null

Analyse

Nobelprijs, en dan? Hoe de prijs der prijzen je leven verandert

Vanaf maandag worden de Nobelprijzen weer uitgereikt. Wat doet het winnen van de prijs der prijzen eigenlijk met de uitverkorenen? Van internationale erkenning en uitpuilende agenda’s tot winnaars die op bizarre wijze uit de bocht vlogen en lijden aan ‘Nobelitis’.

Een tsunami aan verzoeken en verplichtingen, zoals hij het zelf zegt. Dat is wat chemicus Ben Feringa overspoelde, nadat hij in 2016 als meest recente Nederlandse winnaar de Nobelprijs mee naar huis had mogen nemen. ‘Van een eerdere Amerikaanse Nobelprijswinnaar kreeg ik bij de uitreiking in Stockholm al het advies ‘leer snel nee te zeggen’, maar dat is niet altijd even gemakkelijk’, zegt hij.

Toch is bij de meeste Nobelprijswinaars slechts sprake van een tijdelijke dip in hun wetenschappelijke prestaties, zo turfden onderzoekers vorig jaar eens. Kort na hun winst produceren ze ineens minder invloedrijk werk, maar later trekt dat vanzelf weer bij.

Het grootste risico voor een Nobelprijswinnaar is dan ook niet dat je moet vechten om tijd vrij te maken voor je eigen onderzoek, maar de manier waarop anderen je gaan benaderen. ‘Men heeft plots het idee dat je als Nobelprijswinnaar overál iets van afweet. Schoenmaker blijf bij je leest is een les waaraan ik me probeer te houden’, zegt Feringa.

Fluorescerende wasbeer

Dat is verstandig wanneer je ziet hoe sommige winnaars na het binnenslepen van de prijs der prijzen volkomen uit de bocht vlogen. Neem wijlen Linus Pauling, Nobelprijswinnaar in de scheikunde (1954) én vrede (1962) die zich jaren na zijn winst hard ging maken voor het slikken van vitamine C tegen kanker en schizofrenie – beide totaal onbewezen. Toch nam hij voor de zekerheid zelf steevast zo’n 120 maal de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid in.

Chemicus Ben Feringa wint in 2016 de Nobelprijs. Beeld AFP  / Soren Andersson
Chemicus Ben Feringa wint in 2016 de Nobelprijs.Beeld AFP / Soren Andersson

Of kijk naar winnaar Kary Mullis (1993, eveneens scheikunde) die na zijn winst plots begon te ontkennen dat hiv de oorzaak is van aids, niet geloofde dat mensen bijdragen aan de opwarming van de aarde, en – als dat allemaal niet maf genoeg is – beweerde dat hij ooit had gesproken met een fluorescerende wasbeer. Nee, echt.

Het zijn voorbeelden van mensen die, zo zeggen sommigen tegenwoordig, leiden aan ‘Nobelitis’, of ‘de Nobelziekte’. Andere getroffenen zijn onder anderen Jospeph Thompson (natuurkunde, 1906), die geloofde dat je met wichelroedes water kunt vinden, Charles Richet (geneeskunde, 1913) die beweerde dat geesten bestaan en William Shockley (natuurkunde, 1956), die stelde dat zwarte mensen genetisch inferieur zijn aan witte mensen.

Zelfs de zogenaamd nuchtere Nederlanderse inborst beschermt niet tegen de ‘aandoening’. Landgenoot Niko Tinbergen (1973, medicijnen) staat geregeld op allerlei Nobelitis-lijstjes. Toen hij de prijs won voor zijn werk in de gedragsbiologie, waarbij hij zich onder meer verdiepte in meeuwen, sprak hij tijdens zijn overwinningstoespraak al over autisme, dat volgens hem het gevolg zou zijn van moeders die hun kinderen te weinig liefde geven – een theorie die toen op z’n best al twijfelachtig was.

Hartverwarmend

En toch, ondanks de risico’s en lasten van zo’n Nobelprijs, is winnen volgens Feringa een droom die uitkomt. ‘Het is de hoogste wetenschappelijke onderscheiding ter wereld en een fantastische erkenning voor belangrijke wetenschappelijke doorbraken met de potentie om de wereld te veranderen’, zegt hij. Trots, maakte de winst hem. Hartverwarmend, noemt hij de erkenning en waardering uit de hele wetenschappelijke wereld.

Hoewel er de laatste jaren op hoog tempo allerlei nieuwe, grote internationale wetenschapsprijzen bijkwamen, vaak zelfs met hogere geldbedragen (Nobelprijswinnaars mogen 10 miljoen kronen, zo’n 980 duizend euro, bijschrijven op hun rekening), blijft de magie van de Nobelprijs onverminderd groot. Winst levert een status op die je slechts kunt vergelijken met die van olympische medaillisten en Oscarwinnaars.

