Noodlottige roof van een naaimachine

Alweer tien jaar geleden verscheen in Polen Meisje Niemand, het debuut dat van scenarioschrijver en beeldend kunstenaar Tomek Tryzna (1948) in klap een wereldberoemde romanschrijver maakte....

Zoals te verwachten werd Meisje Niemand een ongekende bestseller, ook in Nederland, ofschoon veel critici zich stoorden aan de kinderlijke taal of aan de wel erg sterke symboliek. Het boek ging over een vijftienjarig meisje, dat van het platteland naar de grote stad verhuist en daar met twee volslagen tegengestelde meisjes vriendschap probeert te sluiten.

Nu is er eindelijk een tweede roman van Tryzna, Ga, heb lief, met een tienjarig jongetje in de hoofdrol, Roman Stratos geheten. Het is overduidelijk dat Tryzna deze keer dicht bij zijn eigen biografie is gebleven. En bij die van zijn ouders, want net als zij moeten Romans ouders aan het begin van de Tweede Wereldoorlog Warschau verlaten als een bom op hun huis terechtkomt.

De omzwervingen van het net getrouwde echtpaar worden nauwkeurig naverteld door het druk fantaserende wijsneusje Roman. Ondanks zijn jonge leeftijd weet hij precies wat zich heeft afgespeeld voordat hij eind jaren veertig ten tonele verscheen. Het is de geschiedenis van een ongelukkig huwelijk, met een vader die zijn talenten in wodka verdrinkt en een veel jongere, lichtelijk sudaal aangelegde moeder die gegereld pogingen doet om haar man te verlaten.

Echter, voordat Roman in dit verledenduikt, laat hij zich verleiden door de mooie Lala, die op het marktplein voor zijn huis aan het spelen is. Hij rent naar buiten en vergeet de voordeur dicht te doen. Vijf minuten later is het hele huis leeggeroofd, inclusief de in het communistische Polen van de jaren vijftig verboden, maar voor de kleermaker Stratos broodnodige particuliere naaimachine: 'De inbraak was het begin van de ondergang van ons gezin.'

Het is ook het begin van het eigenlijke verhaal, want zoals te verwachten bij een gevoelig jongetje dat zijn rol in het gezin maar moeilijk kan vinden, neemt de kleine Roman alle schuld op zich. Hij verklaart zichzelf tot medeplichtige, ook al mag niemand dit weten: 'Nooit is er iemand achter gekomen hoe het echt in zijn werk is gegaan (. . .) dat ik de veroorzaker was van de armoede waarin wij leefden.'

In de volgende hoofdstukken toont Roman zich een meester in het bedenken van mogelijkheden om zijn schuld in te lossen. Hij verkoopt zelfgemaakte speelgoedsoldaatjes aan zijn klasgenoten en hij droomt van een hoofdrol in het toneelstuk met de toepasselijke titel De val van de kleine tovenaar. Als hij eindelijk voor de directeur van de schouwburg zijn kunsten denkt te vertonen, blijkt de man een technicus te zijn. Deze is enthousiast, maar de eigenlijke directeur wil er niets van weten.Tryzna beschrijft dit alles met groot vakmanschap en het is wonderbaarlijk hoe goed het hem lukt om een halve eeuw later nog in zijn eigen jongenshoofd te kruipen. Het gevolg is wel dat je meer dan eens denkt in een spannend jeugdboek verzeild te zijn geraakt, in plaats van in een voor volwassenen bestemde roman. Maar even zo vaak zijn er prachtige zinnen, die doen vermoeden dat dit onderscheid voor Tryzna geen enkele betekenis heeft: 'Het grootste probleem van de katholiek waren zijn gedachten' of 'Ik miste haar zo dat het moment me is ontgaan waarop ik een visje was geworden.'

Meisje Niemand, met als ondertitel 'een geheimzinnige roman over het volwassen worden', werd door velen gelezen als een allegorie op de ontwikkeling van het Poolse volk. Tryzna bevestigde dit zelf destijds ook. In een interview in Vrij Nederland omschreef hij zijn debuut als 'Een karikatuur van de gemoedsgesteldheid van een volk', en over zijn werkwijze zei hij: 'Om het moeizame volwassen worden van het Poolse volk te beschrijven, bedien ik me niet van mijn verstand, maar van mijn droomwereld.'

In Ga, heb lief, ligt het enigszins anders.Moest de hoofdpersoon in Meisje Niemand kiezen tussen twee even gevaarlijke vriendinnen, nu gaat het om een dronken vader en een hardwerkende moeder. Van de onmogelijke keuze waaraan zijn debuut ten onder ging, is in Ga, heb lief derhalve niet veel meer over. En wanneer je ook dit boek als een allegorie op de ontwikkeling van het Poolse volk wilt zien, dan wordt de boodschap bijna pijnlijk optimistisch.

Wat het verhaal redt, is het feit dat het jongetje zijn droomwereld niet wenst te verlaten. Zo eindigt het boek met een uitgebreide moordsc, waarvan opnieuw niet duidelijk is of deze echt plaatsvindt of niet. Het gruwelijke verhaal krijgt alsnog een merkwaardig happy end, als de ruzie familie toch weer de gelederen sluit. Maar ook dan is, helaas voor Roman en gelukkig voor de lezer, niets wat het lijkt: 'Hij dacht, de mallerd, dat hij weelde tegemoet ging. Hoezeer vergiste hij zich.'

Meer over