Noodverbanden

Van overal stromen hulpgoederen en hulpverleners Honduras binnen. De hoofdstad Tegucigalpa is na de modder van Mitch nu overspoeld door hyperactieve buitenlanders....

Op de tweede verdieping van de smerige San Isidro-groentemarkt in Comayaguela staat Giraldo García bij de balustrade te flirten met een aantrekkelijke Hondurese orthodontiste van Chinese afkomst.

García is arts in het Miguel Henriquez-ziekenhuis in Havana, maar leidt sinds vorige week een van de drie Cubaanse brigades die Fidel Castro naar Honduras heeft gestuurd om de slachtoffers van de orkaan Mitch medische hulp te verlenen.

De orthodontiste bracht vóór Mitch beugeltjes aan bij kinderen van de Hondurese elite, maar is nu als vrijwilligster toegevoegd aan de Cubaanse equipe om de patiënten te vertellen wat ze moeten doen om besmettelijke ziekten te voorkomen. Aan de behandeling van mondzweren kan ze nog niet beginnen.

Doordat Mitch de meeste bruggen tussen de zustersteden Tegucigalpa en Comayaguela heeft vernield en de straten rond de San Isidro-markt zijn bedekt met een dikke laag modder, is haar apparatuur nog steeds niet gearriveerd. Aan het Cubaanse machogedrag is ze inmiddels wel gewend.

De Cubaanse brigade die Giraldo García leidt, bestaat uit elf artsen, één verpleegster, en een technicus om de elektriciteitsvoorziening op gang te houden. 'Wij hebben speciaal deze plaats uitgekozen, omdat deze wijk zwaar heeft geleden onder Mitch', schreeuwt García boven het geluid van een drilboor uit. 'Bovendien zijn Cubaanse artsen eraan gewend onder omstandigheden te moeten werken die niet optimaal zijn', voegt hij er met een cynisch lachje aan toe. 'Hay que inventar, je moet creatief zijn. Niet alleen in Cuba, maar ook in Honduras.'

Optimaal is inderdaad anders. Het stof en de stank van rottend afval, vervuilde modder en houtskoolvuurtjes op de begane grond, dringen een verdieping hoger door tot de behandelkamers en de wachtruimte. De oude stoelen, tafels en bedden die de Cubanen in hun geïmproviseerde kliniek gebruiken, zijn in de buurt verzameld.

De patiënten zitten geduldig op lange banken te wachten. Op hun knieën liggen de witte maskertjes die ze op weg naar de kliniek voor hun neus en mond droegen om zich te beschermen tegen de stank en het stof.

'Cubanen zijn goede artsen. Na de orkaan Fiffi waren ze ook hier om te helpen', fluistert Angel González, die drie uur door de bagger heeft moeten lopen om de kliniek te bereiken. 'Ze hebben gratis medicijnen bij zich en spreken onze taal. De brigades uit Europa verstaan ons amper.

'We behandelen hier zo'n vierhonderd mensen per dag. De meest voorkomende klachten zijn oog- en huidaandoeningen, maar veel patiënten hebben ook hoge bloeddruk door de stress. De meeste kinderen hebben diarree. Door het stof hebben veel Hondurezen aandoeningen aan de luchtwegen. Ook moeten we veel wonden aan handen, armen, benen en voeten behandelen, omdat bijna iedereen zich hier verwondt bij het opruimen van de ravage die Mitch heeft achtergelaten. Besmettelijke ziekten zijn we hier nog niet tegengekomen.'

Na behandeling krijgt elke patiënt gratis medicijnen mee. Een deel daarvan is afkomstig van buitenlandse non-gouvernementele organisaties (NGO's). De Cubaanse brigade heeft ook zelf medicamenten meegenomen, waaronder antibiotica. 'Zou dat geen kwaad bloed zetten bij de Cubanen thuis?', probeer ik voorzichtig, want antibiotica zijn in Cuba niet in de staatsapotheken te koop, maar alleen in de dure dollarwinkels. 'Dat is politiek', lacht García, 'daar laat ik me niet over uit. Er zijn in Cuba problemen met de medicijnen, dat klopt, maar dat komt door het Amerikaanse embargo. In de Cubaanse ziekenhuizen zijn nog steeds alle medicijnen beschikbaar.'

Als García een stethoscoop in de hand krijgt gedrukt, als teken dat zijn pauze erop zit, vraagt hij of ik wel water in mijn hotel heb en of ik hem een keer wil uitnodigen voor een goede maaltijd. 'Wij verdienen niks extra en het leven is hier duur. Maar dat hebben we er allemaal graag voor over. De Cubanen zijn namelijk al sinds de revolutie van 1959 solidair met mensen in nood, waar ook ter wereld. Voor Cuba is internationale solidariteit heel belangrijk.'

