Nog een keer South By Southwest: One Big Holiday

Gijsbert Kamer

Op een enorme jetlag na heb ik SXSW 2008 weer achter me gelaten. Net als andere jaren bleek het weer een zeldzaam inspirerend weekje. Want ja, er wordt volop spannende, opwindende, mooie, ontroerende en troostrijke muziek gemaakt. En het mag dan zo zijn dat de de malaise in de platenindustrie onomkeerbaar lijkt, rock 'n roll leeft als nooit te voren. Op een van de panel-discussies werd niet voor niets geopperd dat er vorig jaar een record aantal elektrische gitaren verkocht werd. En alle ontwikkelingen in de popmuziek van de laatste decennia ten spijt: rock was op SXSW toch de dominerende muziek. Vooral de Amerikaanse rock lijkt de komende tijd nog veel te bieden te hebben. Er waren jaren dat ik op SXSW nauwelijks een Amerikaanse rockgroep zag, laat staan een die ik de moeite waard vond. Dit jaar zag ik geen enkel Brits bandje.

The Cure gisteren in Ahoy, was mijn eerste Britse popconcert in weken. Ze waren er wel, de Britten maar ik had ook niet het idee dat ze echt iets te bieden hadden. Van diverse kanten hoorde ik dat de NME-party de saaiste ooit was op SXSW.
Goed, Duffy kreeg in de pers enige aandacht, al was dat vooral om verbazing te tonen dat ze in eigen land op 1 staat, maar verder werd er nauwelijks over de Britse aanwezigheid gerept. In mijn lijstje met hoogtepunten op SXSW komt dit jaar geen Brit voor. Wel:

1. My Morning Jacket - Ik krijg nog altijd kippenvel wanneer ik terugdenk aan het moment waarop hun prijsnummer One Big Holiday werd ingezet.

2. The Dodos: Na Yeahsayer en Animal Collective de volgende band die ongrijpbare vaak hypnotiserende op percussie leunende rock speelt, met een fenomenale zanger.

3. Liam Finn: Zoon van Neil Finn. Zingt als Elliott Smith en speelt diverse instrumenten tegelijk zoals Andrew Bird. Gaan we nog een hoop lol aan beleven.

4. R.E.M. Zeer gedreven rockend. Het nieuwe werk moet nog landen, maar hun show draagt daar zeker toe bij.

5. Do The Undo: Anne Soldaat in bloedvorm. De beste gitarist van Nederland en de paar liedjes van Daryll-Ann die voorbijkwamen maakten zelfs even weemoedig.

Tegenvallers waren er ook: de veelbelovende Wooden Shjips en Howlin Rain speelden veel te hard.

Vampire Weekend viel niet echt tegen maar klonk met toch wat braaf en gewoontjes. Ik had er misschien te veel van verwacht want hun album is een van mijn favorieten in dit nog prille jaar.

De dramatisch slechte opkomst bij C-Mon & Kypski, al hadden die wel de pech dat ze gelijk met N.E.R.D. stonden geprogrammeerd. Bovendien speelden ze met een enthousiasme alsof ze voor een vol Paradiso stonden dus hun treft geen blaam.

De veel te lange rij voor de kerk waarin zaterdag My Morning Jackets Jim James solo zou komen zingen. Het enige concert dat ik in het programmaboekje had aangestipt, maar waar ik niet naar binnen kon.

Al die hoogte- en dieptepunten daargelaten, het is vooral de totaal-ervaring die SXSW zo bijzonder maakt. De locatie is perfect. Austin is een heerlijke stad, wat mij betreft na New York de prettigste in de VS. De concertlocaties zijn per fiets makkelijk te bereiken, het weer is meestal goed (vrijdag was met 34 graden zelfs bloedheet), je kunt er voor weinig lekker eten. (Leve Magnolia en de hamburgers van Fran's), en de stad heeft met Book People en Waterloo een uitmutende boekhandel respectievelijk platenzaak.

Overdag genieten van de paneldiscussies en interviews in het Convention Center, 's avonds erop uit om bandjes te gaan kijken. Ik mis het nu al. Nog 51 weken......

Meer over