Noord-Zuidlijn: ‘Knowhow nihil’

De raadsenquête over de Amsterdamse Noord-Zuidlijn begon gisteren, en meteen was het raak: ‘We werden niet serieus genomen en traden af.’

Al op dag één van de Amsterdamse raadsenquête inzake de Noord-Zuidlijn is maandag het beeld bevestigd van een ondermaats voorbereid miljardenproject. ‘Onze knowhow was nagenoeg nihil’, verklaarde een topambtenaar.

De ambtenaar was eind jaren negentig slechts tien maanden directeur van het Projectbureau Noord-Zuidlijn. Voor de experimentele techniek van het project was zijn bureau en dus ook de gemeente volledig afhankelijk van commerciële buitenstaanders.

Over de financiële risico’s tastte het Projectbureau in het duister. De effecten van zich wijzigende marktomstandigheden (dus duurdere aannemers) en mogelijke vertragingen als gevolg van technische obstakels werden niet of onvoldoende in de begroting meegenomen.

Terwijl, aldus de ambtenaar, met name vertragingen ‘dodelijk kunnen zijn voor dit soort grootschalige projecten’. De hoop was in die jaren nog gevestigd op de toen geldende subsidieregels: de rijksoverheid zou 95 procent betalen, Amsterdam 5 procent. Dus ook eventuele tegenvallers zouden hoofdzakelijk ten laste komen van Den Haag.

Dat er later een geheel andere financieringsvorm zou komen, waarbij het Rijk zijn bijdrage in een keer zou afkopen met in totaal 1,1 miljard euro en Amsterdam werd opgezadeld met de financiële risico’s, was toen al wel een gerucht, maar nog geen feit.

Oud-minister Tineke Netelenbos van Verkeer en Waterstaat zal hierover woensdag aan de tand worden gevoeld.

Ter herinnering: de totale kosten van de nieuwe metro worden thans op 3,1 miljard euro geraamd, minus de 1,1 miljard uit Den Haag dus 2 miljard voor de hoofdstad, wier bijdrage ten tijde van het go-besluit in oktober 2002 tot 317 miljoen euro beperkt zou blijven.

Overigens was het ten stadhuize ten strengste verboden het woord metro in de mond te nemen. Er mocht uitsluitend over ‘lijn’ worden gesproken. De trauma’s over het volksoproer van begin jaren zeventig bij de aanleg van de eerste metrolijn waren nog huizenhoog.

Het stadsbestuur koos destijds voor grootscheepse woningafbraak om de betonnen caissons te kunnen laten afzinken. Absolute voorwaarden voor goedkeuring van een tweede metro waren derhalve: geen caissons, maar tunnels boren en geen huis tegen de grond.

Dat het woord metro nog lang besmet zou blijven, vertelde maandag Ernst Bakker, burgemeester van Hilversum en van 1994 tot 1998 als Amsterdams wethouder belast met de Noord-Zuidlijn. ‘Als je het woord alleen al liet vallen, kregen ze hier rode oortjes.’

Chronologisch is de datum van 27 november 1996 van belang. Op die dag nam de raad op advies van Bakker (en overige leden van het stadsbestuur) het principebesluit dat de Noord-Zuidlijn er moest komen. Gisteren werd duidelijk dat de raad toen niet op de hoogte was van de twijfels die over het project waren gerezen bij een internationale raad van technische experts. Een van de ingenieurs: ‘We werden niet serieus genomen en traden na vijf jaar af.’

Meer over