Nog altijd twijfel of Ferdi E. echt alleen te werk ging

Nu nog, 23 jaar na dato, zijn rechercheurs die betrokken zijn geweest bij het onderzoek naar een van de meest geruchtmakende ontvoeringen in Nederland, bevangen door twijfel. Is de vorig jaar overleden Ferdi E. écht in zijn eentje verantwoordelijk geweest voor de ontvoering en dood van Ahold-topman Gerrit Jan Heijn?

Waar zijn de vier diamanten gebleven, onderdeel van het losgeld, die nooit zijn teruggevonden? Zou Ferdi E. wel de volledige waarheid hebben verteld? Was het ook niet zo dat hij – eenmaal vrij man – aan een weekblad vertelde dat hij het motief voor zijn daad had verzonnen? ‘In de hoop dat de rechtbank mij verminderd of volledig ontoerekeningsvatbaar wilde verklaren. Onder geen beding wilde ik levenslang.’

‘Militaire operatie’


Van september 1987 (de maand waarin Gerrit Jan Heijn werd ontvoerd) tot april 1988 (oplossing van de zaak) zijn 45 rechercheurs permanent betrokken geweest bij een ontvoeringszaak die Nederland in de greep hield en die een aantal van die rechercheurs nooit meer heeft losgelaten. Dat beeld rijst op uit het zaterdag verschenen boek Ontvoering! Het geheime dossier over Ferdi E. van de Telegraaf-journalisten John van den Heuvel en Bert Huisjes. Dat tweetal heeft de afgelopen maanden inzage gekregen in het politiedossier van Heijn-ontvoerder Ferdi E. die vorig jaar bij een fietsongeval om het leven kwam.

Zo konden de twee journalisten kennis nemen van de 23 politieverhoren die E. zijn afgenomen. Waaruit blijkt dat de ondervragers werd opgedragen te testen of de gijzelnemer/moordenaar E., een hoogbegaafde civiel ingenieur, een man zonder gevoel was. Dat ging zo. Een van de rechercheurs: ‘Ik zit nu al verschillende verhoren te peinzen aan wie jij mij doet denken.’ E.: ‘Wie?’ ‘Aan dokter Mengele.’ Een woedende E. wilde vervolgens niets meer zeggen en toen hij eenmaal weer ging praten, herhaalde bij telkens zichzelf als een ‘integer persoon’ te zien.

Er was weinig integers aan de daad waarmee Ferdi E. 23 jaar geleden de top van de Nederlandse politie langdurig op het verkeerde spoor zette. Nog op de dag van de ontvoering, woensdag 9 september 1987, schiet hij zijn slachtoffer in de bossen van Renkum van achteren door het hoofd. Om vervolgens een pink af te snijden. Onderdeel van een tot in extremis geplande ‘militaire operatie’, zo maken nieuwe details in het boek duidelijk.

Mallotige zieners


Een half jaar na de moord was E. nog eens gaan wandelen in diezelfde bossen. Ook al weer met een bedoeling: kijken of zijn teckel bij het lopen over het graf zou aanslaan op een eventuele lijkgeur. Wat het boek verder openbaart: hoe desperaat de rechercheurs waren en bij al die wanhoop gedwongen werden mallotige zieners en andere paranormaal ‘begaafden’ te raadplegen.

Terwijl de zaak heel wat eerder had kunnen worden opgelost. Hoezeer E. ook had geprobeerd zijn stem te verdraaien in een kort telefoongesprek dat op de televisie werd uitgezonden, twee mensen meenden die stem te herkennen. Maar zij konden niet geloven dat E. tot zo’n daad in staat was en ‘vergaten’ de politie te bellen.

Kans om te vluchten


Voor ontvoeringsdeskundige Kees Sietsma was de zaak-Heijn zijn laatste in dienst van de politie. In het boek wijst hij er nog eens op dat bij ontvoeringen in 93 procent van de gevallen het slachtoffer vrij komt. Bij 7 procent overlijdt het slachtoffer, vrijwel altijd tijdens een vluchtpoging of een bevrijdingsactie. Wrang detail uit de politieverslagen: Gerrit-Jan Heijn moet indertijd meerdere keren de kans hebben gehad te vluchten aan zijn gijzelnemer. Laat hij nou juist kort voor die ontvoering, samen met broer Albert, een cursus hebben gehad met het advies om, in geval van een ontvoering, vooral geen weerstand te bieden.

Ferdi E. (ANP)
Meer over