Nooit rechte horizonnen

Dat Vanderheyden kunstenaar zou worden, was allerminst vanzelfsprekend. Het was uiteindelijk 'het enige dat hij kon'.

'Ik zie, dus ik ben,' zei de maandag op 83-jarige leeftijd overleden kunstenaar JCJ Vanderheyden. Velen keken met hem, want gedurende de ruim 55-jarige carrière van de schilder, fotograaf en videokunstenaar was zijn werk op talrijke tentoonstellingen te zien. Wat hij zag: eindeloos veel horizonnen. Als één Nederlandse kunstenaar zich toelegde op de horizon, dan was het JCJ Vanderheyden, de kunstenaarsnaam van Jacques van der Heyden.

Anders dan de Nederlandse landschapstraditie is de horizon van JCJ Vanderheyden nooit recht. Hij is ontzettend bol of een tikje bol, zoals de aarde in de verte gebogen is. Hij is schuin of verticaal, alsof de wereld op zijn kop staat. Hij is gerafeld, omdat de ruimte onder de horizon niet de aarde is, maar de wolkenlucht, waardoor de toeschouwer als vanzelf een beetje gaat zweven. Het is maar vanuit welk perspectief je kijkt.

Naast horizonnenschilder is Vanderheyden vooral bekend vanwege zijn talrijke uitzichten uit het vliegtuigraam, gefotografeerd en geschilderd, mét horizon uiteraard. Maar ook met schitterende, haast magische wolken-, sneeuw en berglandschappen, en altijd het licht verdraaide perspectief van het vliegtuigraam in beeld. Alsof je door een oog van binnen naar buiten kijkt, waarbij de randen van het oog ook keurslijf zijn en het zicht beperken. Juist over dat dilemma gaat zijn werk: over de vrijheid van de waarneming, het verlangen naar een onbegrensde verte én de wetenschap dat een mens per definitie slechts in staat is om een fragment van de werkelijkheid te aanschouwen.

Dat Vanderheyden kunstenaar zou worden, was allesbehalve vanzelfsprekend. Hij was op de middelbare school een slechte leerling, werd van school gestuurd en door een vriendje gewezen op de Rijksakademie. Ook daar wilde het niet vlotten. Hij moest, ouderwets, met houtskool leren tekenen, wilde dat niet, en werd wederom weggestuurd. 'Bijna dertig, en ik deugde nergens voor', verzucht hij op zijn kunstenaarsportret op Arttube, het videokanaal van museum Boijmans Van Beuningen. Halverwege de jaren vijftig koos hij uiteindelijk toch 'voor het enige dat hij kon': het kunstenaarschap.

Aanvankelijk schilderde hij abstract, in zwart-wit, met minimale verfstreek en zonder te signeren, om het individuele te overstijgen. In de jaren zestig pionierde hij met video en computerkunst, om die nieuwe media later weer te combineren met het ambachtelijke schilderen.

Vanaf dat moment bestonden zijn werk en zijn tentoonstellingen uit combinaties van werken, waarin steeds dezelfde, al dan niet geabstraheerde motieven terugkeren - naast de horizonnen en de vliegtuigramen zijn schaakbordschilderijen met daarin soms opgeblazen fragmenten van iconen uit de kunstgeschiedenis als Brueghel en Vermeer een favoriet thema. Bolle spiegels of bewakingscamera's reflecteren het geheel.

Elke tentoonstelling is een onderzoek, een spel met ruimte en tijd dat wetenschappelijk van aard lijkt, maar is gebaseerd op de oosterse wijsheid, waarmee Vanderheyden op zijn reizen naar India, Nepal en China in aanraking kwam. Van vooruitgang is daarin geen sprake - vandaar de herhaling van motieven. Elk werk is deel van een geheel en in een deel zit het geheel besloten. Aan dat mysterie, aan die complexe werkelijkheid, die voorbij het gewone kijken reikt, heeft Vanderheyden een uniek oeuvre gewijd.

undefined

Meer over