Nooit meer 80 meter lopen voor een scootmobiel

De gemeente wordt ‘verplicht’ verantwoordelijk voor het welzijn van ouderen en gehandicapten. Rigide regels zijn verleden tijd, maar het recht van de patiënt verandert wel in lokaal maatwerk....

Het geld voor scootmobielen en de thuiszorg wordt straks niet besteed aan de nieuwbouw van hypermoderne voetbalstadions voor verlieslijdende voetbalclubs. Het kabinet en de coalitiepartijen steken daarvoor hun hand in het vuur. Gemeenten krijgen weliswaar de verantwoordelijkheid – en het geld – voor het welzijn van hun minder valide burgers, maar dat wil niet zeggen dat die vanaf 1 januari zijn overgeleverd aan de willekeur van de lokale wethouder.

Ook de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad is daarvan inmiddels overtuigd. ‘De burger is verzekerd van een fatsoenlijke behandeling als hij fysieke of psychische problemen krijgt’, stelt de CG-Raad. Het is daarom waarschijnlijk dat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) waarover de Tweede Kamer vandaag debatteert, ruime politieke steun krijgt.

Ross (CDA) baseert haar wetsvoorstel op het regeerakkoord. Dat wijdt mooie woorden aan het ‘meedoen’ aan de samenleving, voor ouderen en gehandicapten zeker geen vanzelfsprekendheid. Ook een tweede uitgangspunt van het regeerakkoord heeft Ross goed in haar oren geknoopt: zelf doen! De op de overheid leunende burger moet zijn eigen verantwoordelijkheid weer nemen. En natuurlijk: minder Haagse regels.

De WMO mag in dit opzicht een modelvoorbeeld genoemd worden. De nieuwe wet schuift de Wet Voorzieningen Gehandicapten (verstrekking rolstoelen, scootmobielen, woningaanpassingen) en de Welzijnswet (maaltijdvoorziening, buurthuizen) – zaken waarvoor de gemeenten al verantwoordelijk zijn – ineen. Ross voegt daaraan de huishoudelijke hulp uit de (landelijke) AWBZ toe, zodat de gemeente meer dan voorheen maatwerk kan leveren.

Het verlost gemeenten van rigide regels. Zo heeft iemand nu recht op een scootmobiel als hij minder dan 80 meter kan lopen. Haalt de betrokkene de 100 meter, dan kan hij naar dit onder ouderen populaire vervoermiddel fluiten. In de nieuwe WMO kijkt de gemeente alleen of iemand een scootmobiel nodig heeft, niet of hij tachtig of honderd stappen kan zetten.

Niet onbelangrijk voor het kabinet is dat maatwerk door gemeenten meestal goedkoper is dan het uitvoeren van landelijk opgelegde regels. De WMO behelst weliswaar geen bezuiniging – het budget van de afzonderlijke wetten (bijna vijf miljard euro) gaat ‘schoon’ over naar de gemeenten – maar de wet bespaart op termijn mogelijk miljarden.

De onvrede van de patiëntenclubs betreft vooral de gemeentelijke vrijheid. Het bestaande recht op thuiszorg of een rolstoel maakt immers plaats voor een gunst die de gemeente kan verlenen. De Kamer toont zich niet ongevoelig voor de kritiek – er komen verkiezingen – en zal vandaag alsnog een ‘algemene verplichting’ aan gemeenten opleggen om de minder valide burger bij te staan.

‘We zeggen de gemeenten dat ze iets moeten doen, niet precies wat’, vat VVD-Kamerlid Van Miltenburg het voorstel samen. De CG-Raad is zeer ingenomen met wat in de wandelgangen al de compensatieplicht is gaan heten: de plicht voor gemeenten burgers te compenseren voor de gevolgen van hun fysieke of mentale handicap. De voorzieningen moeten zodanig zijn dat de oudere of gehandicapte zelfstandig een huishouden kan voeren, andere mensen kan bezoeken en ontvangen.

Wethouders die afgelopen maanden bij wijze van experiment de WMO reeds in praktijk brachten, zijn zeer te spreken over de nieuwe wet. Welzijns- en hulporganisaties werken veel meer samen, het vrijwilligerswerk floreert en degene die het nodig heeft, krijgt ook echt hulp op maat. ‘Wij voorkomen dat mensen achter de geraniums verpieteren’, stelt een van hen. ‘Een raadslid of wethouder staat gewoon dichter bij de burger dan een Kamerlid of minister.’

Meer over