Toen eenmaal tot de buitenwereld doordrong dat Mitch in Midden-Amerika een ramp van Bijbelse proporties had aangericht, stroomde de hulp uit alle hoeken van de wereld toe. Die internationale solidariteit is zo groot dat helikopters van het Amerikaanse leger een andere Cubaanse brigade naar een afgelegen stadje in Honduras vervoerden om daar een kliniekje op te zetten. Mitch leidt zelfs tot verbroedering tussen de aartsvijanden Washington en Havana.

Bij de hulpverlening in Honduras, het zwaarst getroffen land, speelt Toncontín, de internationale luchthaven van Tegucigalpa, een cruciale rol. De eerste twaalf dagen na de ramp waren er 2200 starts en landingen, meer dan anders in een heel jaar.

Het is een wonder dat er op Toncontín geen ongelukken zijn gebeurd. Eén Mexicaans militair toestel kreeg een klapband bij de landing. Toncontín werd ruim vijftig jaar geleden aangelegd en is een van de onveiligste vliegvelden ter wereld. De douanebeambten zitten in hokjes van spaanplaat. In het aftandse vertrek- en aankomsthalletje verwacht je elk moment Kuifje tegen het lijf te lopen. De enige landingsbaan is kort (1931 meter), smal (45 meter) en onverlicht.

Vliegtuigen die in westelijke richting opstijgen, moeten volgas hoogte winnen, want anders knallen ze op een berg die angstig dichtbij ligt, in het verlengde van de landingsbaan. Piloten die uit westelijke richting landen, geven de passagiers het gevoel in een kermisattractie te zijn beland. Onmiddellijk na de bergtop moet het toestel in duikvlucht de wolken door om de landingsbaan te zoeken. En als het vervolgens niet vol in de remmen gaat, komt het in het gras aan het einde van de baan terecht.

Honduras, de 'ultieme' bananenrepubliek, is volgens VN-ambassadeur Hugo Noé Piño door de ernstigste overstromingen van de laatste twee eeuwen 'zeker dertig jaar teruggeworpen in de tijd'. De officiële teller staat drie weken na de ramp op zevenduizend doden. Elfduizend Hondurezen worden nog vermist. Aangenomen wordt dat die ook allemaal dood zijn.

Volgens Guiseppe Lubatti, woordvoerder van de VN-voedselorganisatie WFP, hebben minstens 700 duizend Hondurezen de komende maanden voedselhulp nodig, omdat driekwart van de oogsten is vernietigd.

De Hondurese ambassadeur in de Verenigde Staten, Edgardo Dimas Rodriguez, benadrukt dat Midden-Amerika alleen kan worden geholpen met een grootschalig hulpprogramma. 'Voor de wederopbouw hebben wij dringend behoefte aan een Marshall-plan, net als Europa kreeg na de Tweede Wereldoorlog.' President Flores drukt de Hondurezen op het hart niet met de armen over elkaar op hulp uit het buitenland te wachten. 'De slachtoffers zijn geen invaliden. Ze moeten de handen uit de mouwen steken. Laten we Mitch aangrijpen om een nieuw Honduras op te bouwen.'

Overal in Tegucigalpa is de grote schoonmaak begonnen. In wat eens de middenklassewijk El Prado was, wordt nog niet gewerkt aan een nieuw Honduras, maar aan het zoveel mogelijk herstellen van de schade. Bulldozers van het Mexicaanse leger zijn van 's morgens vroeg tot het donker wordt, bezig met het blubbervrij maken van de straten. De straten die het dichtst bij de Choluteca-rivier liggen, zijn bedekt met ruim een meter dikke laag stinkende modder.

Langs de oever ligt een splinternieuwe bus, die kilometers is meegezogen door de watermassa, op zijn kant. Even verderop staat het restant van een uit Miami geïmporteerde Mercedes-sportwagen. Beide voertuigen worden bewaakt door een jongen met een karabijn.

In elk huis in de wijk El Prado zijn gezinnen met spades en kruiwagens bezig de modder te verwijderen. In woon- en slaapkamers en in de meeste keukens staat de blubber tot aan het plafond.

María heeft aangeboden het huis van haar tante schoon te maken. Ze staat al dagen te soppen in de stinkende blubber. Het enige dat ze tot nu toe heeft weten te redden, is een bosje plastic kersttakken. 'Toen het water kwam, waren we thee aan het drinken. We waren precies op tijd weg.' In de woonkamer wroet ze in de metershoge blubber. Na een paar minuten vindt ze de porseleinen theepot terug. Even verderop patrouilleert een man met een machete en een karabijn. Hij is door de buurtbewoners ingehuurd om plunderingen te voorkomen en dakloze krakers op afstand te houden.