‘Gezien het aantal uitnodigingen van televisie, radio, kranten, publieksoptredens, scholen, et cetera, ook vanuit het buitenland, heeft de Nobelprijs een grote uitstaling’, zegt Feringa. ‘Dat geeft je de mogelijkheid om over te brengen hoe belangrijk wetenschap en kennis is voor de toekomst van onze maatschappij. Ik heb daarom bijvoorbeeld een stichting opgericht, het Feringa Fonds, waarin ik donaties en vergoedingen voor lezingen stort. Dat geld gebruiken we voor wetenschapscommunicatie. We organiseren onder meer een wetenschapsquiz en bezoeken scholen.’

Is de Nobelprijservaring van Feringa representatief voor de bredere positieve effecten van het winnen van de prijs der prijzen? Misschien wel. In 2008 berekenden twee onderzoekers in vakblad Journal of Health Economics bijvoorbeeld dat het winnen van een Nobelprijs het leven met één tot twee jaar verlengt. Daarbij corrigeerden ze onder meer voor de sociale en economische status van de winnaars, voor opleidingsniveau en geboorteland.

Waar dat door komt? Niet door de geheimzinnige geneeskrachtige werking van de Nobelmedaille in elk geval, maar waarschijnlijk simpelweg door de positieve gezondheidseffecten die altijd al gepaard gaan met een statusboost.

Maar daar moet je dan wél hard voor werken. Nobelprijswinnaars zijn gedurende hun gehele carrière actiever dan hun collega’s zonder medaille in de kast: ze produceren gemiddeld tweemaal zoveel vakartikelen, bleek vorig jaar in een overzichtsonderzoek. Dan zijn er vast makkelijkere manieren om – statistisch gezien – aan een extra levensjaar te komen.

De oudste winnaar

97 was de Amerikaanse John Bannister Goodenough toen hij in 2019 de Nobelprijs voor de Scheikunde won. Daarmee loste hij natuurkundige Arthur Ashkin af die zichzelf als 96-jarige winnaar in 2018 een jaar lang in de Nobelrecordboeken kon terugvinden als oudste winnaar. Op leeftijd zijn en de Nobelprijs winnen, is overigens heel normaal: van de 601 Nobelprijzen die tot deze week zijn uitgereikt, gingen er 49 naar winnaars ouder dan 80.

Goodenough won voor zijn bijdrage aan ‘dé vinding die ervoor zorgde dat we elektronica kunnen loskoppelen van het stopcontact en ze kunnen meenemen: de lithium-ionbatterij’, zoals de Volkskrant het destijds omschreef.

Na een roemrijke carrière waarbij hij onder meer 24 jaar teamleider was aan de beroemde technische universiteit MIT, en groepshoofd aan de befaamde universiteit van Oxford, gaat hij, nu verbonden aan de University of Texas, nog altijd onverminderd door met werken. Ook in 2021 verschenen ‘gewoon’ weer diverse vakartikelen met hem als (co-)auteur in hetzelfde vakgebied waarvoor hij zijn prijs won: het batterijonderzoek.

De jongste winnaar

De Pakistaanse Malala Yousafzai was pas 17 toen ze in 2014 de Nobelprijs voor de vrede won vanwege haar strijd voor kinderrechten en het recht op onderwijs. Als blogger voor de BBC (onder een pseudoniem) en na een documentaire over haar leven voor The New York Times, werd Yousafzai al jong een bekend criticus van de Taliban. Ze sprak zich steeds vaker uit in de media over de situatie in haar land.

Mede daarom probeerde de Taliban haar in 2012 te vermoorden. Tijdens een busrit van school naar huis werd ze samen met twee andere meisjes beschoten. Yousafzai werd geraakt in haar hoofd en hals, maar overleefde de aanslag.

Na een eerste behandeling in Pakistan, verhuisde ze met haar vader naar het Verenigd Koninkrijk, waar meer behandelingen en operaties volgden. In 2020 studeerde ze af aan de universiteit van Oxford. Ze is nog altijd actief als politiek activist, onder meer via haar eigen Malala-fonds.

Zij won de meeste Nobelprijzen

Tweemaal, dat is nog altijd het maximale aantal keer dat iemand er met de prijs der prijzen vandoor ging. Althans, als je het Internationale Rode Kruis niet meetelt, dat driemaal de Nobelprijs voor de vrede won. Van de ‘menselijke’ winners met twee Nobelprijzen – vier, zijn het er in totaal –is Marie Curie (natuurkunde in 1903 en scheikunde in 1911) vermoedelijk het bekendst.

Ze was de eerste vrouw die een Nobelprijs won en de eerste persoon die een tweede Nobelprijs mocht ontvangen. De eerste won ze voor haar ontdekking van radioactieve straling, en de tweede voor de ontdekking van twee nieuwe elementen, polonium en radium.

In 1934 overleed Curie, toen 66 jaar oud, aan de gevolgen van zogeheten beenmergdepressie, een vorm van bloedarmoede in het beenmerg. De oorzaak was haar jarenlange contact met radioactieve elementen, waarvan de gevaren destijds nog niet bekend waren. Haar onderzoek bezorgde haar dus niet alleen de hoogst mogelijke wetenschappelijke eer, maar ontnam haar ook het leven.

Meer over