NOOIT EEN GEWEERTJE IN HUIS

Afgelopen maandag werd Camp Smitty aan de Britten overgedragen. Anderhalve week eerder bezochten de ouders van Jeroen Severs de plek waar hun zoon, in augustus 2004, werd doodgeschoten....

Greet Severs (53): 'Een paar weken voor Jeroen naar Irak zou gaan, was er een informatiedag georganiseerd voor de familie. Wij erheen, met Jeroen. Op een gegeven moment vroeg een psycholoog die daar rondliep, of we de nabestaandenlijst al hadden ingevuld. Daar kreeg ik een ontzettende dreun van. Hij vertelde ook hoe alles in zijn werk ging als er dingen fout zouden gaan, hoe ze dan de familie zouden inlichten. Ik dacht: dan moet ik dus schrikken van iedere vreemde man die hier aan de deur staat?

'Die nabestaandenlijst is een boekwerk waar je in moet schrijven hoe het met verzekeringen zit, wie er op je begrafenis moeten komen en wat je eigenlijk wilt, begraven of cremeren. 'Joh, je moet die lijst nog invullen', zei ik af en toe tegen Jeroen, en dan zei hij: 'Jaja, dat komt wel.' Toen ik het weer een keer vroeg, zei hij: 'Als er wat met mij gebeurt, moeten jullie het zelf maar uitzoeken want dan maakt het mij niet meer uit.' Daarna ben ik er nooit meer over begonnen.'

Henk Severs (57): 'Vrijdagavond 4 juli, de avond voor Jeroens vertrek, hebben we hier nog gegeten. Jeroen hield van koken en heeft thuis Japans gemaakt. Maar we mochten het woord 'afscheid' niet noemen. De paar keer dat we dat toch deden, werd Jeroen enorm boos. Echt heel boos. Als ik het nog één keer had gezegd, was ie weggegaan. Dan was ie zo de deur uitgelopen.'

Greet Severs: 'En dan denk je achteraf: hoe kan dat nou, hè? Dat hij het zo erg vond als wij het over zijn afscheid hadden.'

Afgelopen maandag heeft Nederland de verantwoordelijkheid voor de Iraakse provincie Al Muthanna officieel aan Groot-Brittannië overgedragen. Twintig maanden heeft de missie geduurd; zevenduizend militairen waren erbij betrokken; twee Nederlanders kwamen om. De eerste was sergeant Dave Steensma, de tweede wachtmeester Jeroen Severs van de Koninklijke Marechaussee. Severs zat op zaterdag 14 augustus in een van de drie jeeps die vanuit het kampement As Samawah naar het plaatsje Ar Rumaytah reden om de toedracht te onderzoeken van een schietpartij, enkele dagen eerder. Om half twaalf 's avonds besloten ze terug te keren naar As Samawah. Ze reden in een hinderlaag en werden van diverse kanten beschoten. Jeroen Severs, die in de middelste van de drie jeeps zat, werd in het hoofd geraakt en zakte in elkaar, op de schoot van de bestuurder naast hem.

De volgende morgen stond er in Zoelmond, een dorpje in de Betuwe, een vreemde man voor de deur van het huis van Henk en Greet Severs, met de mededeling dat de oudste van hun vier zoons was gesneuveld in Irak. Hij had er 42 dagen gezeten; twee weken later zou hij 30 zijn geworden.

Greet Severs: 'Familie, buren, kennissen, alles kwam langs: van het leger nog een aalmoezenier en een geestelijk verzorger. Aan iedereen die aanbelde, vroeg ik of ze Jeroen hadden gekend. Als ze nee zeiden, dacht ik: wat doe je dan hier man, hoepel toch op! Maar met de aalmoezenier en de maatschappelijk werker hebben we nog steeds veel contact. Dat zijn bijzondere mensen.

'In het dorp waren geloof ik zes cameraploegen aan het filmen. Op maandagochtend stond Omroep Gelderland ineens aan te bellen. Dat vond ik echt lef van ze hoor, echt lef. We hebben de deur open gedaan en meteen weer dichtgegooid. Daarna is de marechaussee voor de deur gaan staan om alles tegen te houden.'

Henk Severs: 'Er belde iemand van NOVA op. Of hij kon praten. Toen ik zei dat ik daar niet voor in de stemming was, kwam hij meteen met vragen. Ik zeg: dát is niet de bedoeling. Het ging over wanneer de begrafenis was, maar dat wist ik zelf nog geeneens. Want een van onze jongens, Hugo, zat op de wilde vaart, die moest nog thuiskomen. We hebben het hem telefonisch moeten laten weten.'

