Nonchalant groot groen ding dat verdorie nog beklijft ook

Samensteller Colette Olof bewijst dat ze weet wat er speelt, al had de keuze scherper gekund.

Fotografie: Still/life Recensie ***

Still/Life - Contemporary Dutch Photography. T/m 26 oktober in Foam, Amsterdam.

Zoveel foto's op een dag. Zoveel aangrijpende, prachtige, lelijke, overweldigende beelden jaar in jaar uit - en wat is één van de beelden die het meest beklijfden? Dat van een watermeloen op een versleten bankje. Die watermeloen, gefotografeerd door Marnix Goossens in 1994 en nu te zien in Foam in Amsterdam, blijkt anno 2011 een iconisch beeld te zijn geworden.

De foto is om je dood aan te ergeren. Een stuk fruit, kapotte grijze kussens, een radiator tegen de muur erachter - het lijkt het resultaat van ultieme verveling. En toch is het juist het onbeduidende, het nonchalante van dat grote groene ding, keihard ingeflitst waardoor de rest van de ruimte in grauw grijs baadt, dat de aandacht blijft trekken. Is dit wel zo'n achteloos beeld als in eerste instantie gedacht?

Daarbij: deze foto was min of meer het startpunt voor een Nederlandse hausse aan dit soort knullig ogende beelden van fotografen die in de studio gingen ensceneren, construeren, timmeren en knutselen. Niet voor niets hangt de meloen van Goossens op de tentoonstelling Still/Life in Foam pal naast een andere iconisch geworden foto: Still Life Milk van Elspeth Diederix uit 2002, een uitgekiende compositie van allerlei voorwerpen op een tafelblad, compositorisch bijeengehouden door een plas melk.

Fotostillevens - daar gaat het om op deze groepsexpositie. Het is een door Foam zelfgemaakte productie, net als Dutch Delight, in 2001 de allereerste tentoonstelling, destijds samengesteld door Erik Kessels. En net als Photography - In Reverse, een eigentijdse, ietwat brutale groepstentoonstelling uit 2010. Van beide exposities nam Still/Life iets over: de focus op een 'typisch' Nederlands fenomeen, in dit geval het stilleven, een oergenre in de Hollandse (schilder)kunst, en het bijeenbrengen van een aantal eigenzinnige fotografen/filmmakers van dit moment.

Samensteller Colette Olof bewijst hiermee maar weer dat ze weet wat er speelt. Want of je het nu interessant vindt of niet, het is zo dat een hoop (jonge) fotografen, van Katja Mater tot Scheltens & Abbenes tot Johannes Schwartz, zich bekwamen in dat uitgekiende studiowerk, waarbij het aankomt op precisie en een onderscheidend vingertoppengevoel voor compositie.

De keuze had hier en daar scherper gekund. Zo bekwaamt Eva-Fiore Kovacovsky zich al jaren in het fotostilleven. Maar haar knallende kleurencomposities van fruit die in de eerste zaal van Foam hangen, zijn minder spannend dan de composities die zij eerder maakte, van fruit en groente in het vriesvak. En het werk van Uta Eisenreich is zo hermetisch en dichtgetimmerd dat je er eigenlijk weinig mee kunt. Maar wie zich daardoor niet uit het veld laat slaan, biedt Still/Life heel wat moois. Zo is de ruimte met de 'lichaamsstillevens' van Paul Kooiker, Melanie Bonajo en Fleur van Dodewaard een pareltje.

Een aantal films van het duo Lernert (Engelberts) & Sander (Plug) vormt het sluitstuk. De vertraagde en esthetische beelden zijn nog steeds sterk verstild, maar er lijkt iets van leven te zitten in de voorwerpen die de natuurkundige wetten van actie en reactie ten uitvoer brengen. De films doen denken aan het jarentachtigwerk van het Zwitserse kunstenaarsduo Fischli & Weiss, misschien wel het koningsduo van het hedendaagse stilleven, zowel in film als in stilstaand beeld.

Met een wortel, een courgette, een schaaf en een vies tafelkleed maakten Fischli & Weiss een sculptuur van ongekende iconische lulligheid. Een aantal werken op Still/Life heeft diezelfde kwaliteit, noem 't het je-ne-sais-quoi van het stilleven, die maakt dat een foto van een watermeloen verdorie langer blijft hangen dan een oorlogsfoto.

undefined

Meer over