Column

'Noord-Korea, Syrië, Oekraïne; nergens is de NAVO van betekenis'

Waaraan ontleent de NAVO nog een dwingend bestaansrecht?, vraagt Paul Brill zich af.

Secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen en premier Mark Rutte tijdens een persmoment bij het Catshuis. Rasmussen is in Den Haag ter voorbereiding voor de NAVO-top begin september in Wales. Beeld anp
Secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen en premier Mark Rutte tijdens een persmoment bij het Catshuis. Rasmussen is in Den Haag ter voorbereiding voor de NAVO-top begin september in Wales.Beeld anp

Voor journalisten die een prominente deskundige gingen interviewen zonder veel van diens vakgebied af te weten, had Godfried Bomans ooit een goed advies: vraag wat zijn 'leidend principe' is. Dan rolt er gegarandeerd een verhaal uit.

Behalve dan als het leidend principe in lijdende staat verkeert. Afgelopen donderdag spraken twee NAVO-ambassadeurs in Den Haag over de stand van zaken bij de verdragsorganisatie en wat er mag worden verwacht van de NAVO-top later dit jaar in Wales. Het duo bestond uit de Amerikaan Douglas Lute en de Nederlandse Marjanne de Kwaasteniet.

Lidmaatschap NAVO
Geen bijeenkomst om vrolijk van te worden. Vooral niet van de Nederlandse bijdrage. Een week eerder was het resultaat van een opiniepeiling bekend geworden, waaruit bleek dat slechts 56 procent van de Nederlanders het lidmaatschap van de NAVO van belang vindt voor onze veiligheid. Twee jaar geleden was nog 79 procent deze mening toegedaan. Een forse daling dus.

Hoe kan de NAVO deze trend keren? Door transparanter te zijn en beter te communiceren, luidde het devies van De Kwaasteniet. Om nadere uitleg gevraagd bleek ze te hopen dat dit kan worden gerealiseerd door, tja, transparanter te zijn en beter te communiceren.

Nog omineuzer was dat in de inleidingen het woord Oekraïne slechts éénmaal terloops viel. En dat op de dag waarop er op het Onafhankelijkheidsplein van Kiev opnieuw zwaar werd gevochten en de crisis in het land zodanig escaleerde dat nu zelfs gevreesd moet worden voor het voortbestaan van Oekraïne als ongedeelde staat.

Geopolitieke tekort
Dit tekent het geopolitieke tekort waarmee de NAVO momenteel heeft te kampen. Gedurende veertig Koude Oorlog was er voor de alliantie een vanzelfsprekende plaats in het brandpunt van het internationale gebeuren. Ook in de periode daarna bleef de NAVO een cruciale rol spelen, eerst in de Balkan, vervolgens in Afghanistan. Over de inslag en effectiviteit van die laatste missie, waarmee de NAVO willens en wetens buiten het oorspronkelijke verdragsgebied trad, kan men van mening verschillen, maar aan het strategisch belang van de operatie werd, zeker in de eerste jaren, nauwelijks getwijfeld.

Maar wanneer eind dit jaar het doek valt voor de operatie in Afghanistan (afgezien van de blijvende aanwezigheid van een contingent trainers en adviseurs), waaraan ontleent de NAVO dan een dwingend bestaansrecht? Zeker, geallieerde strijdkrachten verrichten her en der nuttige taken - zo nuttig dat je onmiddellijk voor de oprichting van een NAVO zou pleiten als ze nog niet bestond. Maar waar ligt de nieuwe uitdaging, wat is voor de toekomst het wervende verhaal van de alliantie?

Laten we even de belangrijkste spanningshaarden en conflicten in de wereld van vandaag langslopen: Noord-Korea, het zeegebied rond China, het Iraanse nucleaire programma, de burgeroorlog in Syrië met zijn schokgolven naar Libanon en Irak, het bloedige geweld in desintegrerende staten als Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek, de crisis in Oekraïne. Nergens is de NAVO een factor van betekenis. Hoogstens speelt ze een secundaire rol, zoals aan de Syrische grens, waar Amerikaanse, Duitse en Nederland Patriot-raketten het Turkse grondgebied helpen beschermen.

Afschrikkingsmacht
Nu weet ik wel: de daadwerkelijke inzet van een grote troepenmacht is niet de enige en zelfs niet de belangrijkste maatstaf in een wereld waar oplopende interne twisten en terroristische activiteiten de meest voorkomende bedreigingen van de veiligheid zijn geworden. De NAVO is ook nog steeds een afschrikkingsmacht, die in zekere zin haar waarde bewijst door niet in actie te hoeven komen.

Maar om die laatste functie naar behoren te kunnen vervullen is wel een breed gedeeld besef nodig dat voor andere spelers op het wereldtoneel militaire kracht niet heeft afgedaan en dat een stevige krijgsmacht daarom van essentieel belang blijft. Hetgeen vraagt om politici die dat belang met overtuiging kunnen verwoorden. Vooral in Europa schort het daaraan.

Misschien fungeert de crisis in Oekraïne als wake-up call. Want al wordt er nog zoveel lippendienst bewezen aan een harmonieus partnerschap met Moskou, het zou dwaas zijn te ontkennen dat die crisis ook het karakter heeft van een strategische krachtmeting. Tussen het Kremlin van Vladimir Poetin, dat Oekraïne ziet als een satelliet in een nieuw Russisch zonnestelsel, met alle autocratische mores van dien, en het democratische Europa, dat een stuk veiliger en stabieler wordt als het een zeer kwetsbare grens deelt met een land dat zich in relatieve vrijheid kan ontplooien.

Paul Brill is buitenland- commentator van de Volkskrant.

Meer over