Greet Severs: 'Hugo was Jeroen z'n beste maatje. Die jongens trokken altijd samen op. Jeroen is op kamers gegaan toen hij 18 was; op zijn 24ste ging hij samenwonen. Een jaartje geleden is dat fout gegaan en is hij weer thuis komen wonen. Daar zijn we achteraf wel blij mee, want nu komt alles naar ons toe. Stel dat hij samengewoond had, dan was alles dáárheen gegaan. Dan sta je als ouders aan de zijlijn.'

Persoonlijke brief

'Wel zevenhonderd' brieven hebben Henk en Greet Severs na de dood van Jeroen ontvangen. Een 'heel persoonlijke' brief rond kerst, van minister Henk Kamp van Defensie, die ze vlak na de dood van Jeroen hebben ontmoet. De meeste brieven kwamen van mensen die ze helemaal niet kenden: ex-leerlingen die Jeroen hadden meegemaakt in de tijd dat hij als instructeur op de marechaussee-opleiding in Eefde werkte. 'Hij lag heel goed bij zijn leerlingen', zegt Greet. 'Hij zei weleens: ''Als ze binnenkomen hebben ze een hekel aan me, en als ze weggaan dwepen ze met me''.'

Henk: 'Hij was sociaal. Streng, maar sociaal. Hij hielp zijn leerlingen met hun huiswerk en alles. In Eefde heeft hij ook zijn nieuwe vriendin leren kennen, ze was een leerlinge van hem.'

Het leger was niet Jeroens eerste keus. Nadat hij zijn havo-diploma had gehaald, ging hij laboratoriumtechniek studeren in Velp. Maar die studie viel tegen. Vrienden van hem zaten bij de marechaussee en maakten Jeroen enthousiast.

Greet: 'De uitdaging hè? Dingen met elkaar doen, veel buiten zijn, uitgezonden worden. Hij was 22 toen hij bij de marechaussee ging. Het leek hem allemaal prachtig.' Henk: 'Jeroen heeft het leger er niet met de paplepel ingegoten gekregen hoor. Ik heb zelf achttien maanden in dienst gezeten en dat vond ik meer dan genoeg. Ik had er niks mee, met het leger. Het leger moet er zijn, om rampen op te lossen en dergelijke, maar niet om te knokken. We waren niet zo blij met zijn keuze.'

Greet: 'He-le-maal niet. Ik was altijd tegen het leger. Ik dacht vroeger: als mijn jongens ooit in militaire dienst moeten, hoop ik dat ze bewust dienstweigeren. Bij mij is nooit een geweertje in huis geweest. Ik vond het verschrikkelijk, die rotzooi. Ze kregen het niet voor hun verjaardag, ook niet van anderen, iedereen wist dat ik dat niet wilde, kinderen, die met zo'n stom geweertje pauw pauw staan te roepen. Mijn moeder heeft wel eens gezegd: joh, laat die jongens toch. Maar ik wilde het niet, klaar. Ik ben altijd bang voor oorlog geweest. Droomde er ook over, vroeger. Idioot hè, hoe dat als een rode draad door mijn leven loopt.

'Jeroen wist dus dat we niet blij met zijn keuze waren. We hebben het ook wel uit zijn hoofd proberen te praten. Maar daar moet je niet mee doorgaan; kinderen maken hun eigen keuzen. Ik heb nog gehoopt dat hij afgekeurd zou worden, het is een heel strenge keuring. Maar nee, hij werd ook niet afgekeurd.'

Henk: 'Hij was supergezond. Dronk niet, rookte niet, deed heel veel aan sport, altijd op tijd naar bed. Hij zorgde ontzettend goed voor zijn lichaam.'

Greet: 'De jaren in Eefde, toen hij instructeur was bij de marechaussee-opleiding, zijn z'n goeie jaren geweest. Ik dacht: nu doe je iets nuttigs voor jezelf. Het is natuurlijk lesgeven in een vak waar ik niks mee heb, maar je groeit daar wel van. En het lag hem ook.'

Politiek

Dat Jeroen zich opgaf voor Irak, leidde thuis niet tot verhitte debatten. Henk: 'Jeroen discussieert niet over politiek. Daar zijn we niet zo van.' Greet: 'Ze moeten toch een keer worden uitgezonden. En Jeroen kende zijn nieuwe vriendin net een half jaar, hij had nog geen gezin, hij zei: ik ga liever nu dan over drie jaar. Die risico's, daar hadden die jongens niet zo'n weet van. Daar zijn ze nu wel heel erg mee bezig. We horen vaak dat er bij de marechaussee een grote omslag is gekomen.'

Begin januari 2005 was politiek wél een gespreksonderwerp in het huis van de familie Severs. In het nieuws werd gespeculeerd over een verlenging van de Nederlandse missie in Irak, en Greet overwoog naar Den Haag te gaan om te protesteren. 'Ik had bedacht dat ik drie doodskisten zou meenemen. Twee daarvan met de foto's van Dave Steensma en van Jeroen erop, de derde met een groot vraagteken. Ik wilde het gewoon heel hard en confronterend brengen. Ik dacht: jullie hebben gezien wat er gebeurd is met Jeroen, en heeft het nou geholpen? Maar niemand vond het een goed idee.'

