Nog helemaal gek van het spelletje

De ouwe rot heeft het moeilijk als profvoetballer. Talent is het kapitaal van de clubs. Een dertigplusser heeft zijn waarde verloren. 'Ik voel me fit en ik wil nog zeker twee jaar doorgaan.'

Een fan van Almere City loopt met haar vingers over het papier waarop de opstelling van tegenstander Fortuna Sittard staat. Ze is op zoek naar een bekende naam. Pas bij de reserves houden haar vingers halt: Fernando Ricksen. 'Wie was dat ook al weer?'

Rond de eeuwwisseling was Ricksen verdediger bij AZ en Glasgow Rangers, en daarna ook nog een paar jaar bij Zenit St.-Petersburg. Hij kwam twaalf keer in actie voor het Nederlands elftal, waarvan acht maal als basisspeler.

Nu is Fernando Ricksen, 36 inmiddels, in dienst van Fortuna Sittard, de club waar het voetballen ooit begon. Van de grote stadions in de wereld is hij vrijdagavond beland in dat van Almere City, het kleinste in het Nederlandse profvoetbal. Als reserve.

Dat is op papier een treurig einde van een mooie loopbaan, zeker als je bedenkt dat Fortuna-trainer Willy Boessen drie keer wisselt, maar Fernando Ricksen op de bank houdt.

In werkelijkheid blijkt het allemaal reuze mee te vallen. Sterker nog, zelden zo'n goedgemutste reserve ontmoet als Fernando Ricksen. Met een brede glimlach betreedt hij de catacomben van het Mitsubishi Forklift-Stadion. Iedereen die Ricksen onderweg aanspreekt, wordt even vriendschappelijk door hem vastgehouden.

Hadden ze je niet nodig?

'Nee, joh. Dat was wel duidelijk. Toch?'

Fortuna Sittard won zijn achtste competitiewedstrijd met 2-0 en haakt aan bij de subtop in de eerste divisie. Fernando Ricksen blijkt op de bank van de Limburgse club te fungeren als een eerste hulp bij ongelukken. Mocht het jonge elftal te kort schieten, wordt de ervaren Ricksen ingebracht om het tij te keren. Tegen Almere City hoeft er niets gekeerd te worden.

Is dat niet frustrerend?

'Nee, joh. Dat hebben we aan het begin van het seizoen zo afgesproken. Op zich kan ik nog heel goed mee, hoor. Als het moet, speel ik met gemak de negentig minuten vol. Graag zelfs, wat mij betreft. Maar Fortuna heeft een elftal in opbouw, dus deze jongens hebben voorrang.'

Daarvoor reis je helemaal van Limburg naar Flevoland en terug.

'Het is hartstikke gezellig, hoor, in de bus. Zeker als je gewonnen hebt. Lekker een kaartje leggen met de jongens. En weet je wat het is? Ik ben gewoon nog helemaal gek van het spelletje.'

In dezelfde bewoordingen had Nourdin Boukhari zich eerder die week uitgelaten. Ook nog helemaal gek van het spelletje.

Zo wordt hij trouwens ook geïntroduceerd in de seizoensgids van RKC Waalwijk: 'Velen roemen zijn liefde voor het spel. En dat is ook precies waarom hij naar RKC Waalwijk is gekomen.'

Boukhari: 'Ja, zo is het, gek van het spelletje, van kleins af aan. Dat zit er in en dat gaat er niet meer uit. Als er voetbal is op televisie, kijk ik. Maakt niet uit wat het is, vrouwenvoetbal, gehandicaptenvoetbal. Ik vind het mooi om te zien hoe iedereen daarmee op zijn eigen niveau om gaat.'

Nourdin Boukhari, nu 32 jaar oud, kwam als groot talent uit de school van Sparta bij Ajax terecht en in het nationale elftal van Marokko. In het verloop van zijn carrière sloeg hij allerlei zijwegen in en die liepen in het buitenland meestal dood. Hij speelde in Turkije en in Saoedi-Arabië. Hoopte vorig seizoen bij NAC op amateurbasis weer in beeld te komen van de Nederlandse clubs.

Dat is nog niet gelukt en nu probeert Boukhari het nogmaals bij RKC. In de laatste twee competitiewedstrijden mocht hij van trainer Erwin Koeman opdraven als invaller.

Vrij naar de Haagse schrijver Louis Couperus klinken de verhalen van Ricksen en Boukhari als die van ouwe rotten en het voetbal dat niet voorbij gaat. Het is hun wereld en de gedachte dat het hun wereld niet meer is, lijkt wel onverdraaglijk.

Net als Boukhari begon ook Theo Lucius dit jaar op amateurbasis bij RKC. De seizoensgids over hem: 'Lucius is een liefhebber van het spelletje.'

De 35-jarige Lucius, die ooit speelde bij PSV en Feyenoord, is alweer RKC'er af. Hij kreeg een conflict met de trainer over zijn bijrol. Lucius beseft dat zijn toekomst als voetballer nu onzeker is geworden, maar hij wil er nog niet aan.

In een interview met Omroep Brabant: 'Ik voel me fit en wil nog zeker twee jaar doorgaan. Ik wil voetballen.'

Voor het geld zal het niet zijn. De crisis heeft hard toegeslagen. Liever investeren clubs in talenten . Niet voor niets voetbalt Boukhari als amateur tussen de profs. Hij heeft bij RKC ook niet op individuele basis een contract met een sponsor.

'We hebben wel wat andere voorwaarden afgesproken, maar als zich een eredivisieclub meldt, kan ik meteen weg. Ik beschouw dit seizoen als een investering in mezelf.'

Als geld wel een drijfveer was, had Nourdin Boukhari wel voor het buitenland gekozen. Maar met schoolgaande kinderen voelt hij zich gebonden aan Rotterdam. Het type voetballer dat hij is, kan ook het best terecht in het Nederlandse voetbal. 'Het liefst in de eredivisie.'

Is een basisplaats bij RKC daarvoor geen voorwaarde?

'Natuurlijk, maar eerst moet ik de trainer ervan overtuigen dat hij met mij beter af is. Als dat lukt, is er een win-winsituatie. Ik word er beter van en de club ook.'

En als dat niet lukt?

'Dan moet ik er nog eens goed over nadenken. Ik heb het dan twee jaar op amateurbasis geprobeerd. Misschien wordt het dan tijd voor de eerste divisie of de topklasse bij de amateurs.'

Terug naar je jeugdliefde Sparta?

'Daar wil ik nog helemaal niet aan denken. Ik voel me nog altijd een eredivisievoetballer.'

Dit wankele bestaan valt hem helemaal niet zwaar, zegt Boukhari. 'Ik kom lachend en ik ga lachend weer naar weg.' We mogen niet vergeten dat zijn waarde ook op het trainingsveld ligt, waar hij met zijn ervaring jonge collega's wijzer kan maken.

Daarin ziet ook Ricksen zijn eigen meerwaarde. 'Je bent een verbindingspersoon tussen de trainer en de groep. De jongens zullen eerder naar mij komen als ze iets dwars zit.'

Behalve speler is Ricksen trainer van een jeugdelftal bij Fortuna Sittard. Daarin ligt ook zijn ambitie voor de toekomst, hoofdtrainer worden. Dit is alvast een mooi kijkje in de keuken. 'Mooi, hè? En dan te bedenken dat ik nog in één elftal met Willy (trainer Boeesen, red.) heb gespeeld.'

F

undefined

Meer over