden uit een wereld waarvan gezegd wordt dat die eigenlijk niet meer bestaat. Als dat zo was, had Bill Clinton geen felicitatie gestuurd. En dan zou vvd-saxo Hans Dijkstal als interviewer voor regiozender Radio West niet aan een Amerikaanse muzikant met cowboyhoed vragen: 'Is dat een cowboyhoed?' Antwoord: 'Dat zeggen ze.' Dijkstal: 'Great!'

Met een zingend Motherfucker, where the hell have you been?, vallen twee idolen op leeftijd elkaar in de armen; twee jaar na Pittsburg, of was het Comblain-la-Tour? Bijna bijbelse momenten voor de toeschouwers die op het North Sea Jazz Festival hun wederopstanding beleven. Van die mannen die een keer per jaar hun ietwat verwassen jazz-T-shirt weer aan mogen van hun vrouw. Gelukzalig graaiend in cd-bakken van drie-voor-een-tientje slaan ze hun slag. Buiten geurt het naar hasj en gebakken vis. Uitgeput ploffen vrouwen met Joanna Lumley-kapsels in massagestoelen neer.

Nederland kent geen festivalmoeheid. Er zijn er wel honderd, deze zomer. Maar dit is de Gouvernante Aller Festivals. Hoezo muziek voor ouwe lullen? Edison-winnares en tweevoudig oma Lils Mackintosh (45, paars punkhaar): 'Ik voel me helemaal yippie!' Als de nacht valt, drukte exit, is er gerechtigheid. Pianist McCoy Tyner! Op de autoradio.

Meer over