Nobelprijs wegens Parkinson-medicijn

De Nobelprijs voor geneeskunde of fysiologie gaat dit jaar naar de Zweed Arvid Carlsson (77) en de Amerikanen Paul Greengard (74) en Eric Kandel (70)....

Van onze wetenschapsredactie

Dat fundamentele onderzoek heeft onder meer geleid tot de ontwikkeling van medicijnen voor de ziekte van Parkinson en schizofrenie. De drie onderzoekers nemen op 10 december hun prijs in ontvangst. Ze krijgen samen 2,5 miljoen gulden. De menselijke hersenen zijn opgebouwd uit honderd miljard zenuwcellen, die via een complex netwerk met elkaar zijn verbonden. Boodschappen van de ene zenuwcel worden via talloze chemische stoffen, waaronder dopamine, aan de andere overgedragen.

De drie Nobelprijswinnaars hebben onafhankelijk van elkaar een belangrijke bijdrage geleverd aan het in kaart brengen van de talloze processen in de hersenen.

De Zweed Carlsson werkte van 1959 tot 1989 aan de universiteit van Göteborg; hij ontdekte de rol die dopamine in de hersenen speelt, wat later leidde tot de ontwikkeling van het geneesmiddel L-dopa (levodopa) voor patiënten met de ziekte van Parkinson. De ziekte van Parkinson is een voortschrijdende neurologische aandoening waaraan vooral ouderen lijden.

Greengard is hoogleraar aan de Rockefeller-universiteit in New York; hij ontdekte hoe dopamine en andere neurotransmitters precies hun werk doen.

De Amerikaanse Nobelprijswinnaar Kandel, werkzaam aan de Columbia-universiteit in New York en van oorsprong Oostenrijker, richtte zijn onderzoek op de veranderingen in de hersencellen die samenhangen met de processen van leren en zich herinneren. Hij werkte dat uit in het eenvoudige zenuwstelsel van de zeeslak Aplysia.

Kandel kreeg eind september op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam de dr. H. P. Heinekenprijs voor de Geneeskunde uitgereikt voor zijn baanbrekende werk.

Meer over