Nooit meer fietsen in het donker

Als scholier had Theo Huits vaak de pest in wanneer hij op donkere winterochtenden naar school racete. Op de weg van Heerhugowaard naar Alkmaar zijn genoeg rechte stukken voor een tempo van dertig kilometer per uur, maar Huits' ouderwetse fietsdynamo draaide enthousiast mee....

Theo Nijenhuis

Nu was Huits een kleine Willy Wortel. Toen hij genoeg had van de pech, kocht hij lampjes van een hoger voltage. Nogal simpel, vond hij. En als de brommer van zijn oudere broers stilstond, was het ook simpel. Hij haalde de motor uit elkaar, keek hoe die zou moeten werken en een dag later waren de broers weer mobiel.

Huits is nu 47 en al bijna twintig jaar elektrotechnicus bij Ajax. En nog steeds demonteert hij in zijn vrije tijd alles waarvan hij de werking nog niet precies kent. Recent voorbeeld is een Japanse Cateye 300-L, een fietskoplamp die bij fietsfabrikanten en ontwerpers opzien heeft gebaard en populair is onder fietsers, ondanks de prijs van 39,95 euro.

De Cateye is een stoere, zwarte lamp met vijf mini-lampjes ('ledjes'), gegoten in een blok vol reflectoren en lensjes. Hij wordt gevoed door vier penlight batterijen. Zoiets vraagt erom te worden uitgeprobeerd en wel grondig, want batterijen zijn zwaar en geven de geest op ongelegen momenten.

Cateye-importeur Van Buuren in Amsterdam was gewaarschuwd dat de uitgeleende lantaren rare tests zou ondergaan en die misschien niet zou overleven. Wat op batterijen brandt, moet tenslotte ook kunnen worden gevoed door een dynamo. Dat was de inzet. De importeur zat er niet mee. 'Geeft niks als-ie kapot gaat', zei woordvoerder Ralph Prins. 'In Japan zijn ze ook bezig met dat soort experimenten.'

Bij een 'gewone' test bleek dat de Cateye bij temperaturen rond het vriespunt - batterijen zijn dan zwak - 36 uur lang veel licht geeft. Daarna wordt het minder om na 140 uur helemaal te doven. Voor de woon-werkfietser is de gewone Cateye goed genoeg, zeker als er thuis vier batterijen klaarstaan in de oplader.

De Cateye was intussen klaar voor een andere proef. Frank Groot van Vittorio, altijd in voor een test, gaf de lamp aan Huits. Zou de EL-300 gevoed kunnen worden door een Nordlicht-dynamo, was de vraag. Huits was dé man om te raadplegen, want hij heeft aan batterijverlichting dezelfde hekel als aan overgevoelige fietslampjes.

Dus sloopte Huits eerst zo'n Nordlicht om de techniek binnenin te bezichtigen. Hij deed wat metingen en zette de zaak weer netjes in elkaar. Hij wist genoeg. In de tijd die een ander nodig heeft om de weekendboodschappen te doen, knutselde hij een apparaatje in elkaar van weerstanden, diodes en een condensator.

Bij hem gaat dat zo automatisch dat hij niet meer precies weet voor welke schakelingen hij heeft gekozen. Voor Nordlichtgebruikers wil hij desnoods wel een schemaatje op papier krabbelen hoe wisselstroom uit de dynamo wordt omgezet in gelijkstroom en nog veel meer.

Bij Vittorio zelf had ondertussen iemand een leeg apothekerspotje gevonden dat groot genoeg was voor Huits apparaatje en dat werd aan een fiets gezet voor de finale. Aangesloten op de Nordlicht dynamo bleek de lamp het even goed te doen als de batterij-versie. Bij vier kilometer per uur geeft de EL-300 al een lichtvlek op de weg en bij tien kilometer en meer is er volop licht.

De Fietsersbond in Utrecht, die de batterij-versie van de Cateye testte, kwam tot de conclusie dat de EL-300 beregoed is, maar nog niet zo goed als de halogeenlamp Radius van Spanninga.

Maar Huits' dynamo-versie van de Cateye heeft andere mogelijkheden. De lampjes gebruiken zo weinig stroom dat je volgens Huits twee of zelfs drie versies van de EL-300 op dezelfde dynamo kunt aansluiten. Als je er maar een apparaatje tussenzet. Dat is niet duur. De onderdelen kosten samen een euro of vier, zegt Huits. Maar hoeveel Cateye's je ook op je fiets zet, je rijdt met de versie van Huits nooit in het donker.

Meer over