Nooit meer last van tegenliggers in Rembrandthuis

Directeur Ed de Heer van Museum het Rembrandthuis in Amsterdam kan zich niet storen aan het lawaai van de bouwput aan de zuidkant van het museum....

ARNE LEFFRING

Van onze verslaggever

Arne Leffring

AMSTERDAM

Wie een bezoek brengt aan het huis waar Rembrandt twintig jaar woonde en werkte, staat al na een paar meter te wachten op een handvol tegenliggers. De houten trappen zijn te smal voor tweerichtingsverkeer. Laat staan dat het museum een doorgaande route biedt aan de 130 duizend bezoekers die elk jaar afkomen op de vrijwel complete collectie etsen van Rembrandts hand. Van de ongeveer 280 etsen die hij maakte zijn er in het museum 250 te zien.

De groeiende stroom bezoekers is voor De Heer de voornaamste reden geweest om aan te sturen op uitbreiding van het zeventiende-eeuwse pand. Maar hij heeft meer kopzorgen. Het Rembrandthuis heeft geen aparte tentoonstellingszaal, zodat bij tijdelijke exposities steeds een deel van de permanente collectie in depot verdwijnt. Over apparatuur en middelen om de prenten optimaal te conserveren, beschikt het museum evenmin. Zo ontbreekt bij de ingang een tochtpui. 'De natte jassen van bezoekers lijken een klein probleem, maar ze vormen een reële bedreiging voor de collectie', zegt De Heer. En dan heeft hij het nog niet eens over de obstakels voor invaliden en het geringe aantal toiletten.

Daarin komt verandering als in de zomer van 1997 de nieuwe vleugel in gebruik wordt genomen in het voormalige Saskiahuis (in de volksmond zo genoemd naar Rembrandts echtgenote Saskia van Uylenburgh), dat aan het Rembrandthuis grenst. Het gebouw van architect A. Jacot uit het begin van deze eeuw moest vanwege de slechte fundering tot de grond toe worden afgebroken. Alleen de gevels aan de zijde van het Waterlooplein zijn blijven staan.

De directie wil het nieuwe gedeelte inrichten in de stijl van Rembrandt. Het werk van de meester kan in sommige gevallen duidelijk maken hoe het interieur er moet hebben uitgezien. Een reconstructie is ook mogelijk dankzij de uitgebreide inventaris die in 1656 werd opgesteld voor Rembrandts schuldeisers. De schilder ging in dat jaar over de kop en moest daarna het huis en de boedel verkopen.

De entree zal naar het Saskiahuis verschuiven, evenals de museumwinkel. Een grote glazen wand biedt de bezoeker van de nieuwe vleugel zicht op de oude binnenplaats, die voorheen niet te zien was. Volgens kenners zou Rembrandt daar in een houten loods De Nachtwacht hebben geschilderd.

Wie speciaal komt voor een tijdelijke tentoonstelling, kan de vaste collectie in de toekomst rechts - in het Rembrandthuis - laten liggen en meteen de trap naar boven nemen in het Saskiahuis, waar enkele zalen bestemd worden voor wisselende exposities. In de nok van het pand wordt het Rembrandt Informatie Centrum (RIC) gevestigd, bestemd voor zowel onderzoekers als leken. In het RIC kunnen belangstellenden ook terecht voor een digitale weergave van Rembrandts etsen.

Directeur De Heer droomt nu reeds van een verdubbeling van het aantal bezoekers. In navolging van de grote diamantair in de nabij gelegen Nieuwe Uilenburgerstraat, die vorig jaar 280 duizend bezoekers trok, wil hij gaan samenwerken met touroperators. Schoolklassen, personeelsverenigingen en grote bedrijven, De Heer wil ze vanaf volgend jaar graag in het vernieuwde huis verwelkomen. In het auditorium kunnen de leergierigen onder hen documentaires bekijken over het leven en werk van de Amsterdamse schilder. Volgens de museumdirecteur gaan veel bezoekers voorbij aan het feit dat het Rembrandthuis voor de schilder meer was dan atelier en woonhuis alleen. Zo dreef hij er handel in kunst, gaf hij les aan leerlingen en was hij verzamelaar van curiosa, van exotische vogels tot Japanse helmen.

De Heer noemt de huidige thematische rangschikking van de etsen 'statisch'. Hij wil de collectie verlevendigen door rond de vaste kern wisselende exposities in te richten die zijdelings met Rembrandt te maken hebben. Uit een lade haalt hij een prent tevoorschijn van de achttiende-eeuwse schilder George Friedrich Schmidt, geheel in de stijl van de Amsterdamse meester. Ook Picasso heeft zich door Rembrandt laten inspireren. De museumdirecteur denkt bij de tijdelijke tentoonstellingen niet alleen aan navolgelingen, maar ook aan vervalsers of verzamelaars van zijn werk.

Voor het zover is zal het museum de acht miljoen gulden moeten opbrengen voor de aankoop en de verbouwing. Dankzij overheidssubsidies en donaties is ruim eenderde van het bedrag al bijeengebracht. Voor het resterende bedrag krijgt het Rembrandthuis steun van het veilinghuis Christie's. Op 11 november zal Christie's Amsterdam tijdens haar jaarlijkse veiling van tekeningen van Hollandse, Vlaamse en Duitse Oude Meesters een aantal tekeningen verkopen ten bate van het Rembrandthuis.

Bij Christie's in Londen zal op 3 en 4 december grafisch werk van particuliere schenkers worden geveild, waaronder een duinlandschap door Pieter Molijn, twee tekeningen van Jan Luycken, een heuvellandschap van Herman Saftleven en een zeegezicht van Abraham Storck. Verder wacht de hoogste bieder daar een bijzondere proefdruk van Albrecht Dürer. Van Rembrandt zelf komen in Londen twee etsen onder de hamer, Christus met de Apostelen en Boerderij met houten schutting.

Kijkdagen bij Christie's Amsterdam, 7 t/m 10 november, dagelijks van 10-16 uur

Meer over