Henk: 'Het rendement van zo'n missie, wat is dat nou eigenlijk. Die mensen willen helemaal niet dat jij er bent. Je kan ze niet vertrouwen. De Nederlanders hebben goeie dingen gedaan, daar niet van. Een politie-opleidingsinstituut hebben ze er neergezet, een slachthuis, ze hebben wegen geëgaliseerd. Maar hoe zal dat er allemaal over een tijdje bij staan? Reken maar dat die Engelsen helemaal niet zo bezig zijn met het helpen van de bevolking.'

Jeroens graf is een oorlogsgraf geworden. Greet: 'Een oorlogsgraf is eeuwigdurend, dat wordt niet geruimd; dat vind ik wel mooi. Maar de belangrijkste reden dat we instemden met een oorlogsgraf is dat mensen - en kinderen ook, jongens vooral - nu op dat kerkhof kunnen zien wat een ellende zo'n oorlog met zich meebrengt.'

Twee weken later. Het is begin maart, de familie Severs is net terug van een reis naar Irak. Samen met twee van hun zoons, de aalmoezenier en de psycholoog van het leger en met Jeroens vriendin hebben ze de plek bezocht waar Jeroen om het leven kwam. De derde zoon, Hugo, die na de dood van Jeroen is gestopt met varen en nu een baan als servicemonteur heeft, is als enige thuisgebleven. Hij kan het nog niet aan, zegt Henk; hij heeft zijn eigen tempo. Bovendien is Hugo begin januari vader geworden van een zoon - het eerste kleinkind van Henk en Greet. Greet: 'Er waren heel veel mensen die zeiden: o wat leuk, een kleinkind, daar moet je van genieten! Maar zo simpel is het echt niet. Nee, hij is niet vernoemd naar Jeroen. Gelukkig niet.'

Henk Severs wilde in Irak een bordje ophangen dat hij in Nederland heeft laten maken. Hier gesneuveld, staat er in het arabisch, met daarachter de naam van Jeroen en zijn sterfdatum. Aanvankelijk was hij van plan een J in het asfalt te branden, als een soort symbool. Maar hij heeft het thuis voor de deur een paar keer geprobeerd, met een gasbrander, en het lukte niet.

Het verblijf in Irak heeft twee dagen geduurd. Henk: 'We zijn dinsdagavond laat in Camp Smitty aangekomen en hebben daar gegeten en geslapen. De volgende dag kregen we eerst een rondleiding, daarna zijn we vertrokken. Eerst naar het ziekenhuis waar de laatste foto van Jeroen was gemaakt, daarna naar een paar andere dingen die ik graag wilde zien. Dat hebben ze allemaal geregeld.'

Greet: 'Ze wilden alles wel doen voor ons, niets was te moeilijk.'

Ten slotte ging de reis naar Ar-Rumayta, het kamp bij de plek waar zich de beschieting heeft afgespeeld. Het was druk in de straten, de bevolking liep uit om te kijken wat er gebeurde. Greet: 'Ik zag al die drukte wel, maar ik was met mijn gedachten constant bij de herdenking. We hadden van tevoren besproken wat we zouden doen als we op die plek waren. Iedereen had bijvoorbeeld een gedicht gemaakt om voor te lezen.'

Henk: 'En ik heb dat plaatje vastgelijmd. Ik had sterke lijm meegenomen en het is wel vrij snel droog dat spul, maar je moet eigenlijk drie kwartier wachten voor het uitgewerkt is. Dat hebben we maar niet gedaan. De volgende dag dacht ik wel steeds: zal het er nog zitten, zal het er nog zitten? Maar ik wilde toch niet gaan kijken. Ik dacht: ik weet nu niet beter dan dat het er nog zit.'

De aalmoezenier heeft wierook aangestoken en een gebed uitgesproken. Henk: 'We hebben zand in flessen gedaan om mee naar huis te nemen, als herinnering aan die plek. Dat gaan we nog in mooie potjes doen. En we hebben water gesprenkeld, dat Hugo in Nederland had verzameld. Viswater, afkomstig van plekjes waar Jeroen en Hugo vroeger vaak visten. Jeroen was dol op vissen.'

Ze hebben gedaan wat ze kunnen, vinden ze beiden. De reis naar Irak heeft hen verder geholpen. Greet: 'Ik had de afgelopen maanden steeds zo'n gevoel: waar ben je nou? Waar bén je Jeroen, laat nou wat horen. En sinds we terug zijn naar Irak, voel ik dat hij bij me is. Ik dacht: oké jongen, je bent met ons meegegaan. Terug naar huis.'

Meer over