Nog altijd die balletjes?

Door Peter BrusseVeertig jaar lang trok David Waterman de wereld over met hetzelfde variéténummer. Hij werkte samen met beroemdheden als Wim Kan, Rames Shaffy en Sammy Davis jr....

Peter Brusse

David Waterman, op 15 januari op 73-jarige leeftijd overleden, was de jongleur die als Dave Parker (‘ook een merk vulpen’) met drie balletjes, drie hoedjes en drie sigarenkistjes de wereld rondreisde. Zijn nummer dat in veertig jaar nauwelijks veranderde, duurde zes minuten en eindigde met een imitatie van Charlie Chaplin. Diens dochter Geraldine vond het zo mooi dat ze met David wilde optreden. Hij werkte tien jaar in de legendarische Crazy Horse Saloon in Parjs, de dure nachtclub, waar Salvador Dali met verf ingesmeerde blote meisjes over vellen papier rolde. Sammy Davis jr. haalde David naar Los Angeles. In het vliegtuig naar LA ontmoette hij een tante die zei: ‘David, jij in een vliegtuig, waar doe je het van? Nog altijd die balletjes?’ Hij verdiende met die balletjes, zei hij besmuikt, meer dan de president van de Franse Republiek. De ene keer dat hij zijn nummer wilde veranderen brak hij beide polsen.

Zijn vader had een sigarenwinkel in de Amsterdamse Weesperstraat. Ze moesten als jood onderduiken en kwamen in Bergen, Noord-Holland. David kon niet naar buiten, werd mensenschuw en zijn onderduikvader leerde hem wat goocheltrucjes. Bij de bevrijding liep David triomfantelijk over een waslijn.

Terug in Amsterdam trok hij met het opgooien van sigarenkistjes mensen naar de kraam die zijn vader op de markt had. Hij kwam bij het kindercircus Elleboog en haalde met een foto de voorpagina’s, toen hij bij een bezoek van de koningin haar een balletje toewierp. Hij schnabbelde overal in het land, werkte bij Wim Kan en Ramses Shaffy en als hij ergens niet verscheen, zei zijn moeder desgevraagd: ‘Ik denk dat de baron aan het rusten is.’

De eigenaar van de Crazy Horse Saloon zag hem in Etten- Leur en gaf hem een contract. Zijn vriend Opland, de tekenaar van de Volkskrant, bracht hem in 1962 naar Parijs. Hij beleefde gouden tijden. Hij stond ’s middags rond twaalf uur op, deed zijn oefeningen en ontdekte Parijs. Hij bezocht de musea en was altijd vroeg in de kleedkamer om zich te concentreren. Hij dronk geen druppel, blowde nooit en was de toeschouwer in de grote kring van bevriende artiesten die hem wel goed raakten.

Na tien jaar Parijs volgde het grote reizen, Amerika, Japan, Afrika, het Midden-Oosten en vooral Europa. Hij had een Volkswagenbusje dat als kinderkamer voor dochter Venus was ingericht. Ze bleven een maand op één plek; in een goed appartement. ’s Ochtends kreeg Venus les van haar moeder en ’s middags mocht zij meestal naar een school in de buurt: ‘Heerlijk al die kinderen’.

In 1988 toen Venus tien was, kwamen ze naar Amsterdam, maar de helft van het jaar was David op reis. In Berlijn bracht hij na de voorstelling een jonge Japanner die met duiven werkte naar huis. Iedere keer scheten de duiven zijn auto onder. De volgende ochtend maakte David alles schoon. ‘Ach, die jongen moet je een beetje helpen.’ Hij overlaadde zijn vrienden, familie en onderduikfamilie met champagne, taart en bonbons. Hij genoot van het applaus, de glamour en de glitter, maar afgeschminkt verdween hij in de massa. Hij verdiepte zich in het verleden, volgde het wereldnieuws, verguisde het zionisme en bleef verbaasd dat hij met drie balletjes in de lucht kon leven en overleven.

Meer over