NieuwsInlichtingenwet

Nog steeds wrevel over de ‘sleepwet’: geklaag bij geheime diensten, zorgen bij toezichthouder

Er is nog steeds bezorgdheid en wrevel over de inlichtingenwet, ook wel sleepwet, die in 2018 werd ingevoerd. Terwijl AIVD en MIVD morren over de beperkingen, meent toezichthouder CTIVD dat de werkwijze van de diensten nog steeds risico geeft op ‘onrechtmatig handelen’.

Het pand van de AIVD in Zoetermeer. De geheime diensten morren dat de nieuwe wet ze beperkt.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Inlichtingendiensten AIVD en MIVD hebben hun werkwijze, ruim twee jaar na invoering van de veelbesproken inlichtingenwet, nog niet voldoende aangepast, concludeert de toezichthouder CTIVD. Daarmee is er nog steeds een risico op ‘onrechtmatig handelen’ door de geheime diensten, aldus de CTIVD in de vierde rapportage over de invoering van de wet. De commissie noemt de situatie ‘zorgelijk’. 

De CTIVD noemt de omgang van de diensten met ‘bulkdatasets’ zelfs onrechtmatig. Die grote databestanden verkrijgen AIVD en MIVD bijvoorbeeld na een hack van een telecomprovider. Zij mogen de relevante gegevens eruit halen en moeten de rest van de data vernietigen. Door een truc toe te passen en de hele dataset als ‘relevant’ te beoordelen, inclusief de data van duizenden personen die geen doelwit zijn, verlengen de diensten ‘kunstmatig’ de bewaartermijn. 

De CTIVD: ‘De praktijk van de diensten heeft een grote impact op de fundamentele rechten van de burger. Deze bulkdatasets komen in het betekenisregime en zijn daardoor niet meer onderhevig aan een vastgestelde bewaar- en vernietigingstermijn.’

Sleepwet

Het is een van de vele discussiepunten over de inlichtingenwet, ook wel sleepwet, waarover begin 2018 een referendum plaatsvond. De toepassing van de wet blijkt complex en kostbaar. Mede daardoor is de veelbesproken kabelinterceptie (het ‘sleepnet’) nog niet ingezet. Over de interpretatie van de wet vindt voortdurend overleg plaats tussen de diensten en toezichthouders TIB (die vooraf toestemming geeft) en CTIVD (die achteraf toetst). 

Een heikel punt daarbij, vertellen betrokkenen, is de geautomatiseerde data-analyse, ook wel metadata-analyse. Die passen de diensten toe bij grote databestanden om snel netwerken in kaart te brengen, profielen aan te brengen of patronen op te sporen. AIVD en MIVD willen deze analyse kunnen toepassen op meerdere databestanden en vooraf geen selectie maken. TIB en CTIVD zijn van mening dat ze moeten toetsen met welke gegevensbestanden de geheime diensten aan de slag gaan en willen dus wél een selectie weten. 

Een ander punt is dat het ‘naslag’ doen naar iemand volgens de toezichthouders ook onder metadata-analyse valt en dus toestemming vereist, net zoals er toestemming moet zijn voor het scannen van het internet − wat allerlei onderzoekers en instellingen dagelijks doen. De AIVD en MIVD zien dat als een inperking van hun mogelijkheden. Het zou de slagkracht van beide organisaties belemmeren. Een betrokkene zegt dat het door dit soort discussies regelmatig ‘geknald’ heeft tussen diensten en toezichthouders. 

Technische kennis

Een evaluatiecommissie doet inmiddels onderzoek naar de wet. Maar die commissie zelf is ook onderwerp van gesprek. Er is, op hoogleraar informatiebeveiliging Bart Jacobs na, weinig technische kennis in de commissie, die wordt voorgezeten door diplomaat Renée Jones-Bos. 

De commissie zou de wet evalueren en niet het functioneren van de geheime diensten, maar twee van de drie belangrijkste deelvragen gaan over het effect van de wet op het functioneren van AIVD en MIVD. 

Opvallend is verder dat bij de ondersteuning van de commissie ook een AIVD’er betrokken is die de aanvragen (in jargon: lasten) schrijft die de toezichthouders beoordelen. Leunt de commissie daardoor niet te veel op de kennis van de geheime dienst, vragen sommige betrokkenen zich af. Met als risico dat de AIVD een te grote invloed heeft op de evaluatie van een wet die de mogelijkheden voor diezelfde AIVD vastlegt.