Een paar kilometer noordelijker heeft de Choluteca-rivier zo mogelijk nog grotere schade aangericht. Bij de nauwelijks begaanbare Mallol-brug staat de blubber tot aan de eerste verdieping van de winkels en huizen. De stank is bijna ondraaglijk. Twee mannen zijn al dagen bezig een boekwinkel uit te graven. Schepje voor schepje.

Het pleintje waaraan de winkels en huizen liggen, lijkt een scène uit een oorlogsfilm. Een gezin corpulente Amerikanen probeert zich hijgend met twee kruiwagens en een paar scheppen over de balken, stukgeslagen daken en omgeknakte elektriciteitsmasten een weg te banen naar de boekwinkel. Toen ze de beelden op tv zagen, besloten ze meteen in het vliegtuig te stappen. 'Alle beetjes helpen', zegt de vader met een zwaar Texaans accent.

Uit alle hoeken van de wereld stromen hulpgoederen Honduras binnen. Tegucigalpa is overspoeld door duizenden buitenlandse hulpverleners. De meesten laten zich de hele dag in luxe, vierwielaangedreven jeeps van project naar project, van vergadering naar vergadering rijden en klagen 's avonds dat er geen druppel alcohol te krijgen is. De regering heeft Honduras na de overstromingen met een zogeheten ley seca drooggelegd om criminaliteit en ordeverstoringen te voorkomen.

Alle hotels zitten vol met vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties, militairen en journalisten. Ze hebben het allen even druk. Hun hyperactiviteit contrasteert scherp met het rustig voortkabbelende leven van de Hondurezen. Honduras staat bekend als el país de nada, het land van niets. De tijd heeft er sinds de jaren vijftig stilgestaan. Zelfs na de orkaan Mitch lijken de meeste inwoners van Tegucigalpa hun lot lijdzaam te ondergaan.

Cor van Beuningen, stafmedewerker van de medefinancieringsorganisatie Bilance, een samenwerkingsverband tussen Vastenactie en Cebemo, noemt de reflex waarmee veel hulporganisaties zich op de ramp storten 'beangstigend'. Hij waarschuwt dat, als de hulp niet doordacht wordt verstrekt, 'de ramp na de ramp' verstrekkende gevolgen voor Midden-Amerika zal hebben.

'Het gevaar is groot dat een eenzijdige, massale buitenlandse interventie het plaatselijke probleemoplossende vermogen in de getroffen landen verzwakt. Met andere woorden: als de hulpverleners zelf de problemen in kaart brengen en zelf oplossingen bedenken en uitvoeren, zonder gebruik te maken van plaatselijke organisaties en overheden, creëer je een nog grotere ramp, omdat je toch al kwetsbare samenlevingen ernstig verzwakt. Terwijl een ramp juist een goede mogelijkheid biedt om instituties, het politieke debat en de democratie te versterken.'

Volgens Van Beuningen is veertig jaar ontwikkelingshulp in Afrika een tragisch voorbeeld. 'Heel efficiënte mensen hebben daar met veel geld zeer relevante problemen opgelost, maar vrijwel nergens de plaatselijke organisaties laten meedenken. Daardoor zijn veel samenlevingen nog zwakker geworden dan ze al voor de hulpverlening waren. Dat dreigt in Midden-Amerika ook, want het gebeurt na elke ramp. We leren kennelijk heel moeilijk.

'De truc van noodhulp is dat je zo snel mogelijk het probleemoplossend vermogen in het getroffen land versterkt. Dat komt het overleg, het politieke debat en de democratie ten goede. Als je als hulpverlener na verloop van tijd weer weggaat, moet wat je hebt opgebouwd, gecontinueerd kunnen worden door de plaatselijke overheden en de regeringen. Zelfs de EU is gespitst op het zelf definiëren en oplossen van problemen. Maar samenlevingen richt je niet van buitenaf in. Als je de structurele hulp geen plek geeft in het maatschappelijke weefsel van een land, richt je al snel een nieuwe ramp aan. Want je legt landen dan oplossingen op die ze eigenlijk zelf gestalte hadden moeten geven.

'Abraham Kuyper heeft eens gezegd: politiek is strijd om beleid. Als het beleid elders wordt bedacht, gaat de politiek nergens meer over en hol je democratische processen uit. De Universiteit in Delft en de Hoogheemraadschappen zijn een product van het probleem water. Als in de 13de eeuw Koreaanse consultants hadden gezegd: ''Dat probleem lossen wij wel voor jullie op'', hadden we geen TU Delft gehad.'

