Non-fictie: de huisstijl van het stedelijk museum sinds 1945

Fantasievol, kleurig of rechtlijnig: de huisstijl van het Stedelijk Museum typeert de directeur. Bij de huidige, Ann Goldstein, past het eigenzinnige werk van het ontwerpduo Mevis & Van Deursen.

BOB WITMAN

Frederike Huygen

De stijl van het stedelijk

Premsela Design Stories/Nai010Uitgevers; 168 pagina's; € 19,95 (incl. dvd)

In het bedrijfsleven gaat de komst van een nieuwe directeur meestal gepaard met een wisseling van het reclamebureau. In de museumwereld is dat niet anders. Elke baas wil een stempel zetten op de identiteit van zijn product. Dus hoort bij de opening van het nieuwe Stedelijk Museum met een nieuwe directeur ook een nieuwe grafisch ontwerper, in dit geval het Nederlandse duo Mevis & Van Deursen.

Het boekje De Stijl van het Stedelijk is een helder overzicht van het belang van grafische vormgeving voor het belangrijkste museum van moderne kunst in Nederland. Het komt uit op het moment dat Amsterdam feestviert. Maar ergens in Frankrijk zit een verdrietige ontwerper. Hij heeft een huisstijl gemaakt die de wereld nooit zal zien.

Eigenlijk is dat de schuld van Willem Sandberg (1897-1984), zou je met een beetje fantasie kunnen zeggen. Deze mythische directeur en typograaf was de man die de grafische identiteit naar directieniveau heeft getild. Sandberg was een van de eerste museumdirecteuren die inzag hoe belangrijk een huisstijl voor de herkenbaarheid van een museum is.

Sinds Sandberg is die stijl een zaak van de directeur gebleven. Als je een tijdlijn tekent, zie je bij elke directiewisseling een sterke wijziging in grafische stijl. De stijl van Sandberg, die zelf ontwierp, was kleurig, intuïtief en fantasievol. Zoals de catalogus voor Acht Argentijnse abstracten uit 1953 of de wenskaarten van het museum, in die karakteristieke scheurstijl van hem.

Toen Edy de Wilde hem opvolgde in 1963, nam hij Wim Crouwel mee. Crouwel vormt een groot contrast met Sandberg. Hij gebruikte een grid, waar alle letters vaste plaatsen en afstanden hebben. Geen frivole scheurletters, maar ijzige Zwitsere schreeflozen als Akzidenz Grotesk. Zelden illustraties, altijd woordbeeld.

Het is mooi rechtlijnig werk, zoals De Stijl van het Stedelijk toont, maar na twee decennia Crouwel verlang je wel naar iets meer speelsheid. Die kwam toen Wim Beeren in 1985 directeur werd en Anthon Beeke affiches ging maken. Beeke is alles wat Crouwel niet is: recht in je gezicht, sterke beelden, veel fotografie en kunst. Beekes affiches springen eruit op straat: zoals die voor de Malevich-expositie of Jeff Koons, beide uit 1989.

Een deel van het boekje gaat over de toekomst van de identiteit: het nieuwe museum moest een nieuwe ontwerper krijgen. Vier jaar geleden begon een pitch waarvoor vijf ontwerpers waren uitgenodigd. De keuze viel op de Fransman Pierre di Scullio. Hij was ruim een jaar aan het werk toen in 2010 een nieuwe directeur kwam: Ann Goldstein. Een van haar eerste daden was afscheid nemen van Di Scullio.

Heel pijnlijk. Goldstein verkoos het talentvolle Nederlandse duo Mevis & Van Deursen. Hun eerste aanzet voor een huisstijl - de letter S opgebouwd uit letters van de woorden Stedelijk Museum Amsterdam - is onlangs gepresenteerd.

Als het goed is, kun je straks zeggen dat Mevis & Van Deursen naadloos passen in de periode-Goldstein. Want de stijl van het Stedelijk is zeker niet één stijl. Het is de stijl van de directeur om goede eigenzinnige ontwerpers te kiezen en die veel vrijheid te geven.

Documentaire De Stijl van het Stedelijk

Regie Lex Reitsma, 22 september, AVRO, Nederland 2, 12 uur.

undefined

Meer over