Nobelprijswinnaar Cela verlinkte collega's

Hij was al beschuldigd van het op grote schaal plegen van plagiaat, inclusief het kopin van zijn eigen werk, en het gebruiken van 'negers', die veel van zijn artikelen zouden hebben geschreven....

Cees Zoon

Tot die conclusie komt de Catalaanse historicus Pere Ysas in zijn nieuwe boek Dissidentie en subversie (Disidencia y subversiuitgeverij Crca, ISBN 8 484 3255 63). Cela, schrijft hij, stuurde in 1963 een lijst met namen van 42 schrijvers naar Manuel Fraga, de inmiddels hoogbejaarde premier van de Spaanse deelstaat Galicin enige politieke overlevende van de dictatuur in Spanje, die destijds minister van Informatie en hoofd van de censuurdienst van het bewind van generaal Franco was. De schrijvers die een protestbrief hadden ondertekend tegen de onderdrukking van een mijnwerkersmanifestatie, waren schadelijk want lid van de Communistische Partij, aldus Cela. De schrijver had dat zelf kunnen constateren op een geheime bijeenkomst in een hotel in Madrid.

Cela beperkte zich niet tot de aantijging waarmee de collega's de status van staatsvijand verwierven, maar hij deed ook aanbevelingen om althans sommigen van hen op het goede pad te brengen. Enkelen zijn nog helemaal 'te herwinnen', liet hij de minister weten, door de publicatie van hun boeken te stimuleren of door ze simpelweg om te kopen. Het beste zou zijn daarvoor een geheim fonds van 20 miljoen peseta's in het leven te roepen.

Ysas baseert zich op documenten die hij heeft gevonden in het archief van de universiteitsstad Alcala de Henares, waar veel materiaal over de dictatuur van generaal Franco ligt opgeslagen. De historicus van de Universiteit van Barcelona heeft echter geen bewijs gevonden dat Cela's suggesties zijn uitgevoerd en dat het bewind de schrijvers ook daadwerkelijk heeft betaald om zich te gedragen.

De zelfingenomen en arrogante Cela, die zichzelf als het grootste Spaanse genie van de twintigste eeuw beschouwde, was tijdens zijn leven op zijn zachtst gezegd omstreden. Maar ook na zijn dood in 2002, op 85-jarige leeftijd, blijft hij aanleiding geven tot rellen. Boeken van onder anderen zijn eigen zoon, van collega-schrijver Francisco Umbral en van de literair journalist TomGarcYebra laten geen spaan heel van Cela. Alleen zijn oudste romans als De familie van Pascual Duarte en De bijenkorf blijven in de kritiek overeind.

Bij zijn overlijden liep nog altijd een proces tegen hem wegens plagiaat. Voor zijn in 1994 verschenen roman La cruz de San Andres, die bekroond werd met de belangrijke en lucratieve Planeta-prijs, zou hij het voor dezelfde prijs ingezonden manuscript van een debutante hebben bewerkt. De Spaanse literaire wereld was overtuigd van de fraude, maar de rechter seponeerde de zaak uiteindelijk omdat hij zich terzake niet competent achtte.

Een jaar voor zijn dood ontpopte Cela zich als de uitvinder van het zelfplagiaat. Zijn openingsrede voor het Internationale Congres van de Spaanse taal, in bijzijn van de Spaanse koning, premier Aznar en een handvol Latijns-Amerikaanse presidenten, bleek een exacte kopie van een rede die hij twee jaar eerder voor hetzelfde congres hield, en die had hij al eens uitgesproken in 1992. 'De Spanjaarden hebben zo'n harde kop dat je sommige dingen twee keer moet zeggen', zei de schrijver nadat hij was betrapt.

Cela, die bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog vrijwillig dienst nam in het leger van generaal Franco, werkte jaren als censor. Niet omdat hij zo'n aanhanger van het bewind was, zeggen zijn critici, maar om er zelf beter van te worden. Voor Cela telde alleen Cela, en als censor kon hij zijn eigen werk beter beschermen. Hetzelfde uitgangspunt lag waarschijnlijk ten grondslag aan het verlinken van zijn collega's. 'Cela was een complex persoon', aldus Pere Ysas. 'Het kan zijn dat hij alleen maar in een goed blaadje bij het bewind wilde komen.'

Meer over