'De cowboy-hulpverleners laten andere rampen na'

Van Beuningen wil geen namen noemen, maar uit zijn relaas blijkt dat hij geen goed woord over heeft voor organisaties als Artsen zonder Grenzen, die meestal als eerste in rampgebieden arriveren, maar nauwelijks op de hoogte zijn van de lokale verhoudingen en meestal geheel autonoom noodhulp verstrekken zonder zich te bekommeren om de gevolgen van de hulp op langere termijn.

'Door het perverterende effect van de publiciteit in Nederland zijn de hulporganisaties - die overal in de wereld snel ter plekke zijn om te scoren - op den duur een gevaar voor een land. Noodvoorzieningen om epidemieën tegen te gaan zijn prima, maar schakel zo snel mogelijk plaatselijke hulpverleners in. De cowboy-hulpverleners verzachten rampen, dat is natuurlijk goed, maar ze laten andersoortige rampen achter. Voor hen is het achterlaten van versterkte lokale structuren minder attractief. Dat verkoopt niet en is niet zo goed te filmen.'

Frans van Gerwen, landencoördinator van de Novib, die vooral in Nicaragua actief is, benadrukt ook dat hulp pas echt duurzaam is als de bevolking zelf participeert in de projecten. 'Als met buitenlands geld een school wordt gebouwd, moeten de mensen zelf zeggen hoe die eruit moet zien, want zij gaan hem gebruiken.

'De enige manier om succes te hebben, is investeren op plaatselijk niveau met plaatselijke organisaties en zoveel mogelijk druk verbinden aan de hulp: plaatselijke NGO's moeten hun beleid op elkaar afstemmen, gezamenlijk plannen maken en lobbyen bij de ministeries, omdat je die nodig hebt bij de uitvoering van je programma's.

'De Novib gaat meer geld vrijmaken voor plaatselijke lobbyisten. Een goede lobby en betrouwbare partners ter plekke zijn noodzakelijke componenten van alle programma's die je opzet. Anders kun je de duurzaamheid niet garanderen.'

In Nicaragua en Guatemala wordt de internationale hulp voor politieke doeleinden misbruikt. Vooral in de buurt van het sandinisten-bolwerk Léon, een van de zwaarst getroffen gebieden, vechten het Frente Sandinista en vertegenwoordigers van de extreem-conservatieve regering van president Alemán om de gunsten van de slachtoffers. 'Als de sandinisten een opzichtige hulpkaravaan naar de slachtoffers sturen, is dat een politieke actie', meent Van Gerwen. 'Het tragische is dat de regering-Alemán de hulp ook politiseert door juist geen voedsel en medicijnen naar León te sturen.'

In Guatemala heeft het instituut Ombudsman uit Puerto Barrios, Morales en Los Amates talloze klachten binnengekregen. 'De slachtoffers kregen daar te horen dat alleen de leden van de regeringspartij PAN hulp krijgen', vertelt Ombudsman-functionaris Lilian Aracely Marroquín. 'De burgemeester van Puerto Barrios zou de inwoners alle hulp hebben toegezegd, indien ze hem de volgende keer herkiezen.'

Ook in de arme wijken van Tegucigalpa klagen bewoners dat ze geen voedselhulp hebben gekregen, omdat ze bij de distributie niet op de ledenlijst van de regeringspartij stonden. 'Na de aardbeving in 1976 stalen de militairen de hulp, nu doen de politici het', zegt Raúl Cabnal, die zijn huis in Zona 6 verloor. 'Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen, snap je. Het doet mij pijn dit over mijn land te moeten zeggen, maar zo is nu eenmaal de realiteit.'

Ramón Custodio López, oprichter van het Comité voor de Verdediging van de Mensenrechten in Honduras (Codeh), is zeventien jaar bedreigd door rechtse paramilitairen, maar wil vooralsnog geen kwaad woord horen over de opstelling van de Hondurese regering bij de reconstructie van het land.

'Geen enkele regering kan verantwoordelijk worden gehouden voor een ramp van een dergelijke omvang. In het verleden zijn de regeringen wellicht te flexibel geweest bij het toestaan van bewoning van risicogebieden, maar tot nu toe heeft het kabinet-Flores adequate maatregelen genomen.'

Volgens Custodio verloopt de verdeling van de noodhulp op enkele corrupte militairen na, voorbeeldig. 'De regering heeft ons zelfs gevraagd samen te werken en elke onregelmatigheid onmiddellijk te melden. Door ons zitten zestien soldaten gevangen die kort na de ramp hulpgoederen achterover hebben gedrukt. Mitch biedt Honduras een uitgelezen kans een nieuw land op te bouwen, waarin geen plaats meer is voor onrecht, corruptie, straffeloosheid en een oneerlijke verdeling van de rijkdom. Dat wordt de grote uitdaging van alle regeringen in de komende 25 jaar.'

Art van Iperen

Meer over