non-fictie - Held van de Nederlandse terugtocht

Gentleman Herman van Roijen leidde de dekolonisatie van Indonesië en Nieuw-Guinea in diplomatieke banen.

DOOR DIRK-JAN VAN BAAR

Herman van Roijen, de belangrijkste Nederlandse diplomaat van de 20ste eeuw, werd op 10 april 1905 geboren in het Pera Palace, het meest luxueuze hotel in Constantinopel, de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. Hij kwam daar ter wereld, omdat het Nederlandse consulaat, het Palais de Hollande, voor de geboorte van een kind te gehorig werd bevonden. Zijn vader, Jan Herman van Roijen, was eerste secretaris van de Nederlandse diplomatieke legatie. Zijn moeder Albertina Taylor Winthrop was de dochter van een bankier uit New York, behorend tot de tien rijkste families aan de Amerikaanse Oostkust.

Van Roijen was dus voor het diplomatenvak in de wieg gelegd. In de zeer boeiende studie die de historici Rimko van der Maar en Hans Meijer over zijn leven hebben geschreven, lezen we dat het diplomatenkind verder opgroeide in Londen, Tokio en Madrid, waar de Van Roijens de Eerste Wereldoorlog doorbrachten. Heel zijn leven was Van Roijen financieel onafhankelijk, net als zijn vader, die bewust voor de diplomatieke dienst was gaan werken, wetende dat daar geld bij moest. Dat kon ook. De familie Van Roijen had in de buurt van Steenwijk fortuin gemaakt en behoorde tot de meest notabele van het land. Dan moest je wat terugdoen. Noblesse oblige.

Nederland was toen een kleine neutrale natie in Europa, maar stelde nog wel wat voor in de grote wereld. In Oost-Azië werd over een enorm koloniaal rijk geregeerd en de Dutch hadden een goede naam in Amerika, Van Roijens tweede vaderland. De auteurs besteden terecht de meeste aandacht aan de latere rol van Van Roijen bij de onafhankelijkheid van Indonesië en de kwestie-Nieuw-Guinea, maar dat geprivilegieerde bestaan in het vooroorlogse Nederland intrigeerde mij het meest.

Alles aan Van Roijen ademt een wereld die niet meer bestaat. Dat geldt voor het Ottomaanse Rijk waarin hij werd geboren, maar evenzeer voor het koloniale Koninkrijk der Nederlanden dat hij hielp ontmantelen. Herman van Roijen, Nederlander én kosmopoliet, was een held van de terugtocht. Hij maakte niet alleen de ondergang van het naar binnen gekeerde Nederland mee, maar ging ook voor bij de terugkeer op het wereldtoneel binnen een groter multinationaal verband.

Van Roijens carrière viel samen met historische aardverschuivingen. Na een uitzending naar Japan, toen een agressieve As-mogendheid in Oost-Azië, trad Van Roijen op 1 augustus 1939 aan op het ministerie in Den Haag. Een maand later brak de Tweede Wereldoorlog uit, waarin Nederland in twee rake klappen van de kaart werd geveegd. In mei 1940 vielen de Duitsers binnen. Tegenover de bezetter nam hij een afwijzende houding aan. Ook over Japan, dat in februari 1942 Indië overviel, koesterde hij geen illusies. Als een van de weinige Nederlanders kende hij het land uit eigen ervaring, al werd ook hij door de aanval op Indië verrast.

Tijdens de Duitse bezetting werd Van Roijen drie keer gearresteerd. In oktober 1944 overleefde hij bij Tiel ternauwernood de overtocht over de Waal (toen de frontlinie) op weg naar Londen, waar hij namens het College van Vertrouwensmannen de regering in ballingschap op de hoogte moest stellen van de situatie in Nederland. Hij sprak met koningin Wilhelmina, die van hem te horen kreeg dat de door haar verfoeide politieke partijen na de oorlog waarschijnlijk zouden terugkeren. Vanuit Londen reisde hij naar Amerika voor overleg over de nieuwe internationale orde. Hij zag zichzelf echter niet als minister van Buitenlandse Zaken, wat hij na de bevrijding kort was. Van Roijen, die sympathie had voor de PvdA, voelde zich geen politicus en was blij met het ambassadeurschap in Canada dat hem in 1947 werd aangeboden.

Nuttig vanwege zijn goede contacten in Amerika, maar in Indonesië kwamen zijn diplomatieke kwaliteiten meer van pas. Van Roijen kon goed overweg met het Republikeinse kamp, waarvan de leiders door de Nederlandse autoriteiten na de tweede politionele actie gevangen waren genomen. In mei 1949 stelde hij met Mohammed Roem een verklaring op die zonder verder bloedvergieten de weg vrijmaakte voor de soevereiniteitsoverdracht in december dat jaar. Van Roijen zag dat als zijn grootste wapenfeit. Maar zijn naam kreeg pas echt publieke klank in de kwestie-Nieuw-Guinea. Als ambassadeur in Washington maakte hij toen duidelijk dat Nederland in geval van confrontatie met Indonesië niet kon rekenen op militaire steun van Amerika. Joseph Luns had daarmee geschermd. Uiteindelijk ging Den Haag in 1962 door de knieën, maar Luns bleef zich beklagen over de regering-Kennedy, die Nederland bij een nobele zaak in de steek zou hebben gelaten.

Hier vind ik de auteurs toch iets te makkelijk meegaan met hun held Van Roijen, die steeds het historisch gelijk aan zijn kant had. Natuurlijk had hij de mondiale verhoudingen beter getaxeerd, wat niet zo moeilijk was vanuit Washington. Maar Luns voerde een blufpolitiek en had steun van de publieke opinie in Nederland, waar de Indonesische leider Soekarno als een verrader gold en zelfs linkse kringen zijn inzet voor de Papoea's waardeerden.

De genocide op de Papoea's en de doorgestoken kaart van de onder de VN gehouden volksraadpleging over de overdracht aan Indonesië, lieten zien dat Nederland voor een verloren zaak stond, maar ook een punt had. Van Roijen overleefde het verzet tegen zijn baas (hij werd in 1964 ambassadeur in Londen), maar opmerkelijker is dat Luns nog negen jaar als een populair minister van Buitenlandse Zaken kon aanblijven. En ondanks zijn kritiek op Amerika was Luns tussen 1972 en 1984 nog eens twaalf jaar secretaris-generaal van de NAVO. Met instemming van de Atlantisch gezinde Van Roijen, die zich begin jaren zeventig niet meer herkende in de met links-radicale bevrijdingsbewegingen sympathiserende PvdA.

Het historisch gelijk lag bij Van Roijen, maar was ook erg tijdgebonden. Toen hij in 1970 afscheid nam van de diplomatieke dienst, was daar al een cultuuromslag gaande. Ook de deftige wereld van Herman van Roijen bestaat niet meer. Hij stierf in 1991, op 85-jarige leeftijd. Alleen goed geïnformeerde historici wisten toen nog wie hij was.

undefined

Meer over